De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 23 november

Hoofdartikeldinsdag, 12 augustus 2003

Offeren aan Thialf…
Goed twee jaar geleden, in het voorjaar van 2001, doneerden de provincie Fryslân en de gemeente Heerenveen twee miljoen euro aan ijsstadion Thialf. In toenmalige valuta offerde iedere Friese burger bijna 7 gulden voor een investering die vooral de techniek van de ijsbaan up-to-date moest brengen.
De installatie voor de ijsbereiding werd vernieuwd, waardoor de kwaliteit van de vloer nóg fenomenaler zou worden en het energiegebruik en de milieubelasting omlaag zouden gaan.
Zelf investeerde Thialf destijds met nog veel royalere hand. In totaal werd er voor bijna 8 miljoen euro verbouwd. Maar veel daarvan (uitbreiding van de kantoren bijvoorbeeld) kwam natuurlijk niet in aanmerking voor een bijdrage van de gemeenschap.
De subsidies werden bijna moeiteloos door Provinciale Staten goedgekeurd en ,,door de gemeenteraad gefietst’’ (een uitdrukking die toenmalig VVD-gedeputeerde Van Klaveren in dit verband gebruikte). En toen er later dat jaar nog wat bijgelegd moest worden omdat de verwachte bijdrage van het ministerie van VWS (sport) tegenviel, werd ook dat gaatje snel gevuld. Want er was haast bij, het seizoen naakte en dan moet er wel weer geschaatst worden natuurlijk.
Wat de politieke besluitvorming ook versoepelde, was het feit dat de provincie een groot deel van haar subsidie kon putten uit de zogenoemde ‘Langmangelden’. Het kost Fryslân al moeite genoeg om geschikte bestemmingen te vinden voor de Europese en rijkssubsidies in die virtuele miljardenpot, dus de Friese bestuurders zijn allang blij wanneer het weer eens lukt de Groningse en Drentse partners te interesseren voor een project met ‘noordelijke uitstraling’. Dat de verbouwing van Thialf geen noemenswaardige werkgelegenheid zou opleveren, terwijl dát toch bestemming en doel van de Langmangelden is, daarover deden de politici nauwelijks moeilijk. Ze merkten het op, maar namen het voor kennisgeving aan. Thialf geeft Fryslân allure, dat is ook wat waard.
In geen van de politieke beraadslagingen twee jaar geleden is de vraag gesteld of de verstrekte subsidies in goede handen zouden belanden. De kwaliteit en betrouwbaarheid van de betrokken ondernemer waren geen punt van discussie. Sterker nog: de meeste raads- en statenleden leken nauwelijks te beseffen dat ze bezig waren gemeenschapsgeld te steken in een private onderneming. Thialf is een begrip, geen winkel waar je rijrondjes koopt. Een PvdA-statenlid heeft nog wel terloops gevraagd of de provincie in ruil voor haar bijdrage niet een paar aandeeltjes Thialf kon krijgen, maar de liberale gedeputeerde maakte korte metten met die stoutmoedig socialistische poging tot nationalisatie van het schaatsbedrijf.
…een zakelijk bedrijf
Twee jaar later zien de zaken er minder opgewekt uit. Thialf gaat gebukt onder een enorme schuldenlast, veel groter dan de verbouwingskosten. Die verbouwing lijkt achteraf gezien een overmoedige vlucht naar voren te zijn geweest. De eigendomssituatie, waaraan twee jaar geleden geen woord werd gewijd, is inmiddels inzet geworden van een slepend conflict. De juridische zeggenschap ligt bij een stichting, maar het economisch bezit is speelbal van individuen met lef of geld of beide. Het gaat nota bene over ‘certificaten aan toonder’: de een zit erop, een ander legt er beslag op, een derde roept vrolijk dat hij ze gekocht heeft omdat hij wel van een gokje houdt.
Intussen voert de nieuwste directeur van Thialf, zoveelste in een snelle reeks, lobbies om opnieuw geld los te krijgen van de provincie en de gemeente die in zijn terminologie ‘potentiële investeerders’ zijn. En omdat hij wel weet dat subsidiepotten niet bestemd zijn voor sanering van oude blunders maar voor het begaan van nieuwe, verzint hij verse plannen die Thialf nóg aantrekkelijker moeten maken: opnieuw die onbedwingbare neiging tot de vlucht naar voren. Want een stapje terug, even de stekker eruit en de boel fris opstarten, dat kan natuurlijk niet.
Niemand durft het faillissement van Thialf aan te vragen, verkondigen de betrokkenen in koor. Maar dát is een gevaarlijke situatie! Want dat betekent dat hier een privé-zaak draaiende wordt gehouden waar fouten gemaakt worden als in iedere onderneming, terwijl er een aureool boven hangt van eeuwige kredietwaardigheid: alsof het toch eigenlijk een bedrijf is van de overheid met haar onuitputtelijke geldbron (de belastingbetaler) achter zich. Als de provinciale en gemeentebestuurders één prealabele verantwoordelijkheid hebben de komende tijd, dan is het wel dat ze duidelijk moeten maken dat het zó simpel niet gaat bij Thialf. Sportverdwazing bij supporters kan angstaanjagend zijn, maar sportverdwazing bij de overheid is rampzalig. Thialf was een mythologische figuur, maar het gaat nu over bedrijf dat een zakelijke bejegening verdient en geen godenoffers.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties