De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

zaterdag 16 december

Cultuurmaandag, 12 januari 2004

Orgelromantiek Theo Jellema imponeert
WIM SLAGTER
Het Vermeulen-orgel uit 1935, dat zich alweer bijna dertig jaar in de Leeuwarder Koepelkerk bevindt, leent zich door zijn dispositie bij uitstek voor het uitvoeren van werken uit de romantiek. Immers: een fors pedaal, een overdaad aan achtvoets-registers, een imponerend aantal tongwerken en niet te vergeten de voor dit tijdvak zo kenmerkende zwelkast staan in principe borg voor een nagenoeg perfecte weergave van de vaak zeer illustratieve muziek uit de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Het zaterdagavondconcert van Theo Jellema, in het teken van de internationale orgelromantiek, mocht er zijn.
C.F. Hendriks (1861-1923), organist van onder meer de Lutherse kerk aan het Spui in Amsterdam, stond aanvankelijk onder invloed van de Duitse orgelcultuur, voordat hij op latere leeftijd zijn blik naar het (Franse) zuiden wendde. Zijn Deuxième Sonate is daarvan een sprekend voorbeeld; weliswaar enigszins pompeus, maar in zijn forse aanpak ook beslist imponerend.
De Prelude op Rhosymedre , een hymn uit Wales van Ralph Vaughan Williams (1872-1958) kent in zijn uniciteit daarnaast de barokke retorische eigenschappen die ook in het werk van bijvoorbeeld Flor Peeters zijn aan te wijzen. In lange notenwaarden wordt de prachtige melodie uitgevoerd, al had Theo Jellema zijn legatospel hier nog wel wat meer kunnen overdrijven. Hoe anders klonk Regers veel transparanter en fris geregistreerde Scherzo uit Zwölf Stücke, op. 65. Ofschoon ook deze Duitse componist zijn mystieke momenten kende, spreekt toch vooral uit zijn vrije werken een continue bruisende dynamiek, die bij zijn Franse tijdgenoten nog wel eens tijdelijk ‘inzakt’.
Toch vormden de door Jellema gespeelde composities van Widor en Vierne hoogtepunten in een toch al overtuigend concert. Met het fraaie tongwerk van het Zwelwerk en een veelvuldig (en dankbaar) gebruik van het zwelpedaal werd vooral met het Andante-Allegretto uit Widors Symphonie VII, op. 42, een schitterend staaltje Franse ‘hogeschoolromantiek’ vertolkt. Hetzelfde kan worden gezegd over de zes delen uit de Pièces de Fantaisie van Louis Vierne.
Het bekendst is en blijft uiteraard het Carillon de Westminster - door Theo Jellema ook terecht tot het laatst bewaard. Zelf was ik het meest onder de indruk van de Hymne au Soleil , waarin op indringende wijze het Franse muzikale impressionisme is getoonzet en de Impromptu, waarbij de technische vaardigheden van Jellema volop werden beproefd. Fantômes, waarvan Vierne expliciet zou hebben aangegeven dat het niet tijdens een kerkdienst mag worden uitgevoerd, klonk daarentegen eerder uiterst suggestief en soms een tikkeltje banaal.
Gebeurtenis: orgelconcert Theo Jellema
Plaats: Koepelkerk Leeuwarden
Belangstelling: ca. 45 personen

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

cultuur
Familieberichten
Advertenties