De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 24 november

Geloof & Kerkdinsdag, 16 november 2004

Jouster jongeren brengen tegenbezoek aan Brazilië
Op bezoek in de longen van de aarde

In Maastricht werd vorige week een internationale conferentie gehouden over ‘maatschappelijk ondernemen’. Eén van de gastsprekers was dr Roberto Waack van het bedrijf Orsa Florestal uit Sao Paulo, Brazilië. Nog geen maand geleden was hij de gastheer van een groep van 36 Jousters. Ben Hogeterp, hoofd van het Provinciaal Dienstencentrum Fryslân van de Protestantse Kerk in Nederland, maakte op persoonlijke titel deel uit van de groep.

BEN HOGETERP
Wanneer we eindelijk op onze eindbestemming Laranjal do Jari aankomen, hebben we reeds drie tussenstations gehad: Sau Paulo, Belém en Macapa. Bij aankomst in Laranjal staat ons een hartverwarmend welkom te wachten door de kinderen die in Joure zijn geweest, compleet met hun families. Een koor zingt, er wordt geknuffeld, gelachen, gehuild. Het is bijna onvoorstelbaar dat zo’n korte tijd van kennismaking in Joure zo’n grote en innige band kan smeden!
In de dagen erna zal het werk van de Orsa Foundation ons in zijn volle omvang duidelijk worden. Al direct, tijdens een boeiende presentatie, zegt dr Roberto Waack, directeur van één der bedrijven: ,,Velen praten over het oerwoud van Brazilië, maar men vergeet vaak de mensen.” En steeds opnieuw zal ons in de komende dagen duidelijk worden dat die twee onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.
Daar is het CEM-project (Center of Excellence for Women), waar vrouwen wordt geleerd om inkomsten te krijgen uit kunstnijverheid door prachtige sieraden te maken uit de producten die het oerwoud het geeft. Ze worden lokaal verkocht. Verder is er een soort consultatiebureau met in onze ogen antieke weegschalen voor vrouwen in verwachting.
Daar is de school, waar basisonderwijs wordt gegeven. Ramen zonder glas, in elk lokaal oude houten stoelen met een schrijfplankje er aan vast en een bord. Dat is het wel zo’n beetje. Alles wat de leerkracht vertelt, moet worden opgeschreven in een dik schrift, dat de leerlingen altijd bij zich dragen. Boeken hebben ze niet. Op de ‘Orsa-school’, die net als andere basisscholen ‘publiek’ is en door de overheid wordt bekostigd, werken 53 leerkrachten en er wordt ’s morgens, ’s middags en ’s avonds les gegeven aan 600 leerlingen, in totaal 1800 per dag.
,,Hoewel we hier voor Braziliaanse begrippen hoge kwaliteit bieden en erg gedisciplineerd werken, zijn we toch geen concurrent van andere basisscholen”, vertelt dr Waack. ,,Op de andere scholen wordt alleen ’s morgens les gegeven. Kinderen van die scholen kunnen hier eventueel ’s middags of ’s avonds aanvullend onderwijs krijgen.”
Na schooltijd worden er culturele activiteiten ontwikkeld en er wordt aan sport gedaan. ,,Op die manier houden we de jongeren van de straat en wordt voorkomen dat ze de criminaliteit inglijden.” We staan versteld. En dat allemaal gefinancierd door bedrijven! Kom daar in ons land eens om.
Een timmerwerkplaats is er ook: ‘Center for Opportunities and Professional Potential’ heet het deftig in het Engels. In een grote hal staan een aantal houtbewerkingsmachines. Aan jongeren wordt geleerd hoe ze het hout uit het bos kunnen verwerken, met name tot speelgoed. Als ze ouder zijn, zullen ze in staat zijn mogelijk een bedrijfje op te gaan zetten.

Arm en rijk

Regelmatig steken we de Jari-rivier over, om van Laranjal naar Monte Dourado te komen, waar we logeren. En daarmee is in een notendop misschien ook wel het grote verschil aangegeven, dat kenmerkend is voor heel Brazilië, het verschil tussen arm en rijk. In Laranjal, de plaats waar ‘onze’ kinderen vandaan komen, is armoede troef. Houten huisjes langs smerige zandpaden - hutjes soms, temidden van veel viezigheid - bieden een schamel onderdak aan vijf, zes of nog meer gezinsleden.
Daarentegen is Monte Dourade een welvarende stad, met merendeels stenen huizen en goede winkels. Alleen de ‘wegen’ zijn ook hier deels onverhard.
,,Ons land is rijk”, verzekert Roberto Waack ons, ,,wij hebben alles wat we nodig hebben, olie, gas, goud, mineralen, hout. Alleen de verdeling is niet goed geregeld.” Er is nog ontzettend veel schrijnende armoede. En de sloppenwijken, die mede door de straatbendes bijdragen aan de negatieve bekendheid van Rio de Janeiro, Sao Paulo en andere grote steden, zijn enorm groot.
Ook in de streek waar wij waren, was de scheiding zichtbaar tussen zij die hebben en zij die niet hebben. Gelukkig is er sinds de val van de militaire junta al veel in positieve zin veranderd. ,,Het zal nog twee generaties duren”, voorspelde onze gastheer, ,,dan zal het beter gaan”.
Ik ben bereid hem op zijn woord te geloven, zeker wanneer meer bedrijven te werk gaan zoals de Orsa-groep. Van kerken verwacht je het, van charitatieve instellingen, van rijke, sociaal bewogen enkelingen desnoods. Maar toch niet van bedrijven?

Plantage

De Orsa-groep is niet alleen op sociaal-cultureel terrein goed bezig. Want we bezoeken uiteraard ook ‘de plant’ – de plantage - en alles wat daarmee te maken heeft. Het meest in het oog springende detail daarbij is dat men het stuk oerwoud, dat ze als bedrijf toegewezen hebben gekregen, verdeeld heeft in zes managementunits, die elk weer in vijf werkunits worden verdeeld. Op die manier verkrijgt men dertig stukken bos van 3 hectare, waaruit per jaar slechts 9 ŕ 10 bomen (circa 30 kubieke meter) worden gekapt voor houtproductie. Daarna gaat het stuk bos voor dertig jaar ‘op slot’, waardoor het woud de gelegenheid krijgt om zich te herstellen en een continue houtproductie gewaarborgd blijft.
Zo blijft het bos behouden, zo blijft er toekomst voor de mensen. Indonesië is grotendeels leeggekapt; het oerwoud is er verdwenen. In Afrika is men ook al verkeerd bezig. Hier doet men het anders; hier doet men het goed. Er zijn banden met diverse universiteiten, waaronder die van Wageningen, om de gedane ervaringen ook elders in de wereld toe te passen.
Voor de celluloseproductie, die als basis dient voor de papierindustrie en een belangrijke pijler vormt voor de fabriek, worden dagelijks 17.000 nieuwe eucalyptusbomen aangeplant in een gebied van 50.000 ha. De nieuwe aanplant heeft zes jaar nodig om 25 meter hoog te worden. Ze hebben dan een doorsnee van 30 cm.
Alle bomen uit het gebied staan, via een satellietsysteem, ‘in de computer’. Op die manier kan er uitermate gecontroleerd gewerkt worden en kan het hardhout, dat van de woudreuzen wordt gemaakt, met certificaat worden geleverd. Nederland is de grootste importeur van Orsa’s gecertificeerde hardhout. Het wordt onder andere gebruikt voor ramen, kozijnen en deuren.
Nog één keer kijk ik achterom. Daar ligt één van de grootste cellulosefabrieken ter wereld. In het afgelopen jaar werd er 360.000 ton geproduceerd. En daarbij wordt niet alleen een zeer ‘maatschappelijk verantwoorde manier van ondernemen’ met de mond beleden, maar ook in de praktijk gebracht.

Longen

Dan breekt de laatste dag in Monte Dourado en Laranjal aan. Het wordt een emotioneel afscheid. Een afscheid allereerst van de kinderen die ‘daarginds’ zijn geweest, bij de Friese ‘pai en măe’, maar een afscheid ook van de vaders, de moeders, de zussen en broers en nog vele andere.
,,Geld is niet het meest noodzakelijke hier”, heeft Robert Waack gezegd. ,,Waar het om gaat is de kinderen een opleiding te geven, die ze in eigen omgeving niet kunnen krijgen.”
Daarom zijn er afspraken gemaakt. Ze zijn welkom in Fryslân. Opdat ze een toekomst zullen hebben temidden van dat enorme grote en boeiende regenwoud dat Amazonegebied heet, ook wel de longen van de aarde genoemd. Als de bewoners van die longen geen toekomst hebben, hebben de longen dat zelf ook niet. Hoe zou het dan de aarde vergaan?
Wat er aan vooraf ging
In november 2003 ontvingen acht gezinnen in Joure in totaal zestien jongeren uit de plaats Laranjal do Jari in het Amazonegebied van Brazilië, in de leeftijd van tien tot achttien jaar. Ze kwamen als dansgroep, die medewerking verleende aan evenementen in twee opeenvolgende weekenden: de kerkendag in Heerenveen, georganiseerd door het Protestants Dienstencentrum (PDC) Fryslân en een boomplantdag, als afsluiting van een gezamenlijke actie van het Friesch Dagblad met het ICCO, de organisatie die zich namens de kerken bezig houdt met ontwikkelingssamenwerking.
In de week die er tussen lag bezochten ze, onder verantwoordelijkheid van ICCO en PDC Fryslân, scholen, bedrijven en culturele activiteiten. De leden van de dansgroep waren voor het merendeel kinderen uit kansarme gezinnen.
De organisatie die de reis van de groep mogelijk maakte, heet Orsa Foundation, een Braziliaanse stichting, die financieel wordt gesteund door een aantal bedrijven.
Die financiële steun omvat 1 procent van de bruto omzet van die bedrijven en dat was in 2003 goed voor vier miljoen dollar. De activiteiten van de stichting zijn drieledig: onderwijs, gezondheidszorg en culturele integratie.
Als dank voor het gebodene in Fryslân nodigde de Orsa Foundation ons - de gastgezinnen, inclusief de jongeren daarvan - uit voor een tegenbezoek aan Laranjal.
Meer informatie over te stichting is te vinden op de website www. joure-laranjal.tk

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties