De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 24 februari

Geloof & Kerkdonderdag, 20 januari 2005

Protestants Dienstencentrum Fryslân biedt ambtsdragers toerusting
‘Bid en bijbellees bij huisbezoek’
Leeuwarden – In menig kerkelijke gemeente is het niet meer gebruikelijk: ambtsdragers die tijdens een pastoraal bezoek bijbellezen en bidden met de betrokkene. Het Protestants Dienstencentrum Fryslân hield deze week een toerustingsavond om het weer bespreekbaar te maken.
LODEWIJK BORN
Er is veelal sprake van verlegenheid rond het bidden en bijbellezen in het pastoraat bij ouderlingen en diakenen. Van de predikant wordt een gebed nog wel min of meer verwacht, maar van kerkenraadsleden minder.
De vraag ‘Vindt u het ook goed dat we samen eindigen met gebed?’ wordt door sommige ambtsdragers zeer voorzichtig of al helemaal niet meer gesteld. Want stél dat diegene er niets voor voelt, dan ga je met een ‘vervelend gevoel’ bij zo’n huisbezoek weg. Het gedichtbundeltje is vaak een veilige uitweg.
Het Friese dienstencentrum van de Protestantse Kerk zag de ontwikkeling en besloot daarom toerusting aan te bieden aan diakenen en ouderlingen voor bidden en bijbellezen in het pastoraat. Afgelopen dinsdag was er in Leeuwarden een toerustingsavond die direct dertig deelnemers trok. Het toonde aan dat er ,,behoefte aan is’’, aldus Louis Bakker van het Protestants Dienstencentrum Fryslân. Samen met gereformeerd predikant ds Huib Klijn uit Leeuwarden verzorgde hij de avond, die bestond uit informatie geven en doorpraten in kleine groepjes.
Een pastoraal bezoek bestaat volgens Klijn uit twee kernpunten: je praat over God en je laat iets van je eigen geloof zien. ,,Bezoekwerk doen we uiteindelijk vanuit het perspectief dat de Heer ons bezocht heeft, en ons nog steeds wil bezoeken met Zijn heil.’’
De aandacht van het bezoekwerk is gericht op het leven van de bezochte en bedoelt als een ont-moeting. ,,Het gaat om kennen en daarvoor moet iemand zich willen láten kennen’’. Het huisbezoek moet niet een soort van inventarisatie zijn wat iemand van de kerkelijke gemeente vindt, maar meer gericht op de geloofsbeleving en de persoon. ,,Het gaat om vraagpunten : hoe gaat het met u, hoe is de band met de kerk en hoe is de band met de Heer. Daarnaast zijn er de luisterpunten over wat maakt X mee, wat beleeft hij daaraan en hoe gaat hij daar mee om’’.
Klijn waarschuwt ervoor dat leren kennen er ook alles mee te maken heeft om niet te snel te oordelen in een gesprek: ,,Onthou dat je nooit iemand door en door kent, jezelf niet eens, en dat oordelen dus gevaarlijk is’’.
Het gebruik van de bijbel in het pastoraat is van grote waarde omdat het boek een neerslag is van ervaringen van mensen. ,,Mensen die in hun belevenissen allerlei gedachten en gevoelens hebben gehad, en in dat alles ook iets van God beleefd hebben. Al was het soms alleen Zijn afwezigheid. Vanuit het perspectief van ‘we zijn de eersten’ niet, kan de bijbel in het pastoraat en met name in het pastorale gesprek heel actueel zijn’’. Zo kan de bijbel door haar beelden en verhalen juist een spiegel worden waarin mensen zich herkennen. ,,Bijvoorbeeld met ‘Ergens als een berg tegenop zien’ (Psalm 121), ‘In een diep dal zitten’ (Psalm 23) of ‘Het water staat aan de lippen’ (Psalm 69).’’

Mening

Er zijn verschillende manieren om de bijbel ter sprake te brengen. Het kan als illustratie maar ook als ‘bewijsplaats’ van een mening. Ook kun je iemand een eigen bijbelgedeelte laten kiezen. ,,Of je zou een gedeelte kunnen lezen dat de zondag ervoor of erna in de dienst aan de orde is’’. De cursisten werden gewaarschuwd niet te gaan bijbellezen als iemand dat echt niet wil. ,,‘Gij zult níet bijbel lezen uit gewoonte of bijgelovigheid, en ook niet om persoonlijk gezag te winnen’, is daarbij het gebod. Je moet wel iets met die ander hebben gedeeld. Want als je niet met elkaar wilt delen wat je bezighoudt, hoe zou je dan luisteren naar woorden van anderen over religieuze ervaring?’’
De bijbel zou ook kunnen worden ingezet als ,,startpunt van een gesprek’’. ,,Door te vragen welk gedeelte iemand in het bijzonder aanspreekt’’.
Dat het bidden bij huisbezoeken zo problematisch is geworden heeft verschillende oorzaken. De positie van de kerk in de samenleving is anders geworden, en ook in het leven van gezinnen en individuen, waardoor bidden minder ‘gedaan’ wordt. ,,We hebben meer en meer eigen opvattingen ontwikkeld en willen die respecteren, ook de verschillende verwachtingen ten aanzien van het huisbezoek.’’ Tevens is er meer oog gekomen voor verschillen in geloofsbeleving ,,waardoor we geneigd zijn geloofsbeleving, en zeker zoiets intiems als bidden, als iets heel persoonlijks te zien’’.
Ten slotte hebben veel mensen een minder duidelijk Godsbeeld dan vroeger en kunnen er specifieke omstandigheden zijn, zoals verdriet, woede, angst en schuldgevoelens die bidden moeilijk maken.
Het gebed is volgens Klijn belangrijk omdat daarin ,,ook gedankt kan worden voor het samenzijn, dat er een ontmoeting met elkaar mogelijk is en dat God ook bij ons leven betrokken wil zijn’’. Het gebed afsluiten met het gezamenlijk Onze Vader kan als uitdrukking van het samen gemeente-zijn. Op de avond werden ook twee valkuilen bij het bidden genoemd. ,,Spreek in je gebed niet over God tot de ander en niet over de ander tot God. Spreek namens jullie beiden tot God, want waar zo twee of drie bijeen zijn, is Hij’’.
Het Protestants Dienstencentrum heeft voor kerken een reader gemaakt waarin de onderwerpen zijn beschreven.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties