De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Analysedinsdag, 12 augustus 2003

Van Ardenne en De Hoop Scheffer in Afrika
Landenbeleid heroverwogen

Minister van Ardenne en collega De Hoop Scheffer reizen deze week rond in Rwanda, Uganda en Congo. Dit weekeinde nam Van Ardenne alvast een kijkje in Tanzania en Burundi. Het is al de tweede keer dit jaar dat Afrika wordt aangedaan. De ministers willen kijken hoe het zit met de ontwikkelingen in die landen. Er gaat tenslotte Nederlands geld naar toe. De eerste twee landen staan op het lijstje waarmee Nederland een ‘structurele ontwikkelingsrelatie’ heeft. Het is kortweg een ‘voorkeursland’. Congo staat niet op de lijst maar krijgt wel weer ‘structurele noodhulp’. Hoe zit dat ook weer met dat Ontwikkelingsbeleid?

RIA KRAA
Op 17 juni stuurde Van Ardenne haar beleidsvoornemens naar het kabinet. Ze is zich natuurlijk nog aan het inwerken; ze is maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en andere deskundigen aan het consulteren en geeft zich nog tot het Herfstreces om definitieve voorstellen op tafel te leggen, maar de kaders zijn helder. Nog steeds geeft Nederland 0,8 procent van het Bruto Nationaal Product aan ontwikkelingslanden, recessie of niet. In absolute cijfers zal het wat minder worden dan voorzien, omdat het BNP wat later zal uitvallen dan het kabinet aanvankelijk verwachtte. Wat gebeurt er allemaal met dat geld?
In de eerste plaats gaat er elk jaar pakweg 300 miljoen euro op aan het kwijtschelden van schulden. Dat is afgesproken in het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet Balkenende II. De rest van de pot moet zodanig besteed worden dat armoede op zo duurzaam mogelijk wijze besteed wordt. Dat klinkt net zo vaag en breed als het is. In de beleidsbrief staan allerlei criteria waar bij de besteding van het ontwikkelingshulpbudget op wordt gelet. Van Ardenne hecht bjivoorbeeld aan ‘integraal beleid’. Haar portefeuille staat niet op zichzelf, realiseert ze zich. ,,Zo is in conflictgebieden de strijd tegen armoede effectiever in combinatie met bijvoorbeeld politieke dialoog, conflictpreventie en vredesopbouw.’’ Vandaar dat ze deze week collega De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken bij zich heeft.
Beide bewindslieden beraden zich ook over de wenselijkheid om een ‘stabiliteitsfonds’ op te richten. Een van de voorwaarden voor het krijgen van structurele ontwikkelingshulp is dat een land ‘stabiel’ is – en dat is juist in arme landen vaak niet het geval. Met gelden uit het stabiliteitsfonds kunnen dan bijvoorbeeld activiteiten betaald worden ‘die gericht zijn op het voorkomen van geweld en het bevorderen van de veiligheid’.
Dat ze naar Afrika gaan heeft te maken met het feit dat het continent het predikaat ‘zwaartepunt van het beleid’ heeft gekregen. ,,Als armste werelddeel verdient Afrika extra aandacht in de strijd tegen honger, ziekte, conflict, natuurdegradatie en ongelijkheid.’’ Ze wil zich vooral richten op de beleidsterreinen onderwijs, milieu, aids en reproductieve gezondheidszorg. Ook in die thematische uitwerking ligt de focus op Afrika.
Het is daarom logisch dat Van Ardenne juist daar gaat kijken of het geld op een effectieve wijze op de goeie plek terechtkomt. Dat heet in jargon: ,,Vanuit het streven naar behoud van kwaliteit en effectiviteit is het noodzakelijk de hulpkanalen periodiek op hun merites te bezien’’. Keuzes zijn daarbij onvermijdelijk, aldus de minister. Haar voorganger in de kabinetten-Kok, minister Herfkens, had daar al een handje van. Zij zette in 1998/1999 het mes in de toen zeer lange lijst van landen die geld kregen. Nederland had in die tijd een bilaterlate relatie met niet minder dan 118 landen. Controleer dan nog maar eens wat er met je geld gebeurt. Intussen is het nog maar een korte ‘landenlijst’ waarmee Nederland een structurele hulprelatie aangaat. Er staan een stuk of twintig landen op. Het verandert nogal eens, want de omstandigheden in die landen veranderen. Nederland kijkt naar drie criteria voor de lijst: de mate van armoede, de kwaliteit van het sociaal-economische beleid, en goed bestuur.
Maar er zijn, om het ingewikkeld te maken, daarnaast nog andere lijstjes van landen die financiering krijgen voor projecten die onder een bepaald thema vallen (Milieu, Bedrijfsleven, en Mensenrechten, Vredesopbouw en Goed bestuur). En dan is er ook nog een lijstje landen dat noodhulp krijgt. Van Ardenne vindt dat zelf ook wat ingewikkeld, zegt ze. Ze wil zo snel mogelijk een simplificatie van dat systeem zodat er één overzichtelijke lijst ‘partnerlanden’ ontstaat. De minister wil trouwens ook meer overzicht op de geldstromen die via andere organisaties in ontwikkelingslanden terechtkomen (bijvoorbeeld via Verenigde Naties, de Europese Unie of de Wereldbank en ook Novib, SNV en PSO). Simplificatie, luidt ook daar het parool. Ze wil liever vooral een belangrijke donor zijn voor succes-organisaties. Organisaties waar je de ‘Nederlandse meerwaarde’, zoals dat heet, ook echt kunt merken. ,,In andere gevallen is het een overweging de bijdrage te verminderen dan wel deze geheel stop te zetten.’’
En hoe zit het nu in de landen waar de ministers deze week vertoeven?
Met drie van de vijf landen - Tanzania, Rwanda en Uganda - heeft Nederland een meerjarige ontwikkelingsrelatie. Die staan dus, zeg maar, op de shortlist. In de Democratische Repubilek Congo, Rwanda en Burundi is Nederland betrokken bij humanitaire hulpverlening, stabilisatie, ontwapening en herintegratie van strijders. En in Burundi wordt de inzet van Zuid-Afrikaanse militaire eenheden financieel ondersteund.
Of dat zo blijft zullen we voor het herfstreces merken. Van Ardenne is van zins om voor die tijd voorstellen op tafel te leggen voor ‘heroverweging’ van de lijst met partnerlanden. Aan de drie bestaande criteria wil ze er twee toevoegen: complementariteit en concentratie. ,,Onder concentratie versta ik de bundeling van kennis en middelen in een beperkt aantal landen teneinde met het oog op de effectiviteit voldoende kritische massa te bereiken. Die kritische massa wordt ook bereikt door complementariteit, de meerwaarde die kan ontstaan door samenwerking met andere donoren, of dat nu zijn overheden, multilaterale of maatschappelijke organisaties’’, zo heeft ze het parlement laten weten in haar meerjarenbeleidsbrief.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

analyse
Familieberichten
Advertenties