De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 25 februari

Hoofdartikeldonderdag, 20 januari 2005

Westergo, een foutje…
Maandenlang was het onrustig in Fryslân, voorafgaande aan de parlementaire behandeling van de Nota Ruimte. Op tal van bijeenkomsten uitten ondernemers, boeren en bestuurders hun zorg over het ruimtelijk beleid dat het kabinet heeft uitgestippeld. Decentralisatie, veel eigen verantwoordelijkheid voor gemeenten en provincies: prachtig vonden ze het allemaal. Maar oh wee, dat ‘nationaal landschap’ in Noordwest-Fryslân: daar kan natuurlijk niks meer straks, want alles van waarde is waardeloos voor gebruik.
Er is heel wat getelefoneerd en gecorrespondeerd tussen Fryslân en Den Haag, sinds het verschijnen van de nota. En afgelopen maandag waren de provinciale fractieleiders van CDA, PvdA en VVD er lijfelijk bij in de Kamer, rapporteerden zij ’s anderendaags in een ronkend persbericht. Trots op wat ze in de wacht gesleept hebben, want Westergo wordt géén nationaal landschap heeft minister Veerman beloofd. En ook Gedeputeerde Staten claimen deze overwinning in een eigen communiqué: ‘Fries succes bij behandeling Nota Ruimte Tweede Kamer.’
Gelet op alle commotie die het label van nationaal landschap op Westergo heeft veroorzaakt, was de wijze waarop de Tweede Kamer dit thema behandelde wel érg laconiek. Alle woorden die eraan werden vuil gemaakt tijdens het meer dan twaalf uur durende debat, zijn elders op deze pagina weergegeven. Verscheidene fractiewoordvoerders spraken van een ,,foutje’’ dat maar moest worden ,,hersteld’’, cq een ,,schrijffoutje’’ dat moest worden ,,geschrapt’’. De minister vond dat jammer, sprak onder aanroeping van wijlen Wim Kan over een ,,uniek gebied’’ met ,,waardevolle terpen en wierden’’, maar hij weigerde ritueel tegen te stribbelen en gaf de Kamer dus wat zij vroeg.
Slechts één woordvoerder sprak met een spoor van motivatie over het dilemma van Westergo. CDA’er Van Bochove benoemde de conflicterende belangen van landschap en economie. Maar terwijl het kabinet ,,de economische ontwikkeling wil inpassen in het landschap’’, bepleitte Van Bochove het tegenovergestelde. Hij wil dus ,,het specifieke van het landschap inpassen in de ontwikkeling van de economie’’.
Dat is een zin om heel lang over na te denken: ‘het specifieke van het landschap inpassen in de economische ontwikkeling’. Hoe gaat dat in z’n werk? Een terp oppakken om ’m op een braakliggend plekje in het bedrijvengebied te deponeren? Karakteristieke dorpsgezichten met een muisklik verslepen naar de witte vlekken op de economische plankaart? Het weidse uitzicht op de achtergevels van een industriegebied projecteren? Of… spreekt Van Bochove eigenlijk wartaal?
…in de Tweede Kamer
In de retoriek van de tegenstanders zou een nationaal landschap een ‘museumlandschap’ zijn, een expositieruimte waarin de schaarse kijkers slechts eerbiedig en met gedempte stem mogen rondschuifelen. In zo’n landschap is natuurlijk geen economische ontwikkeling mogelijk. Maar in werkelijkheid maken juist de Van Bochoves het Westergolandschap tot een museaal object, een collectie authentieke elementen waarvoor we ergens temidden van de economische ontwikkeling een leuk plekje inpassen. Dat deze elementen hun waarde juist ontlenen aan de weidse context van het open kleilandschap, is de Tweede Kamer kennelijk ontgaan. En dat er binnen die weidse en beschermwaardige context ook onder het regime van een nationaal landschap best enige economische ontwikkeling valt in te passen, geconcentreerd aan de kust bij Harlingen of langs het kanaal bij Franeker bijvoorbeeld, daar had men kennelijk geen oren naar. Want de Kamer had, zoals VVD’er Geluk vertelde, ,,goed geluisterd naar de meningen uit de streek’’.
De streek krijgt het voor het zeggen: dat is de essentie van de Nota Ruimte. Ondernemers in de streek vinden dat fijn, bestuurders in de streek zijn ingenomen met de uitbreiding en verzwaring van hun rol in de ruimtelijke ordening. Maar of de streek er beter en mooier van wordt, zal in de toekomst moeten blijken. De ‘eigen’ bewoners van een streek hebben niet altijd de scherpste blik voor wat mooi, waardevol en van zichzelf weerloos is. En de ‘eigen’ bestuurders zijn naar hun aard, meer dan de ambtenaar in Den Haag, vatbaar voor de druk van bouwlustige ondernemers uit de streek.
Economische ontwikkeling valt in te passen in een waardevolle en beschermwaardige omgeving. Het gaat misschien wat minder makkelijk dan op een nieuwe Maasvlakte, het kost wat meer passen en meten dan langs de A6 bij Lelystad, maar uiteindelijk kan die fraaie en ongeschonden omgeving juist een meerwaarde verlenen aan de economische activiteit. Daar hebben slopers geen boodschap aan, en daarom moet Fryslân zichzelf beschermen tegen de slopershamer. Want wat eenmaal is afgebroken, valt nauwelijks te herstellen: dat geldt ook van het Westergo-landschap. Een strakkere sturing vanuit Den Haag is voor zo’n kwetsbare streek geen overbodige luxe. Tenzij - ja, tenzij men in Den Haag eigenlijk ook niet anders doet dan het overnemen van ,,meningen uit de streek’’.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties