De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 18 november

Bijschriftmaandag, 6 september 2004

Tegen
‘Zij dan liepen te hoop tegen Mozes en Aäron...’
Numeri 16:3
Korach, Dathan en Abiram zijn het er niet mee eens. Het moet maar eens uit zijn met de macht van Mozes en Aäron. Ze zeggen, als verwijt: ‘Waarom verheft gij u boven de gemeente des Heren?’ Ze spelen hoog spel als ze zeggen, dat het hele volk uit heiligen bestaat en dat de Here in hun midden is. Waarom moet altijd alles via Mozes en Aäron gaan?
Je hebt van die mensen die altijd tegen zijn. Iedereen die leiding geeft wordt door hen met wantrouwen bejegend. Ze laten zich niet leiden. En ze vergeten dat wie zich niet laat leiden, ook niet geschikt is om leiding te geven.
Het is niet erg als er tegenstemmen zijn. Maar wie altijd tegen is, moet zichzelf toetsen op de vraag welke verantwoordelijkheid hijzelf wil of kan dragen. En hij moet zichzelf afvragen of hij niet aangedreven wordt door een geest van jaloezie of door een geest van negativiteit. Het is in het algemeen ook gemakkelijker om ergens tegen te zijn dan om ergens voor te zijn. Beleid maken is veel moeilijker dan om het beleid van een ander te bekritiseren. Voor de tegenstemmers en de tegenstanders is helder hoe het niet moet, maar dat wil nog niet zeggen dat ze weten hoe het wel moet.
De jaloezie van Korach, Dathan en Abiram maakt destructieve krachten los, die zich tegen hen zelf keren. Anderen werden door hen aangestoken en lieten zich meeslepen in het verzet tegen de Gezalfden des Heren.
Het is niet moeilijk om ontevredenheid te op te roepen en chaos te creëren. Veel moeilijker is het om de destructieve krachten van jezelf en van anderen te beheersen en om te zetten in iets positiefs.
Arend Linde

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Familieberichten
Advertenties