De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Cultuurwoensdag, 12 januari 2005

Indringende roman van Cees Nooteboom
Op zoek naar het verloren paradijs
De auteur Cees Nooteboom (1933) houdt zich zowel in |zijn poëzie als in zijn proza vaak bezig met de vraag hoe
de mens zich moet verhouden tegenover grote thema’s
als leven en dood en het (nood)lot van deze wereld.
Zware onderwerpen die Nooteboom echter steeds met |een zekere lichtvoetigheid behandelt. Zijn subtiele taalgebruik en de melancholieke ondertoon van zijn ‘verhaal’ zijn mooi in balans. In zijn nieuwste roman Paradijs verloren komt die gespletenheid van het
menselijk bestaan indringend aan de orde.
DOUWE DE VRIES
In de proloog observeert de ik-persoon, zittend in een klein vliegtuig, een jonge vrouw die een boek bekijkt waarvan hij maar al te graag de titel wil kennen. Hij moet zich helaas beperken tot een propagandablaadje van de vliegmaatschappij waarin onder andere São Paulo wordt beschreven. Door het raampje ziet hij een lege wereld boven het wolkendek. Later krijgen die observaties steeds meer betekenis. De ik-figuur heeft even geproefd van een onbezoedelde wereld die als ‘lege bladzijden’ aan hem voorbijtrokken. Hij is zich ervan bewust dat de vrouw en hij samen uit het boek dat ze in haar hand heeft, verdwijnen en de wijde wereld intrekken op zoek… ja, naar wat?
In de epiloog blijkt dat het tweetal de belangrijkste personages van de roman zijn en dat ze, op zoek naar het paradijs, op z’n minst hebben genoten van ‘dromingen’ (zoals de auteur ze aanduidt) maar daarmee het paradijs niet gevonden hebben. Dat zou trouwens ook niet best zijn geweest, in de visie van Nooteboom. Hij bekent heel laat in de roman kleur: ‘Heeft u weleens nagedacht over degene die het paradijs bedacht heeft? Een plek zonder misverstanden? De mateloze verveling die daar moet heersen kan alleen maar als straf bedoeld zijn.’ Dat hoeft, zo laat Nooteboom doorklinken, niemand te beletten op zoek te gaan naar het ‘verloren paradijs’. Dat doen de twee hoofdpersonen dan ook ijverig.

Aboriginals

In het eerste deel is het de Braziliaanse kunsthistorica Alma en in het tweede de literatuurcriticus Erik Zondag die het paradijs en de chaotische wereld die wij mensen ervan gemaakt hebben, met elkaar proberen te verzoenen. In de twaalfde zang van Het verloren Paradijs , een vertaling van John Miltons beroemde epos, voert de engel Michaël de eerste mensen met ruwe hand uit het paradijs.
Zo is ook Alma door een brute verkrachting uit haar ogenschijnlijk rustige bestaan wakker geschud en samen met haar hartsvriendin op zoek naar het ‘paradijs’ in Australië. Daar moeten ze toch aan de weet zien te komen hoe - al was het maar een glimp - het paradijs eruit moet hebben gezien. In Australië wordt Alma zelfs verliefd op een representant van dat verloren paradijs, een schilderende aboriginal op wie ze nauwelijks vat krijgt. De cultuur van de aboriginals staat immers niet op papier en is alleen terug te vinden in verafgelegen landschappen waar het begrip cultuur synoniem was met het leven.
Ze ontmoet daar een hoogbejaarde, blanke man die al jarenlang op zoek is naar hetzelfde mysterie van het leven. Hij heeft de geheimen van de aboriginals proberen vast te leggen in een boek, maar beseft dat het slechts een poging daartoe is geweest. ,,Ik ben hier om een duivel uit te drijven”, verzucht Alma op een gegeven moment. Pas op een toneelfestival in Perth waar de vriendinnen voor een speurtocht door de bezoekers zich als engelen hebben verkleed, beseft ze dat het paradijs wellicht in haarzelf is te vinden.

‘Absurditeiten’

Als Erik Zondag, vastgelopen in de sleur van alledag, voor een weekje naar een soort kuurkliniek in Oostenrijk gaat, ontmoet hij daar de engel uit Perth die zoveel indruk op hem maakte. Zij is daar masseuse en het is alsof zich tussen het tweetal een ‘steeds dwingender reeks van absurditeiten’ heeft afgespeeld die ‘onontkoombaar naar die ene kleine kamer geleid hadden’ waar Alma als engel in een kast lag. Daar had hij een bijna mystieke ervaring beleefd. Een glimp van het paradijs? Maar er kan natuurlijk geen sprake zijn van een aardse relatie tussen het tweetal. Nee, in weerwil van alle ‘dromingen’ en geesten uit lang vervlogen tijden blijft het paradijs onbereikbaar voor mensen van vlees en bloed. Dat betekent niet dat ze zich dat gevoel van verlangen naar een verloren paradijs moeten laten ontnemen. Ook Alma is er voortdurend naar op zoek, ook al weet ze dat ze onmogelijk ‘die zo tegenstrijdige dingen’ met elkaar kan verzoenen. Zij en Erik hebben in ieder geval een soort paradijservaring gehad en het is in de visie van de auteur te hopen dat al die Alma’s en Eriks hun omgeving deelgenoot maken van hun ervaring.

Tegenstelling

Nooteboom heeft met zijn roman op authentieke wijze de tegenstelling verwoord tussen de moderne, ogenschijnlijk alleen nog maar in technische termen gevatte wereld en de droomwereld van een vergeten paradijs. Dat doet hij op indringende en boeiende wijze. Tegelijkertijd is zijn boodschap duidelijk: de mens moet maar niet te veel hopen op een herleving van dat paradijs. Geen perspectief dus. Niettemin stemt zijn boek tot nadenken. Ook door de lichtvoetige, zorgvuldige stijl waarin ieder woord op de juiste plaats lijkt te staan, is zijn roman alleszins leesbaar.
Jammer dat Nooteboom in enkele passages het niet zo nauw neemt met het vertelperspectief. Het verhaal wordt niet alleen afwisselend verteld vanuit het perspectief van de beide hoofdfiguren, ook de verborgen verteller laat zich onmiskenbaar horen. Een postmodernistisch trekje waar de lezer geen boodschap aan heeft, zeker niet in een roman waarvan het thema eigenlijk bloedserieus is.
Paradijs verloren. Cees Nooteboom. Uitgever Atlas, Amsterdam/Antwerpen. Prijs: 15 euro

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

cultuur
Familieberichten
Advertenties