De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 24 februari

Economiedonderdag, 20 januari 2005

Minder aandacht voor grote nood onder boeren
SIMON TALSMA
Joure – Er is te weinig aandacht voor psychische en sociale problemen bij agrarische ondernemers. Daarbij komt dat de problemen in de sector alleen maar groter worden. De verwachte toename van het aantal gedwongen bedrijfsbeëindigingen zal de psychische druk op boeren nog groter maken. Een doemscenario? Volgens de noordelijke werkgroep van Contact Christen Agrariërs (CCA) zijn er wel degelijk mogelijkheden om een dreigende psychische neergang in veel boerengezinnen te keren.
Maandag 17 januari werd tijdens de eerste bijeenkomst van de noordelijke afdeling van het CCA in Joure duidelijk dat door het bespreekbaar maken van problemen waarmee boerengezinnen worstelen, er wel degelijk een ommekeer gemaakt kan worden in het boerengezin en het boerenbedrijf. Belangrijke voorwaarde daarbij is dat de gesprekspartner bekend moet zijn met de agrarische materie. ,,Want wat kun je nou met het advies om in een moeilijke tijd, waarbij iedere cent zo nodig is en je alle energie steekt in het bedrijf, een deel van de veestapel weg te doen en meer tijd aan jezelf te besteden?’’, zei één van de aanwezige boerinnen.

Gesprekspartner

Het CCA is negen jaar geleden opgericht om vraagstukken waarmee christelijke boeren worstelen, bespreekbaar te maken. ,,Er is een grote behoefte aan een gesprekspartner op het boerenerf. Door de schaalvergroting, de krimp in de sector en de grotere noodzaak nog efficiënter te werken, wordt de druk op de ondernemer groter. Tegelijkertijd zullen steeds minder mensen in de kerk nog binding hebben met de agrarische sector’’, zo verwoordt beleidsmedewerker Jan van der Zee van het CCA de spagaat waar de christelijke boer in terechtkomt bij het zoeken naar een gesprekspartner.
Een gesprekspartner is volgens het CCA niet altijd gemakkelijk in de eigen kerkelijke gemeente te vinden. Dat komt vooral doordat het aantal kerkelijke bestuurders met een agrarische achtergrond snel afneemt. Daarnaast is de drempel voor de hulpvrager hoog. ‘Je legt toch niet snel je hele ziel en zaligheid bloot bij iemand die je in het dagelijkse leven vaker tegenkomt. Pas wanneer de nood extreem hoog is, wordt er hulp ingeroepen’, aldus verschillende aanwezigen. ,,Het zou dan ook veel beter zijn wanneer er al veel eerder gesproken kan worden over de problemen waarmee de boeren worstelen’’, zegt Van der Zee.
Dat er ook in de noordelijke provincies veel behoefte is aan gesprekken van christelijke boeren onder elkaar, werd op de bijeenkomst duidelijk. Enkele tientallen boeren, boerinnen en mensen uit de aanverwante beroepsgroepen namen deel aan de discussies.
Vooral de invulling van het christelijk ondernemerschap blijkt in praktijk niet altijd eenvoudig. ,,In praktijk lijkt het veelal dat de combinatie boer en christen zijn, bijna onmogelijk is”, zo verwoordde beleidsmedewerker Van der Zee van het Christen Contact Agrariërs het gevoel van een groep boeren. Ze willen vaak zelf de touwtjes in handen houden. ,,Voor ondernemers lijkt het loslaten en het overlaten van je leven en je onderneming aan God veel te gevaarlijk”, aldus CCA-bestuurslid en boerin Hieke Wouda uit Aldeboarn. Wouda is sinds eind vorig jaar bestuurslid van het landelijke CCA en contactpersoon voor de nieuwe afdeling in NoordNederland.
Het CCA heeft in de noordelijke provincies enkele tientallen leden. Na de eerste officiële bijeenkomst gisteravond wil de werkgroep ‘Fryslân’ de komende maanden themabijeenkomsten en cursussen, op het gebied van christelijk agrarisch ondernemerschap, aanbieden aan de (nieuwe) leden.

Contacten onder druk

In de race om te blijven bestaan, komen vooral de belangrijke sociale contacten met de mensen om je heen en de relatie met God onder druk te staan. ,,Boeren werken steeds vaker zeven dagen in de week. De zondag als rustdag wordt veelal opgeofferd”, kenmerkte een boer de tijdsbesteding van veel boeren.
Beleidsmedewerker Van der Zee ondersteunde deze mening. ,,Boerinnen voelen veelal feilloos aan hoe de verhouding uitvalt tussen de tijdsbesteding aan het gezin en het bedrijf. Wanneer ze vraagt ‘wanneer neem je nou eens tijd voor mij en óns gezin?’, is er met de nodige gesprekken nog redelijk gemakkelijk een positieve draai aan het geheel te geven. Wanneer ze echter zegt ‘wanneer neem je nou eens tijd voor mij en míjn gezin?’, dan staan de zaken er een stuk zorgelijker voor.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

economie
Familieberichten
Advertenties