De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Cultuurdinsdag, 12 augustus 2003

Verschillende uitschieters bij orgelconcert Dirk Donker
WIM SLAGTER
Wat is Regers mooiste koraalfantasie? Is het Wie schön leuchtet der Morgenstern (morgen bij Theo Jellema in Leeuwarden te beluisteren)? Of misschien Wachet auf, ruft uns die Stimme? Of toch Halleluja! Gott zu loben, bleibe meine Seelenfreud?
Het is uiteraard een niet te beantwoorden vraag, al kennen de beide eerste werken het kleine voordeel dat ze imposante interpretaties van twee ook bij ons bekende (en ijzersterke) koralen zijn, terwijl de melodie van ‘Halleluja! Gott zu loben’ (op. 52, nr. 3) - een bewerking van psalm 146 - in ons land nagenoeg onbekend is. Dat doet evenwel aan het luisterplezier en de bewondering voor ‘formeel gezien de kroon op Regers werk’ (Karl Straube) weinig af en het gold evenzeer voor de vertolking van Dirk S. Donker, gisteravond op het orgel van de Martinikerk te Sneek.
Orgelconcerten van Donker kennen meestal een duidelijke opbouw. Dat was ditmaal niet anders, want de chronologische lijn van zijn programma liep van de late 17de eeuw (Vincent Lübeck), via Bach en Mendelssohn naar de Franse romantiek (Franck, Guilmant), om ten slotte bij Max Reger in de Duitse Hoogromantiek uit te monden. Daarmee viel voor de luisteraar een globale ontwikkeling in pakweg twee eeuwen orgelliteratuur waar te nemen.
Dat gold, weliswaar in iets andere vorm, ook voor Donkers bespeling. Wekte hij in het openingswerk, de Präludium und Fuge C-dur van Lübeck, nog een enigszins onwennige indruk, de warmte in de Martinikerk deed vervolgens een forse aanslag op de concentratie van de organist bij Bachs Triosonate V C-dur (BWV 529). Vooral in de beide snelle delen moest Donker wel eens een nootje - en soms méér dan een - laten lopen, maar gelukkig slaagde hij erin steeds weer op het juiste pad terug te keren.

Intieme momenten

Duidelijk beter op dreef (en gewend aan de warmte?) was Donker in het tweede deel van zijn programma. Mendelssohns breedvoerige Choral mit Variationen über ‘Wie groß ist des Allmächtigen Güte’ vormde een passende opmaat naar het Troisième Choral van César Franck. Die muziek is het Martini-orgel en zijn bespeler, zoals bekend, op het hart geschreven. Het gebruik van de zweltrede en de romantisch-getinte dispositie van het Zwelwerk maakten vooral de verstilde gedeelten tot intieme momenten, ook al overheerste bij de luisteraar - vooral in het begin - het verlangen naar nog iets meer rust in Donkers spel.
Waarna we weer terug zijn bij Reger. Dynamiek en complexiteit die zo kenmerkend zijn voor zijn ‘grote’ composities, werden door Dirk Donker overtuigend en met veel aandacht voor de tekst van de verschillende coupletten voor het voetlicht gebracht. Reger zelf hechtte erg veel waarde aan het afdrukken van de liedtekst, wanneer een of meer van zijn koraalfantasieën werden gebracht. Daaruit blijkt hoezeer de tekst van een lied juist de aanpak van de melodie ervan kan bepalen en Reger - op dat moment nog maar 26 jaar oud - toonde zich ook dáárin een trouwe volgeling van zijn grote voorbeeld Johann Sebastian Bach.
Nog een keer de vraag: wat is Regers mooiste? Het is wel bekend dat hij zelf diverse keren uitvoerende musici, die met hem in contact traden, dringend verzocht om bij voorkeur opus 52, nr. 3 te spelen (,,Mir persönlich wäre es viel angenehmer, wenn Du als Schlussnummer ‘Halleluja! Gott zu loben’ spieltest’’). Dirk S. Donker volgde die raad weliswaar op, maar waar staat geschreven dat je het altijd met de componist eens moet zijn?
Orgelconcert: Dirk S. Donker
Plaats: Martinikerk Sneek
Belangstelling: 50 bezoekers

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

cultuur
Familieberichten
Advertenties