De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 20 april

Geloof & Kerkdonderdag, 20 november 2003

Restauratie van Sint Werenfriduskerk en Adema-orgel afgerond
Katholiek Workum komt weer thuis
Workum - De rooms-katholieke kerk van Workum straalt weer. Na een ingrijpende restauratie die liefst vijftien jaar duurde, is de Sint Werenfriduskerk weer helemaal in orde. Komende zondag wordt de volledig opgeknapte kerk weer in gebruik genomen en wordt het orgel weer bespeeld, voor het eerst sinds een jaar of vijf.
KARIN SITALSING
Na vijftien jaar zijn de kerkgangers niet anders meer gewend dan steigers, hekken en puin. In de afgelopen vijftien jaar is de kerk twee keer een half jaar buiten gebruik geweest. De katholieken kerkten toen bij toerbeurt in de hervormde kerk en de doopsgezinde kerk. Kerst, Pasen, begrafenissen: de samenwerking was voortreffelijk, vertelt Lambertus Brandsma, penningmeester van de bouwcommissie. Hij is de hele periode van vijftien jaar bij de restauratie van de kerk betrokken geweest.
Beide keren was het ook weer heerlijk om de eigen kerk in te kunnen als de werkzaamheden dat weer toelieten. ,,Met name de oude parochianen ervaarden dat als een soort thuiskomen. Vooral voor hen is het ook heel bijzonder dat hun godshuis in ere hersteld is, en dat ze daar weer met veel lof en eerbied verkeren kunnen.’’ De restauratie werd uitgevoerd onder auspiciën van Architectenbureau Kijlstra en Brouwer. Hoofdaannemer was Abma Ursem uit Exmorra.
Het zal voor de parochianen, een dikke duizend, best emotioneel zijn om ‘thuis te komen’ na al die jaren, zo voorspelt Brandsma. Nerveus is hij. ,,Ach, we hebben best spannende tijden gehad. Maar nu is de klus voltooid, het werk is eindelijk klaar.’’
De restauratie was hard nodig. Na de aanleg van diepriolering aan het Noard begon de toren te verzakken. Uit een meetrapport uit 1989 bleek dat de scheefzakking dat jaar tweemaal zo snel gegaan was als het jaar daarvoor. Ook de leien op de toren waren niet veilig. De ijzeren nagels waarmee ze vastzaten, roestten weg en bij een stevige wind waren de gevaren voor voorbijgangers groot. Geld om de leien opnieuw vast te maken was er niet direct, dus werd er een net om de toren gespannen om vallende leien te kunnen opvangen.
Vele malen werd de restauratie gehinderd door bouwtegenvallers of subsidieperikelen. In eerste instantie was het erg moeilijk subsidie los te krijgen, vertelt Brandsma. ,,Toen dat eenmaal gelukt was, begonnen we met de fundering. Al snel stuitten we letterlijk op een grote teleurstelling. De palen gingen de grond niet in, omdat er veel te veel hout, puin en steen in de bodem zat. Twee jaar hebben we toen verloren, want zo lang duurde het voordat er een oplossing gevonden was. Uiteindelijk kwamen er smallere palen. Toen ging het goed, maar het geld van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg dat bestemd was voor de toren, ging in de fundering zitten. We moesten dus weer wachten op nieuwe middelen.’’
In 1991, het jaar waarin een actiecomité werd opgericht om de bijdrage van de parochianen zelf bij elkaar te krijgen, werden de totale restauratiekosten geschat op een dikke twee miljoen gulden. Omdat de kerk sinds 1976 een monument is, werd gerekend op de Rijksdienst voor een bijdrage van 70 procent. Toen het rijk uiteindelijk deze toezegging deed, ging de gemeente Nijefurd ook akkoord met een subsidie. Zo ook de provincie.
In totaal kostte de restauratie meer dan de aanvankelijke schatting; geen twee miljoen gulden, maar 3,3 miljoen euro. Van dit totaalbedrag is bijna twee miljoen euro afkomstig van rijkssubsidie. De provincie droeg 150.000 euro bij en de gemeente Nijefurd eenzelfde bedrag.
Verder droegen onder meer het Bisdom Groningen, het actiecomité en de parochie zelf bij. Met rommel- en kerstmarkten werd geld ingezameld om de kerk te kunnen restaureren. In totaal legde de parochie zelf een dikke 450.000 euro bij.
Hij is prachtig geworden, vertelt Brandsma, ,,Het liturgisch centrum is verbouwd, er is een nieuwe geluidsinstallatie’’, somt Brandsma op. ,,De toren is opgeknapt, de gebrandschilderde ramen vernieuwd en de fundering aangepakt.’’
De neo-gotische kerk werd in 1877 in gebruik genomen. Architect was de uit Duitsland afkomstige architect Wilhelm Victor Alfred Tepe (1840-1920). Aannemer was de firma Balvers uit Eibergen, geassisteerd door Workumer bouwvakkers. De kerk is sinds 1976 erkend als monument, als gevolg van vele inspanningen daartoe van pastoor Jenning. Deze schreef ook een boekje over St. Werenfriduskerk, waarin uitgebreid wordt ingegaan op onder meer het interieur van de kerk.
De firma Adema uit Amsterdam plaatste in 1885 een orgel met vijftien stemmen, verdeeld over twee manualen en pedaal. Het instrument werd ingespeeld door Jos A. Verheijen, organist van de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam. Volgens adviseur J.J. van der Harst is het instrument integraal bewaard gebleven. Bij de restauratie is alleen technisch herstel uitgevoerd. Het meest opvallend aan het orgel is de ingenieuze mechaniek: midden tussen de beide orgelkasten staat de speeltafel opgesteld, waarbij de organist de kerk kan inkijken.
De mechaniek is vanuit de speeltafel in het midden naar links en rechts aangelegd. In de linkerkast (vanuit het koor gezien) bevindt zich het pijpwerk voor het manuaal en het pedaal, in de andere kast staan de pijpen voor het positief.
De dispositie luidt: Hoofdmanuaal: Prestant 8', Bourdon 16', Salicionaal 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Mixtuur 2-3 st., Trompet 8'. Positief: Viola di Gamba 8', Bourdon 8', Voix Céleste 8', Fluit 4', Piccolo 2', Basson Hobo 8'. Pedaal: Subbas 16', Openbas 8". Koppelingen : hoofdmanuaal aan positief en pedaal aan hoofdmanuaal.
De restauratie, die 150.000 euro kostte, is uitgevoerd door Adema’s Kerkorgelbouw in Hillegom. Het orgel wordt officieel begin 2004 opgeleverd.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties