De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 19 november

Dossiermaandag, 6 september 2004

Snelschaak
Als je in een onbevangen ogenblik zegt dat je wel eens een potje schaak speelt, dan zijn meewarige blikken je deel. Een vriendelijk knikje wordt jouw kant opgeworpen, maar ondertussen zie je andermans ogen het vertrek afschuimen, op zoek naar minder wereldvreemde gesprekspartners.
Toch blijft het een prachtige psychologische krachtmeting. Maar schaken is meer dan hersengekronkel, het is bovenal een theater van non-verbale communicatie. De zeldzame keren dat mijn stukken het bord domineerden, maakte ik daar graag gebruik van. Na een fraaie dame-gambiet, gevolgd door het splijtende ‘paard e7-d5’, schudde ik mijn armen naar buiten om ze vervolgens met een wijde boog, tergend langzaam en intens tevreden, achter mijn hoofd te planten. Dat mijn ongedekte toren een gemakkelijke prooi voor mijn tegenstander was, had ik op dat moment niet kunnen bevroeden.
Hoogmoed komt voor de val. Binnen twee zetten was mijn witte koning genoodzaakt een knieval te maken. Er is één nadeel. Een beetje partij wordt, vrij vertaald uit het Fries, niet tussen de aardappelen en de pap afgewerkt.
In Heerenveen hebben ze daar wat op gevonden. Dit weekeinde werden daar de Nederlandse jeugdkampioenschappen snelschaak gehouden. Iedere deelnemer krijgt vijf minuten schone hersentijd toebedeeld, en binnen deze tijdspanne moet een beslissende tik uitgedeeld worden.
Bij binnenkomst zie ik het eerste slachtoffer reeds zitten. Zijn hoofd licht letterlijk op tafel: topzwaar geworden van alle ingestudeerde openingen. Als de hersenen op volle toeren draaien, wordt de lichamelijke coördinatie kennelijk schromelijk verwaarloosd.
Het hele oeuvre aan menselijke tics passeert de revue: een zenuwachtige knipoog, torentjes draaien in een baard die nog moet groeien, of een oncontroleerbare op-en-neer gaande voet. Met het verstrijken van de tijd neemt ook de frequentie hiervan toe.
Als een razende worden de stukken nu over het bord geschoven om vervolgens hun grootste tegenstander, de schaakklok, een mep te verkopen. Na afloop van de partij wordt beetje bij beetje de wereld weer binnengelaten. De winnaar ontvangt een slap handje zonder ook maar één woord te wisselen. Het besef dat de psyche een meerdere heeft gevonden is maar moeilijk te verkroppen.
Vervolgens wordt koers gezet naar buiten, waar de organisatie, onder het mom van een gezonde geest in een gezond lichaam, een voetbalveldje heeft uitgezet. Verblind door het licht, wordt voorzichtig een poging gedaan de motoriek te synchroniseren. Tevergeefs, blijkt weldra. Benen en armen zwabberen gevaarlijk door het zwerk, hetgeen tevens verklaart waarom in voetbalkantines, na een afmattende wedstrijd, zo weinig geschaakt wordt.
Ik heb genoeg gezien, als salonschaker ging dit mij allemaal veel te snel: te weinig tijd om een geslaagde zet op te luisteren met niet mis te verstane lichaamstaal. Maar ik besef ook dat ik hier niet thuis hoor, mijn Spaanse opening vertoont te veel Franse slagen.
In De Skuur beschrijft Wim Schuurman uit Wytgaard elke week een sportevenement in de provincie.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

dossier
Familieberichten
Advertenties