De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Geloof & Kerkdinsdag, 12 augustus 2003

Vijfdaagse conferentie in Doorn
Bouwstenen voor interculturele theologie
Van komende donderdag tot en met maandag spreken in Doorn een vijftigtal missiologen, over de verhouding tussen antropologie en missiologie.
GERARD VAN ’T SPIJKER
De conferentie is de invulling van de jaarlijkse bijeenkomst van Credic, een vereniging van Franstalige missiologen. Dit jaar wordt de bijeenkomst gehouden in Nederland, op uitnodiging van het Nijmeegs Instituut voor Missiologie en het Centrum IIMO (Centrum voor Interculturele Theologie, Interreligieuze Dialoog, Missiologie en Oecumenica) bij de faculteit Godgeleerdheid van Universiteit van Utrecht. Een van de belangrijkste sprekers is de Afrikaanse theoloog F. Eboussi Boulaga uit Kameroen. Een voorbeschouwing op het onderwerp van de conferentie.
Duizenden zendelingen en missionarissen zijn in de loop van de negentiende en twintigste eeuw van het noordelijke naar het zuidelijke halfrond getrokken om de christelijke boodschap te verkondigen. Ze waren gericht op verandering: op de bekering van de heidenen tot het licht van het evangelie. Aan de theologische faculteiten van de universiteiten in het Westen voerden ze een nieuwe tak van wetenschap in: missiologie, de discipline die nadenkt over de verkondiging van het evangelie in verschillende culturen.
In diezelfde periode zijn honderden wetenschappers bezig geweest met het bestuderen van culturen in Azië, Latijns-Amerika en Afrika. Aan de universiteiten werden ze antropologen genoemd, mensen die zo onbevooroordeeld mogelijk de niet-westerse culturen in kaart brachten. Ze schreven dikwijls over volken met een rijke cultuur, met een uitgebreid stelsel van waardepatronen die werden overgedragen van generatie op generatie, en met een mondelinge overlevering waarin een eeuwenlange geschiedenis was verwerkt. Schriftloze volken met een grote gevoeligheid voor taal en poëzie. Antropologen hebben ertoe bijgedragen de zogenaamde primitieve volken in een nieuw daglicht te zien.

Behoud of verandering

Antropologen worden wel eens als de behouders van de oude niet-westerse culturen gesteld worden tegenover de zendelingen die met hun missiologie de primitieve volken uit hun blinde heidendom wilden verlossen, en naar hen toegingen om verandering teweeg te brengen.
Toch is het onjuist de antropologen neer te zetten als behouders van de cultuur tegenover de zendelingen die met hun missiologie cultuurverwoestend hebben gewerkt. Protestanten zagen als eerste taak de bijbel te vertalen. Ze begonnen dus met een grondige studie van de taal van de volken die ze de boodschap van de bijbel wilden doorgeven. En wie de taal bestudeert, bestudeert de ziel van een volk. Hij komt de wijsheid tegen die is vastgelegd in spreekwoorden, en in de mythen en verhalen en legenden van de andere volken. En wie leert de taal op schrift vast te leggen, werkt juist aan het behoud van de cultuur. Veel geschriften van de eerste zendelingen gelden als standaardwerken van de vroege antropologie. In feite zijn veel zendelingen pioniers van de antropologie geworden.

Afstand

Zendelingen hebben zich daarentegen wel weer fel verzet tegen bepaalde methoden en denkbeelden van de antropologen. De Duitse zendeling Ernst Johanssen die na jarenlang in het huidige Tanzanie te hebben gewerkt, een zendingspost opende in Rwanda in 1907, verweet de antropologen dat ze zich op een afstand hielden van de die in hun ogen ‘primitieve’ volken. Als wetenschappers beschouwden ze de mensen daar slechts als objecten, voor hen slechts interessant voorzover ze er boeken en artikelen over konden produceren. Maar ze hadden geen oprechte belangstelling voor de anderen als mensen, aldus Johanssen. Juist de zendeling ziet de ander als medemens met wie hij zijn leven, ook zijn leven met God, wil delen, leeft met haar mee in alle wel en wee.
Dat was in het begin van de twintigste eeuw. Belangrijk doel van de antropologie was toen de oorsprong van de religie op te sporen: in de achtergebleven wereld trof je nog mensen aan in een primitief stadium, met een ‘primitieve godsdienst’, die later van polytheïstische naar een monotheïstische religie zou over gaan, om ten slotte te volgroeien tot het geseculariseerde wereldbeeld van de westerse universitaire antropoloog die alle godsdienst ontgroeid was. Sommige antropologen, als de Franse Lévy Bruhl, dachten te kunnen aantonen dat de ‘primitieve samenlevingen’ nog in een prelogisch stadium verkeerden.
Geen wonder dat zendelingen die bij de tijd waren daartegen fel van leer trokken. Enige decennia eerder hadden de zendelingen moeten opboksen tegen de westerse opvattingen dat je negers rustig als slaaf kon verkopen, omdat ze van een lager ras waren. De vroege Europese en Amerikaanse zendingsbeweging is nauw verbonden geweest met de strijd tegen de slavernij. Ze waren onvermoeibare verdedigers van de rechten van de mens.

Haat-liefde

Zo is er dikwijls een haat-liefdeverhouding geweest tussen missionarissen en antropologen. Zendelingen verwijten de antropologen dat ze geneigd zijn godsdienst terug te brengen tot een ethisch en politiek en ecologisch systeem, maar dat ze geen oog hebben voor de kern van de mens: zijn religie. En veel antropologen blijven de zendelingen verwijten dat ze de mens losmaken uit zijn cultuur en religie. Zendelingen stellen daar weer tegenover dat het behoud van de mens niet is gelegen in het krampachtig vasthouden van een oude cultuur, maar in een zich openstellen voor andere culturen.
In veel gevallen zijn zendelingen heel diep in de ‘andere’ cultuur gedoken, en hebben die leren waarderen. Daarom kwamen ze soms zelf ook kritisch te staan tegenover hun eigen westerse cultuur, en de wijze waarop het christelijk geloof in het Westen vorm gekregen heeft.
De discussie tussen missiologen en antropologen leidt tenslotte tot de diepste en meest kritische vragen waar theologen mee bezig kunnen zijn in hun reflectie op het christelijk geloof. Alle culturen kennen een vraag naar een menselijk tekort, de vraag naar verlossing. Maar die behoefte aan verlossing wordt in de verschillende culturen steeds anders onder woorden gebracht. Gaat het om verlossing uit de dood, of van angst, of van boze machten, of van het kwaad, of van de zonde? En als Jezus de Verlosser is, is Hij dan in alle culturen dezelfde? Zo brengt ook deze conferentie bouwstenen aan voor een interculturele theologie. De vraag naar een interculturele theologie wordt het meest gesteld door deskundigen van de kerken van andere culturen. Hun kennis van andere culturen dringt in het Westen ook niet aan op behoud van de eigen theologie, maar op openheid voor een nieuwe, onvermijdelijk een interculturele theologie.
Dr Gerard van ’t Spijker werkte jarenlang in dienst van de Presbyteriaanse kerk van Rwanda, en is thans verbonden aan het Centrum IIMO te Utrecht. Hij is eindredacteur van het Tijdschrift voor Interculturele Theologie: Wereld en Zending. Belangrijke lezingen van de conferentie zullen in het decembernummer van Wereld en Zending worden gepubliceerd.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties