De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 24 november

Cultuurwoensdag, 12 januari 2005

Wat maakt het lezen van streekromans zo verleidelijk?
Opium voor het vrouwvolk
Streekromans zijn conventioneel, oppervlakkig, |sentimenteel, eenvoudig en altijd met een happy end. |Ze lijken allemaal op elkaar en zijn kort samen te vatten |tot Leed Loutert en Ware Liefde Overwint Alles. Daar |valt voor een recensent weinig eer aan te behalen en
in de zeldzame gevallen dat zo’n boek toch besproken
wordt, is dat een zuur stukje. Voor het gemak worden
de lezeressen van die lectuur ook geïnfantiliseerd en getrivialiseerd. ,,Alsof ze een spiegelbeeld zijn van die
boeken”, zegt Annemarie van Buuren. ,,En dat zat me een
beetje dwars.” Morgen promoveert ze op de vraag wat
zo’n streekroman nou zo verleidelijk maakt. De ware |liefde natuurlijk! Maar tot verrassing van de onderzoekster bleek nog een ander element in die streekromans zeer
gewild en dat is het personage van de moederfiguur.
Kom daar in andere boeken maar eens om.
RIA KRAA
‘Liefde op het eerste gezicht?’, lachte Tjaard een rij prachtige, sterke tanden bloot. Het was schertsend bedoeld, slechts een grappige opmerking, want hij kende zichzelf en wist dat hij nog niet aan meisjes toe was. [...] En hij kende Doety te kort om te weten hoe ze hunkerde naar alles wat met liefde, warmte en geborgenheid te doen had. Haar zachte opmerking waarin verlangen lag: ‘Men zegt dat dat mogelijk is...’ drong niet tot hem door.
Fragmentje uit Je beloofde me liefde van Henny Thijssing-Boer, de koningin van de streekroman die in 2002 haar tachtigste boek publiceerde en die intussen zo’n vijf tot zes miljoen moet hebben verkocht. En dat zouden er nog vele, vele meer zijn als het genre niet met zoveel gêne gelezen zou worden. Je wilt er in de trein niet mee gezien worden, of wel soms? ,,In Amerika worden bij zulke boeken speciale hoesjes meegeleverd, zodat je je niet hoeft te schamen als je er in het openbaar mee gezien wordt’’, zegt Annemarie van Buuren. ,,Je moet het echt opbiechten dat je ze leest.’’
Het is kennelijk ook niet iets dat je cadeau geeft of voor jezelf koopt. In de grote boekhandel Scholtens Wristers in Groningen staan maar drie exemplaren van Thijsing-Boer op een rijtje. Maar in de bibliotheek, een paar panden verderop, staan zesenveertig bijna stukgelezen exemplaren elkaar te verdringen.
Van Buuren raakte nieuwsgierig toen ze een paar jaar geleden, toen ze in de Wetenschapswinkel werkte van de Rijksuniversiteit Groningen, de vraag voorgeschoteld kreeg wat de invloed was van streekromans op vrouwen. Ze was zelf afgestudeerd neerlandica en had nog nooit een streekroman gelezen. En nu kwam daar opeens dat verzoek van het Drents Vrouwenburo uit Assen, waar de vrees heerste dat al die vrouwen die aan de lopende band die boeken lazen ongemerkt een vals bewustzijn kweekten. ,,Dat is die marxistische gedachte dat als je er maar genoeg van leest je gevangen raakt in een ideologisch web, waardoor je je positie als vrouw accepteert en nooit je leven zult veranderen.’’
Opium voor het vrouwvolk. Van Buuren vond het een prachtonderwerp voor haar proefschrift, al formuleerde ze de onderzoeksvraag niet zo zwaar. Ze wilde gewoon onderzoeken wat de verleidingskracht van die boeken nou was. Wáárvan zijn die lezeressen nou zo gecharmeerd? Want laat duidelijk zijn dat het hier om een vrouwenkwestie gaat: 90 procent van de auteurs is vrouw, 90 procent van de lezers ook. Hoe kunnen die nou keer op keer betoverd raken van dat vaste sjabloon, die schematische wereld waarin het kwaad wordt gestraft, de deugd beloond en boontje om zijn loontje komt? En hangen die lezeressen zelf ook zo’n moraal aan als de hoofdpersonen, zijn ze net zo suf als recensenten en onderzoekers gemakshalve altijd aannemen? Niemand die het wist. Het bleek een blinde vlek, constateert ze in haar proefschrift. ,,Het triviale imago van de boeken heeft er, samen met het label ‘vrouwengenre’, toe geleid dat er, over de romans die in Nederland zo veel worden gelezen, nauwelijks meer bekend is dan een aantal ononderzochte vooronderstellingen.’’
De promovenda ging dus zelf aan het onderzoeken en liet een groep van 250 plattelandsvrouwen hetzelfde boek lezen: Verzwegen verleden van de grote HTB, het op dat moment meest uitgeleende boek van de bibliotheken in Groningen en Drenthe. Die vrouwen stuurden bijna allemaal een uitgebreid enquêteformulier terug en gaven daarin in elk geval te kennen dat ze toch op zijn minst zelfstandig denkende wezens waren. Ze zien hun eigen normen en waarden niet in de boeken weerspiegeld. De opvattingen van moederpersonage Dineke worden maar mondjesmaat onderschreven.
‘Een moeder hoort niet buitenshuis te werken’, ‘Een mens mag zijn leven niet in eigen hand nemen’, ‘Een goede vrouw denkt in de eerste plaats aan anderen’, daar is het merendeel van de lezeressen het niet mee eens. En dan onderzocht Van Buuren nog een vrij traditionele groep lezers: plattelandsvrouwen die voor het overgrote deel in een dorp wonen en dialect spreken, autochtoon, de meesten al wat ouder en met kinderen boven de zestien jaar, huisvrouw, gehuwd. Meer dan de helft van de deelneemsters aan het onderzoek is bovendien verbonden met een kerk (meestal een protestantse) en geeft aan niets liever te lezen dan streekromans. Maar dat betekent dus niet dat ze vinden dat streekromans hun eigen wereldbeeld weerspiegelen. ,,Er zijn er net zo goed die die boeken lezen als kitsch of als camp, net zoals er mensen om die reden André Hazes waarderen.’’
Maar dat camp-element even buiten beschouwing gelaten, het is toch wel duidelijk dat het lezen van een streekroman vooral gewaardeerd wordt vanwege het oprechte plezier dat de lezeressen eraan beleven. Van Buuren geeft onmiddellijk toe dat ze zelf ook ,,een soort warm gevoel’’ kreeg bij het lezen van haar eerste, toen ze eenmaal besloten had op het onderwerp te willen promoveren.
Dáár wilde ze de vinger op leggen: wat precies maakt die boeken zo geliefd, hoe raken ze een gevoelige snaar? Die normen en waarden waren het dus niet, wat dat betreft bleken streekromans niet een weerspiegeling van het gedachtegoed van lezeressen te zijn. Maar wat dan? Het simpele liefdesverhaal met het happy end? Het inleven in een traditionele, overzichtelijke plattelandswereld?
Over de rol van de streek viel het nodige te zeggen, merkte de onderzoekster. Er zijn zat romans waarin de streek een hoofdrol speelt, die zijn er al sinds de negentiende eeuw en die hebben monumenten opgeleverd van bijvoorbeeld Anton Coolen en Stijn Streuvels. Maar dat zijn niet de boeken waar we het hier over hebben. In ‘haar’ categorie ontdekte Van Buuren twee varianten: auteurs die net genoeg concreet bestaande referenties aan het platteland geven om een gevoel van echtheid te creëren (‘het dorp Leek’ of ‘Uithuizen met zijn prachtige Menkemaborg’). Ze schilderen als het ware een pastelkleurig universum, ze geven een illusie van realiteit maar worden niet echt concreet, zodat een veilige, niet exact omschreven plaats ontstaat, zacht, vloeiend en vaag zoals een lichtgetint aquarelletje. De andere variant omschrijft de promovenda als pentekening: dat zijn de boeken waarin nauwkeurige topografische aanduidingen en historische verwijzingen worden gegeven. Die laatste variant is veel minder populair dan de eerste, zo bleek na een vergelijking van de uitleencijfers van de bibliotheken. Het gaat de lezeressen dus niet zozeer om de streek waar het verhaal zich afspeelt. Dat gaven ze ook met zoveel woorden aan als hun specifiek naar de rol van het platteland in het boek werd gevraagd: het ging hen veel meer om beschrijvingen van het dagelijkse leven op het platteland dan om te lezen over speciale gewoonten en gebruiken van de streek of om het feit dat een boek zich in de eigen streek afspeelt. En als de onderzoekster niet specifiek naar de streek vraagt maar zo in het algemeen wil weten waar het leesplezier in ligt, wordt het woord platteland in de 161 geretourneerde antwoorden maar drie keer genoemd.
Het gaat dus niet om de normen en waarden en ook niet om de streek. Het gaat gewoon om het verhaal zelf. Maar dan zijn we er nog niet. Het is een misverstand dat lezers van streekromans een simpel liefdesverhaal willen lezen, stelt Van Buuren na analyse van haar enquête. ,,Ze willen ook een verhaal lezen dat de realiteit tussen ouders en kinderen behandelt.’’ Dat vond ze ,,echt een verrassing’’. Maar natuurlijk wel logisch. De groep die meedeed aan de enquête was immers voor het grootste gedeelte zelf vrouw en moeder (meer dan 95 procent). En boeken waarin moeders worden opgevoerd als ,,gezaghebbend en volkomen’’, als gewone mensen van vlees en bloed, met verlangens, verbeelding, taal, handeling, verstand en gevoel, die zijn zeldzaam.
Hooguit zijn het objecten, vreselijke types door wie de hoofdpersoon gemankeerd is of met wie hij/zij op zijn best een moeizame relatie onderhoudt. En laat nou net de streekroman die niche van oprechte moederliefde vervullen.
Maar die onverwachte verklaring en de grote populariteit van het genre ten spijt, eindigt Van Buuren niet optimistisch. ,,Het is een afkalvend genre’’, is haar overtuiging. ,,Er zijn wel eens vernieuwingspogingen ondernomen, maar die zijn mislukt. Uitgevers hebben bij voorbeeld geëxperimenteerd met boeken in de ik-vorm, maar dat werd allesbehalve en succes. Zelfs veranderingen in de traditionele omslagjes werden afgestraft. Streekromans uitbrengen in paperback: nog zo’n faliekante mislukte proef. ,,De streekroman is op dit moment het enige genre dat uitsluitend als gebonden boek verschijnt.’’ Het moet blijven zoals het is, kennelijk. Maar de formule is zo langzamerhand zo uitgemolken dat ,,het straks afgelopen is’’, zegt Van Buuren.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Interessant, de verwijzing naar een soort 'mamacultus'. Trouwens, ook
volkszangers kunnen met dat thema uit de voeten en Heintje is er rijk van
geworden. Als de streekroman verdwijnt, wat voor feelgood boeken zouden
er voor in de plaats komen? We hebben geen Nederlandse Rosamund Pilcher
of Maeve Binchy bij mijn weten.

iemi hunt, loppersum - vrijdag, 16 december 2005


cultuur
Familieberichten
Advertenties