De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 25 februari

Hoofdartikelwoensdag, 5 november 2003

Een gevaarlijk FNV-experiment
Het Najaarsakkoord is gered door de uitslag van het referendum onder de FNV-leden. Daarmee zijn voor enkele jaren de grondtrekken voor het sociaal-economische beleid bepaald. Alle betrokkenen: kabinet, werkgevers en werknemers zijn blij met de uitkomst. In zeker opzicht terecht, maar er zijn kanttekeningen te plaatsen. Bijvoorbeeld het merkwaardige feit dat slechts 16.000 ja-stemmende FNV-ers het akkoord hebben gered. Dat aantal zorgde voor de meerderheid in de uitslag van de peiling. In totaal stemden 218.000 leden. Dat is nog geen 18 procent van de 1,2 miljoen FNV-ers. Van de stemmers was 56 procent voor en 41 procent tegen.
Voor, tijdens en na de raadpleging gebruikte de FNV grote woorden over het democratisch gehalte van het experiment. Geconfronteerd met het kleine aantal stemmers dat het najaarsakkoord heeft gered, zei Lodewijk de Waal van de FNV: zo kan het gaan in een democratische procedure. Dat is wel een heel opmerkelijke invulling van het begrip democratie. Een kenmerk van de democratische traditie in ons land is dat burgers zich laten vertegenwoordigen, bijvoorbeeld door leden van de Tweede Kamer. Maar van wie waren de stemmers onder de FNV-leden de vertegenwoordigers? Niet van hun collega-leden, ofwel: van niemand. Maar daarom was het ook een referendum, zo is het terechte tegenargument. Daarin kiest de burger of het lid zelf, dus zonder vertegenwoordiging. In Nederland wordt aarzelend met het referendum omgegaan, omdat er nogal wat bezwaren aan kleven. Als we het doen, dan is de geldigheid van de uitslag altijd onder de voorwaarde van een minimum aantal uitgebrachte stemmen. Dat was niet zo bij de FNV-ledenraadpleging. Van een referendum kan dan ook geen sprake zijn. Zo kan de stelling gehandhaafd blijven dat slechts 16.000 FNV-leden, dat is iets meer dan 1 procent uit de FNV-kaartenbak de uitslag hebben bepaald en daarmee het akkoord hebben gered.
Het experiment om het door de FNV-vertegenwoordiging bereikte onderhandelingsresultaat als ‘voorstel’ bij de leden neer te leggen, wordt allerwegen ‘spannend’ genoemd, of ‘moedig’. Het kan worden genoemd zoals men wil, maar één ding is in ieder geval aan de orde: het was een gevaarlijk experiment. De inzet van het experiment had meer te maken met de onzekerheid van de FNV-top over de eigen positie binnen de FNV dan met democratische kwaliteiten. En aan dat betrekkelijk gammele geheel hing het al of niet doorgaan van een centraal akkoord. Het is gelukkig goed afgelopen, maar niemand in Nederland zit te wachten op nog een keer zo’n experiment.
Hoofdlijnenbestuur
Bepaal de hoofdlijnen van beleid en controleer of het provinciebestuur die op een goede manier uitvoert. Dat is de hoofdtaak van de 55 leden van Provinciale Staten van Fryslân. Maar op het eerste gezicht leek het bij de Algemene Beschouwingen maandag net zo te gaan als altijd: een eindeloze marathonzitting waarin wagonladingen moties, gewijzigde moties, in elkaar geschoven moties en tot moties omgezette amendementen over Gedeputeerde Staten en over de collega-statenleden worden uitgestort. Ook ging het in de voorstellen, net als andere jaren, veel over ‘dingetjes’. Een proefje met gratis busvervoer hier, het afschaffen van het bruggeldklompje daar, een loket hier en een steunpunt daar. De hoofdpunten van beleid zouden bijna ondersneeuwen.
Bestuur (GS) en ‘parlement’ (PS) van de provincie opereren sinds 12 maart in het model van het dualisme en die nieuwe manier van werken gaat haperen. Maar de eerste contouren van de nieuwe bestuursconstellatie komen hier en daar voorzichtig tevoorschijn. Hardop beleden de meeste fracties hoezeer het nog wennen is, hoezeer ze nog aan de voet staan van de berg die ze willen beklimmen, en dat dualisme soms wat al te makkelijk ontaardt in ,,duellisme’’ (VVD). Ook roerden de fracties zich stevig over de grote kwesties (het verdwenen vertrouwen in de haalbaarheid van een snelle treinverbinding met de Randstad, de scepsis ten aanzien van de peperdure plannen voor een nieuw provinciehuis, het hameren op snel ingrijpen in Franeker dat al te lang op een zuidelijke rondweg wacht en het prioriteren van werkgelegenheidsbeleid).
Voor Gedeputeerde Staten is het ook wennen. Het waren niet de meest ingrijpende moties die het college overnam, en de rest werd op routineuze wijze ,,met kracht ontraden’’, zoals dat in jargon heet. Hetgeen de Staten er niet van weerhield ook op grote onderwerpen stelling te nemen tegen het GS-beleid. In zijn reacties op de beschouwingen sprak gedeputeerde Ploeg de Staten meermalen aan op hun rol. ‘U discussieert daar onderling over, u bepaalt dat, u stelt de prioriteiten.’ Of GS dat in de praktijk ook zo beleven, hangt mee af van wat GS met de aangenomen moties gaan doen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties