De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 18 november

Hoofdartikelmaandag, 6 september 2004

Havenbaronnen…
Gemeenten moeten niet langer op eigen risico industrieterreinen aanleggen en exploiteren. Ze kunnen beter een gezamenlijk grondbedrijf oprichten, en een deel van hun zeggenschap overdragen aan de directie van die zogenoemde CV/BV. Dat voorstel deed de vertrekkende directeur van Ontwikkelingsmaatschappij Westergo, Adri Graatsma, vorige week in een interview met deze krant (1 september).
De CV/BV waarover Graatsma enkele jaren de directie voerde, ontwikkelde de Nieuwe Industriehaven van Harlingen. Vier Noordwest-Friese gemeenten en de provincie Fryslân investeerden elk een paar miljoen euro in deze onderneming die – gezien het aantal bedrijven dat zich al rond de nieuwe havenkom gevestigd heeft – succesvol genoemd mag worden.
Eén van de voordelen van de bepleite constructie zou zijn: de handelingsvrijheid van een CV/BV. De directeur heeft een ruim mandaat om zaken te doen met kandidaat-kopers. Bij een conventioneel geëxploiteerd industrieterrein daarentegen is de acquisitieambtenaar gebonden aan door de gemeenteraad vastgestelde prijzen. Hij moet ,,voor elk wissewasje naar de gemeenteraad’’, en dat geeft volgens de Harlinger havenbaron maar onnodige ,,stress’’.
Een ander voordeel van een gezamenlijke CV/BV zou zijn: het beperkte risico voor de deelnemende overheden. Als het slecht gaat met hun gemeenschappelijke onderneming kunnen ze hooguit het door hen geďnvesteerde bedrag kwijtraken; voor renteverliezen draaien ze niet op.
Beide voordelen van een verzakelijkt grondbedrijf verdienen relativering, juist in het licht van recente ontwikkelingen die het interview kruisten. Om te beginnen met het (financieel) risico voor de deelnemende overheden: dat wordt er nauwelijks minder op. Toen het Internationaal Bedrijvenpark Friesland (IBF) op een mislukking uitdraaide, begrepen de gemeente Heerenveen en de provincie Fryslân dat ze ‘hun’ onderneming niet domweg failliet konden laten gaan. Zo’n streek kunnen overheden hun schuldeisers niet leveren. En dus storten ze bij (minimaal 11,6 miljoen euro) en komen de kosten van het IBF-fiasco toch voor rekening van de Friese en meer specifiek de Heerenveense burger.
Een instelling van de overheid zal altijd haar schulden moeten voldoen, en ze kan dat doorgaans ook omdat de overheid over haar eigen inkomsten beslist. Slechte exploitatie van het grondbedrijf wordt verrekend in een hogere ozb of andere gemeentelijke lasten: zo simpel gaat dat. Ook als het grondbedrijf niet direct onder gezag van de wethouder staat, blijft de gemeente wel aansprakelijk en aanspreekbaar voor zijn verliezen.
Bij iedere publieke onderneming, hoezeer ook op afstand van de politiek gezet, dreigt het bodemloze-putgevaar: er kan altijd meer bij. En dus móet de politiek wel voordurend, hinderlijk oplettend rond de put blijven staan, hoeveel stress dat ook geeft bij de betrokken ambtenaar-directeuren.
…en openbaar bestuur
Het klinkt wel aantrekkelijk: een verantwoordelijk directeur met een groot vertrouwensmandaat, die niet voor elke wissewasje het fiat van de gemeenteraad hoeft te gaan vragen. Maar de lotgevallen van die andere havenbaron, net een slagje groter dan ‘onze’ Graatsma in Harlingen, mogen de Friese gemeenten tot voorzichtigheid aanzetten. Het gemeentebestuur van Rotterdam kon alleen nog maar via de Raad van Commissarissen toezicht houden op het imperium van Willem Scholten. Dat lijntje was klaarblijkelijk te dun: honderd miljoen euro’s vlogen op een onbewaakt moment als garantstellingen de deur uit.
De toestand in Rotterdam werd nog erger toen het eerste schandaal (een garantstelling van 25 miljoen euro) in mei bekend werd in de Raad van Commissarissen van het verzelfstandigde Havenbedrijf. President-commissaris Van Sluis, tevens de havenwethouder van Rotterdam, rapporteerde deze onaangename verrassing aan de betrokken gemeenteraadsleden. Maar hij deed dat met het nadrukkelijke verzoek de zaak ‘onder de pet’ te houden; het schandaal mocht de onderhandelingen met het kabinet over de Tweede Maasvlakte niet verstoren. En zo raakten achtereenvolgens de wethouder en de raadsleden opgesloten in de kelderkast waarin Scholten zijn financiële lijken had opgeborgen. Hoezo, geen risico’s voor de overheid bij een verzelfstandigd (grond)bedrijf?
De betrouwbaarheid van de overheid en haar instellingen staat of valt bij een openbare verantwoording voor haar handelen. Die openbaarheid mag dan nog zo vertragend werken, ze is verkieslijk boven de handjeklap waartoe ondernemende ambtenaren worden verleid wanneer ze eenmaal de raads- en statenleden van hun nek hebben geschud. Het succes van de nieuwe Harlinger industriehaven weegt niet op tegen onder CV/BV-bewind gepleegde schandaaltjes, zoals de heimelijke verkoop van IBF-grond aan SCI tegen een illegale spotprijs van vijf gulden per vierkante meter. Zulke wissewasjes kunnen voorkomen worden met een paar wakkere (oppositie-)fracties in de buurt.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties