De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

zaterdag 16 december

Regiomaandag, 12 januari 2004

ANWB: Fryslân moet zijn ‘natuurgoud’ beter verkopen
VINCENT ERDIN
Leeuwarden – Voor de watersporter is Fryslân een eldorado, voor de wandelaar liggen er ongekende paden klaar en voor de vogelaar is Fryslân bijna een paradijs. Alleen de provincie, natuurorganisaties en de toeristische sector weten dit amper te promoten. Dat zegt Steef Engelsman, regionaal vertegenwoordiger Noord (Fryslân, Drenthe en Groningen) van de ANWB.
Fryslân zou meer met de aanwezige natuurgebieden moeten doen, meent Engelsman. De landelijke uitstraling dient zo groot te zijn dat iedere natuurliefhebber iets heeft van: ‘daar moet ik geweest zijn’. ,,Voor een bezoek aan het Verdronken Land van Saeftinghe (Zeeuws Vlaanderen) bestaat inmiddels een wachtlijst, zo populair is dat gebied. Iedere zichzelf respecterende vogelaar wil daar een keer geweest zijn’’, weet Engelsman.
In het Lauwersmeergebied komt het ganzentoerisme nu langzaam maar zeker op gang, maar dat zou nog veel grootser aangepakt kunnen worden, meent de ANWB-vertegenwoordiger. Een deel van het jongste nationaal park in Nederland zou ,,minimaal doorkruisbaar’’ moeten zijn, meent Engelsman.
Aan de randen van het Lauwersmeer zou plaats zijn voor grootschaliger activiteiten. Het plan voor een uitkijktoren bij het nog te bouwen bezoekerscentrum, vindt Engelsman een goede zaak. ,,Er is een promotiecampagne van het Nationaal Bureau voor Toerisme geweest met de slogan: ‘wij hebben het landschap voor u bewaard’. In Fryslân is nog veel in een tamelijk ongerepte staat bewaard gebleven. Dat zou zo moeten blijven. Dergelijke gebieden zouden alleen onder begeleiding te bezoeken moeten zijn. Als je dat goed verkoopt, zal het publiek daar begrip voor hebben.’’
De provincie Fryslân onderschat de kwaliteit van het authentieke landschap op ,,een bijna zorgwekkende manier’’, zegt Engelsman. ,,De charme van Fryslân is dat er nauwelijks visuele belemmeringen zijn. De oevers zijn er laag. Je kunt over het water uitkijken totdat je het kerktorentje in de verte ontwaart. Dat zou dus het handelskenmerk van de provincie moeten zijn.’’
Toerisme is nog altijd een groeimarkt. Volgens Engelsman willen toeristen best naar Fryslân komen als er iets te beleven valt. ,,Wat ik in Fryslân mis, is een provinciale totaalvisie.’’
De opwaardering van de vaarverbinding Lemmer - Groningen - Delfzijl heeft als nadeel dat er nauwelijks meer plaats is voor de recreatievaart op het Prinses Margrietkanaal, meent Engelsman. ,,De beroepsvaart wil een snelle verbinding over een soort voorrangsweg. In de containervaart zit voor de provincie geen extra inkomen. Maar als de pleziervaart van dit vaarwater wordt verdrongen en er geen goede alternatieven zijn, dan tast dat de naamsbekendheid van de watersport in Fryslan op een negatieve manier aan.’’

Hoge brug

De ANWB-voorman in het Noorden hekelt de hoge brug die in de dubbelbaans autoweg Leeuwarden-Drachten wordt aangelegd. Hoge containerschepen kunnen zonder moeite onder de nieuwe Fonajachtbrug door varen, maar voor grote zeiljachten is dat niet zo. De provincie Fryslân zal zich als watersportprovincie meer moeten ontwikkelen door nieuwe vaarroutes aan te leggen.
Het Friese Meren Plan van de provincie is een ,,goede aanzet’’. In dit kader staat onder meer de bouw van vijf aquaducten op het programma en het verhogen van vijftig bruggen, het opwaarderen van toeristische dorpscentra, het uitbaggeren van meren en vaarwegen (500 kilometer). In het plan wordt echter geen aandacht gegeven voor nieuwe routes, zoals het bevaarbaar maken van het Elfstedentochttraject Franeker-Bartlehiem en het Polderhoofdkanaal.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties