De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 26 april

Regiodonderdag, 20 november 2003

Waddenvaantjes moeten terug in de mast

Nog niet zo lang geleden wapperde op vrijwel ieder schip een vaantje van de Waddenvereniging. Wie nu een haven in het waddengebied bezoekt, moet goed zoeken om hier en daar nog een vlaggetje in de mast te vinden. Als ieder verdwenen vlaggetje staat voor een opgezegd lidmaatschap, dan is het niet zo moeilijk te begrijpen dat de Waddenvereniging het roer drastisch wil omgooien.

ARJEN BAKKER
Hoe de organisatie er in de toekomst uit komt te zien is nog niet helemaal duidelijk, maar zeker is dat het in ieder geval met minder geld, en dus met minder mensen moet. Zevenhonderdduizend euro moet de vereniging, sinds de oprichting in 1965 gevestigd in Harlingen, bezuinigen: 15 van de 33 arbeidsplaatsen verdwijnen. Door deze drastische maatregelen kan de Vereniging tot behoud van de Waddenzee de gevolgen van het verlies van bijna twintigduizend leden sinds de hoogtijdagen, eind jaren tachtig, voorlopig opvangen, maar daarmee is het lek nog niet boven, weten ook directeuren Henk Tameling en Hans Revier. ,,We hebben nu vijftigduizend leden, maar de opzeggingen blijven nog steeds binnenkomen,” zegt Tameling, ,,We kunnen dus hoe dan ook niet zo doorgaan”. Samen met het bestuur werken de beide heren aan een oplossing. Een moeilijke taak, want de Waddenvereniging worstelt met een slecht imago, met twijfels aan het bestaansrecht en een complexe verenigingsstructuur die de bewegingsvrijheid beperkt. Toch is de Waddenvereniging vol optimisme over de toekomst.

Imago

Het verdwijnen van de vlaggetjes op de boten symboliseert één van de grootste problemen van de Waddenvereniging: de band met de meest logische achterban, de bewoners van het gebied, is grotendeels verbroken. Dat heeft de club aan zichzelf te wijten, vindt Anne Osinga, de voorzitter van de Friese Bond van Vogelbeschemings Wachten. ,,De Waddenvereniging heeft veel te weinig gekeken naar de manier waarop de bewoners met het wad omgaan. Stel je voor dat ons bestuur zou beslissen dat niemand meer het veld in mag, omdat dat de vogels verstoort. Dan zijn we snel onze 27.000 leden kwijt.” Osinga bedoelt te zeggen dat oorspronkelijke bewoners van het waddengebied het de Waddenvereniging niet altijd in dank af dat ze de overheid op het idee heeft gebracht om natuurbeschermingaregels in te voeren. Dat gevoel hebben directeuren Tameling en Revier zelf ook. ,,Ze vinden het mooi dat we olie- en gasboringen tegen proberen te houden, maar van hun tradities moeten we afblijven,” zegt directeur Tameling. ,,We hebben het idee dat wij de schuld krijgen van allerlei strenge overheidsregels voor bijvoorbeeld droogvallen of handmatig vissen. Het gekke is: in principe zijn we het met de bewoners eens dat kleinschalige activiteiten best moeten kunnen. Maar we hebben het imago van een club die vindt dat het wad verboden toegang moet zijn. Ik denk dat daardoor zoveel eilanders en kustbewoners geen lid meer zijn.” Het valt de vereniging best te verwijten dat ze niet meer is opgekomen voor de belangen van de bewoners, vindt de directeur. ,,Misschien hebben we ons oor te weinig te luister gelegd. Hebben we ons teveel op beleid en te weinig op beleving gericht. Dat breekt ons nu op, want het beleid staat nu wel aardig in de steigers.”

Bestaansrecht

,,Een van de eerste clubs waar ik lid van werd, was de Waddenvereniging”, zegt Ultsje Hosper, de directeur van It Fryske Gea. ,,Ik ben het nog steeds, maar ik hoor zo nu en dan wel van kennissen dat zij hun lidmaatschap hebben opgezegd.” Hospers kennissen geloven niet meer zo in het bestaansrecht van een actiegroep die de Waddenzee verdedigt. ,,Ze vinden dat de overheid het wad nu ook wel goed beschermt. Het is wel klaar.” De directeur van It Fryske Gea is het niet met zijn kennissen eens, maar hij snapt hun redenering wel: ,,Met alle respect: de Waddenvereniging heeft het thema eigenlijk te goed op de kaart gezet. Er zijn allerlei beschermende bepalingen voor het waddengebied ingesteld, de algemene milieubewegingen als Greenpeace en Milieudefensie bemoeien zich er ook mee. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen het nut meer inziet van een aparte waddenclub.”
Directeuren Tameling en Revier moeten inderdaad vaak uitleggen waarom zij vinden dat er wel degelijk een Waddenvereniging nodig is. ,,We zouden de eerste zijn om ermee op te houden als we ervan overtuigd waren dat de Waddenzee definitief gered is. Maar helaas is het nog lang niet zover. Er zijn nu wel allerlei regels, maar er zijn ook nog altijd bedreigingen,” zegt Revier. ,,Neem bijvoorbeeld de bezuinigingen op de betonning. Of het schip Assi Eurolink dat niet geborgen wordt, omdat de minister dat te duur vindt. Er moet altijd een waakhond blijven die daar actie tegen onderneemt.” Het argument dat ook andere, meer algemene milieuorganisaties dat zouden kunnen doen, bestrijdt hij. ,,Wij hebben een heleboel specifieke expertise in huis. Als je ons vergelijkt met bijvoorbeeld Milieudefensie, dan zie je dat wij veel meer kennis hebben over het zeemilieu.”

Vereniging

Dat neemt niet weg, zegt Revier, dat hij zich heel goed kan voorstellen dat gezinnen die op goede doelen moeten bezuinigen, eerder een specialistenclub als de Waddenvereniging eruit gooien, dan een algemene milieubeweging. Tameling valt hem bij. ,,Daarom moeten we manieren verzinnen om die mensen toch aan ons te binden. We werken keihard aan manieren om de leden meer bij de club te betrekken. Tot nu toe is de enige echte verenigingsactiviteit de jaarvergadering, en die wekt eerder negatieve dan positieve energie op.”
Het overgrote deel van de leden van de Waddenvereniging ziet zichzelf meer als donateur. Ze storten een bijdrage omdat ze het met het werk van de organisatie eens zijn, maar ze willen geen actieve bijdrage leveren. Dat leidt ertoe dat de jaarvergadering ieder jaar weer een zeer moeizame bijeenkomst is, zegt Tameling. ,,De mensen die daar komen hebben kritiek op het beleid, maar alles wat ze kunnen doen is de jaarrekening vaststellen. Dat worden dus ellenlange discussies over details op de begroting, en uiteindelijk is niemand echt tevreden.”
Dat een dergelijke onaantrekkelijke manier van vergaderen behalve vervelend ook gevaarlijk kan zijn voor de stabiliteit van de vereniging bleek in 2000. Een groep mosselvissers die speciaal lid was geworden, profiteerde van de kleine opkomst op de jaarvergadering en stemde zijn voorman het bestuur in. Hij zaaide vervolgens voor verwarring door in de media uit naam van de Waddenclub zijn eigen belangen te verdedigen, werd geschorst, maar moest op last van de rechter in het bestuur blijven tot de leden hem weer wegstemden.
Juist om dit soort pijnlijke situaties te voorkomen, heeft het zusje van de Waddenvereniging, Stichting De Noordzee, niet gekozen voor een ledenorganisatie: ,,Wij willen onze eigen standpunten kunnen innemen op basis van onze expertise”, legt woordvoerder Michel Langendijk uit. ,,Daarbij informeren we uiteraard wel naar de mening van de mensen die ons steunen, maar we maken zelf de keuzes. Dat voorkomt dat we zelf een partij wordenin een politieke strijd.” De Waddenvereniging heeft bij de bespiegelingen over de toekomst ook overwogen om over te stappen op een stichtingsvorm, zegt Tameling. ,,De conclusie daarvan was dat we hoe dan ook een vereniging willen blijven. Als we het goed aanpakken kunnen we nog een hoop genot van deze organisatievorm krijgen. Ik wil een inhoudelijk debat met de leden die dat willen. Ik zit ook te denken aan projecten waaraan de leden kunnen meedoen. Dat kunnen studieclubs zijn, of teams die een plan opstellen voor duurzame visserij. Wij bieden dan de faciliteiten, maar de leden bepalen de uitkomst. In plaats van een klein groepje dat aan de leden uitlegt hoe het zit, gaan we met de leden zelf aan de slag.” Wie daar geen behoefte aan heeft, mag altijd ook nog gewoon de Waddenvereniging met geld blijven ondersteunen, benadrukt de directeur. ,,Maar we gaan er wel voor zorgen dat ook zij er iets voor terugkrijgen. Korting op waddenproducten of iets dergelijks.”

Genieten

De Waddenvereniging gaat inzetten op drie sporen: de ouderwetse waakhondfunctie, het platform voor leden en de promotie van het waddengebied als plaats om bewust en duurzaam in te wonen, werken en genieten. ,,In dat laatste zijn we nog tekortgeschoten,” zegt directeur Tameling. ,,Je komt natuurlijk ook makkelijker in het nieuws als je ergens tegen bent dan wanneer je een inititief toejuicht. Vanaf nu gaan we goede ideeën voor duurzaam gebruik van het wad actief stimuleren.” Misschien komt er zoiets als een keurmerk voor ‘goede’ toeristische activiteiten. Maar ook hulp aan vissers, bij de ontwikkeling van een minder belastende vistechniek, zou een uitwerking kunnen zijn. De nieuwe werkmethode moet uiteindelijk leiden tot een stabiel ledenbestand van 60.000 mensen. Tameling: ,,We willen een breed draagvlak, ook onder de bewoners en gebruikers van het gebied. En van die laatste hopen we uiteraard dat ze weer een vaantje in hun scheepsmast hangen.’’

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties