De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

zaterdag 16 december

Geloof & Kerkdonderdag, 17 juni 2004

Kerkjurist Katholieke Theologische Universiteit:
‘Ambt voor r.-k. vrijwilliger’
Utrecht - Parochies zonder eigen pastor of pastoraal werker hebben baat bij de instelling van kerkelijk ambten voor bijvoorbeeld ziekenpastoraat of opbouwwerk, denkt kerkjurist Olav Boelens van de Katholieke Theologische Universiteit (KTU) in Utrecht.
Het maakt de rechten en plichten van de vrijwilligers die dergelijke taken uitvoeren binnen de parochie namelijk een stuk duidelijker, zei hij woensdag tijdens een open collegeavond over vrijwilligers in de Rooms-Katholieke Kerk.
Vrijwilligers in de parochies hebben het niet makkelijk, zoveel werd tijdens de bijeenkomst wel duidelijk. Op de vraag van praktisch theoloog van de KTU Willem Putman naar de knelpunten die vrijwilligers in hun werk ondervinden, wisten de ongeveer 25 aanwezigen met gemak tien punten op te sommen. ,,Als je een vinger geeft, nemen ze je hele hand. Je moet als vrijwilliger heel goed oppassen dat je niet overbelast raakt’’, zei een parochiebestuurslid. ,,Het ontbreekt aan goede communicatie tussen de priester en het team van vrijwilligers’’, merkte een diaken op.
Volgens Boelens lopen veel parochies ook tegen de onduidelijkheid over het takenpakket en de positie van de vrijwilliger aan. Als er geen goed vrijwilligersbeleid op papier staat - en dat is in tientallen parochies het geval - weet vaak niemand precies wat de vrijwilligers doen en mogen, aan welke eisen ze eigenlijk moeten voldoen om hun taak te mogen uitoefenen, hoeveel uur per week en voor hoe lang ze beschikbaar zijn en naar wie ze hun bevindingen terugkoppelen.
Bovendien vragen parochianen of buitenstaanders zich nog wel eens af namens wie de vrijwilligers hun taken uitoefenen. Hebben ze hun werk op eigen initiatief opgepakt en handelen ze dus op persoonlijke titel of heeft het parochiebestuur hen gevraagd?
Deze onduidelijkheden verdwijnen als de vrijwilligers een kerkelijk ambt krijgen, zoals priesters en bisschoppen, stelde Boelens. Bestaande en nieuwe kerkelijke ambten kennen namelijk omschreven rechten en plichten, die onder meer helder maken welke verantwoordelijkheden de vrijwilliger heeft. Een kerkelijk ambt kent ook omschreven eigenschappen. Deze geven antwoord op de vraag over welke competenties een parochiaan moet beschikken of welke scholing hij moet hebben gevolgd om een bepaalde vrijwilligerstaak te mogen uitoefenen.
Omdat vrijwilligers met een kerkelijk ambt gezonden worden door de bisschop, is bovendien duidelijk namens wie zij hun werk doen en weten priester, parochianen en vrijwilligers dat niemand behalve de bisschop hen uit hun ambt kan ontheffen. Dit bevordert de erkenning van de vrijwilliger en vergemakkelijkt daarmee zijn of haar functioneren.
Het is Boelens niet helemaal duidelijk waarom de Rooms-Katholieke Kerk totnogtoe geen ambten voor vrijwilligers kent. Kerkrechterlijk gezien zijn er geen bezwaren, want volgens de Codex (het rooms-katholieke wetboek) staat het bisschoppen vrij (onbeperkt) nieuwe ambten in te stellen. ,,Misschien vreest de kerkleiding dat vrijwilligers met een ambt zich gaan mengen in de zaken van de priester’’, suggereert hij. ,,Of misschien is ze bang voor onduidelijkheid over de positie van de vrouw in de Rooms-Katholieke Kerk. Weet iedereen wel dat een vrouwelijke vrijwilliger die een kerkelijk ambt bekleedt, niet is gewijd en dus niet mag voorgaan in de eucharistie?’’, aldus Boelens.
Putman wees op de ,,geweldige omslag’’ die het breed inzetten van leken in vrijwilligerstaken voor de Rooms-Katholieke Kerk is geweest. Met het Tweede Vaticaans Concilie van 1962 was deze omslag een feit. Hoewel de emancipatie van leken zich al voor 1962 had ingezet, zorgde Vaticanum II voor een definitieve heroriëntatie op de kerk. Deze bestond niet langer uit de twee ‘standen’ priesters en leken, maar uit gelovigen die allemaal geroepen zijn tot het algemeen priesterschap.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

In de katholieke kerk is van heel erg ver in het verleden, het instituut van AMBTEN ontstaan. We lezen er al over in de brieven van Paulus. Voor het concilie hadden we nog de 4 lagere wijdingen,en het subdiaconaat. Er is dus een royale geschiedenis van ambten in de kerk. Mij persoonlijk zou een herleving van het subdiaconaat een mogelijkheid lijken om een ambt te creeren voor de vrijwilligers. Het verplichte celibaat zou er dan niet meer aan gekoppeld moeten worden, maar dit is geen probleem, zie het diaken ambt. We haken dan toch weer vast aan de traditie, een belangrijke overweging binnen de katholieke kerk.

johannes5, bilthoven - maandag, 21 juni 2004


Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties