De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 19 november

Hoofdartikeldonderdag, 17 februari 2005

Vervang de ozb…
Met haar macht om belastingen te heffen, heeft de overheid een veelzijdig en effectief instrument in handen om de samenleving te sturen. Daarmee is het bijvoorbeeld mogelijk om burgers de rekening te presenteren voor specifiek maatschappelijk belastend of zelfs schadelijk gedrag (‘de vervuiler betaalt’). Met belastingen kan inkomenspolitiek bedreven worden; solidariteit tussen bevolkingsgroepen wordt er mee afgedwongen en de zwaarste lasten kunnen op sterkste schouders gelegd worden. De economie kan ermee bevorderd worden en het oppotten ontmoedigd. Vrijgevigheid kan er mee beloond worden en decadentie gesanctioneerd.
De hierboven genoemde fiscale principes verklaren een deel van het Nederlandse belastingstelsel, maar lang niet alles. Er zijn belastingheffingen die historisch gegroeid zijn maar waarvan de rationaliteit vandaag betwist kan worden. En veel belastingen zijn om die reden gelukkig al afgeschaft: de rijwielbelasting is iets van lang geleden, vandaag zou de overheid eerder geneigd zijn fietskilometers fiscaal te belonen vanwege de milieu- en gezondheidswinst. Aan de andere kant zijn er moderne instrumenten ontwikkeld als de ecotax en verwijderingsbijdrage, waarmee de consument trefzeker wordt aangeslagen voor de belasting die zijn gedrag legt op het milieu.
Het is opmerkelijk dat de rijksoverheid voortdurend bezig is haar belastinginstrumenten aan te passen aan de eisen van de tijd, terwijl de ‘lagere’ (decentrale) overheden hun inkomsten nog altijd krijgen uit ouderwetse en ook nogal irrationele belastingen. De provincies bijvoorbeeld hebben welgeteld één eigen belastinginstrument: de opcenten op de motorrijtuigenbelasting. Daarvoor kunnen Provinciale Staten het percentage vaststellen, maar de opbrengst is ieder jaar een blijde verrassing want deze is bijna geheel afhankelijk van de groei van het aantal auto’s in de provincie en vooral ook de toename van het gewicht van dit provinciale wagenpark. De provincie en haar burgers hebben dus wel een financiële relatie, maar zijn volkomen onmachtig elkaar binnen die relatie te beïnvloeden.
...door een ruimtebelasting
Nog merkwaardiger dan de provinciale opcenten, is het ponkje waarmee de gemeentelijke overheid haar eigen inkomsten binnenhaalt: de onroerende zaakbelasting (ozb). Dit instrument bevat een wel heel wonderlijk mechaniek: de gemeenteraad kan vooraf zelf bepalen hoeveel ze ermee wil binnenhalen. De gewenste som wordt vervolgens verrekend met de totale waarde van de onroerende zaken in de gemeente, en zo wordt het lokale ozb-tarief vastgesteld. Dat daarmee fouten gemaakt kunnen worden heeft de gemeente Leeuwarden overigens pijnlijk ervaren toen ze vier jaar geleden haar calculatie baseerde op een voorlopige, veel te hoge inschatting van de waarde van de onroerende zaken in de stad.
De redelijkheid van de ozb is aanvechtbaar. Het is een nogal oppervlakkige veronderstelling dat eigenaren van waardevolle panden de meeste draagkracht hebben. En daar komt bij dat het draagkrachtbeginsel niet als enige van invloed zou moeten zijn op de lokale lasten. De ozb werkt nu niet als sanctie op maatschappelijk belastende consumptie en bevat al evenmin een prikkel tot gedragsverbetering. Sterker nog: de ozb is in feite een premie op verloedering, want wie z’n monumentale pand verwaarloost forceert een lagere aanslag, terwijl wie investeert in de kwaliteit van z’n onroerend goed de taxatiewaarde ziet stijgen.
Een logischer en degelijker heffingsgrond in het Nederland van vandaag zou het ruimtebeslag van een woning zijn: laat de grootte van een bouwkavel, bebouwingsvlak en/of bouwvolume bepalend zijn voor de lokale belastingen. Die waarden zijn eenvoudig en objectief te berekenen. De huidige ozb daarentegen vergt iedere vier jaar een geweldig arbeidsintensieve taxatieronde en levert vervolgens ook nog eens een stortvloed aan kostbare bezwaarprocedures op. Voorstanders van het afschaffen van de ozb hebben een punt wanneer ze wijzen op de enorme kosten die de inning met zich meebrengt; ook andere lokale belastingen (zoals de hondenbelasting) zijn afgeschaft om de simpele reden dat de lak duurder was dan de brief.
Om gemeenten bewust en verantwoord met hun geld te laten omgaan, is het nodig dat ze een eigen belastinginstrument behouden. De ‘ruimtebelasting’ zou een redelijk, objectief en effectief alternatief zijn voor de ozb. Het ruimtebeslag van een woning of pand varieert niet iedere vier jaar, en wanneer de maten door een uitbreiding wél veranderen kan die wijziging op basis van de verstrekte bouwvergunning direct verwerkt worden in de gemeentelijke administratie. En het belangrijkste argument: een ‘ruimtebelasting’ is direct gerelateerd aan het individueel verbruik van een steeds schaarser maatschappelijk goed, namelijk de ruimte in Nederland.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Als de lak duurder is dan de zegel, moet een belasting inderdaad afgeschaft worden. Dit is bij de OZB niet het geval: de inningskosten (inclusief waarderen) bedragen 3%, van iedere euro wordt 97 cent dus benut. Overigens zouden de waarderingskosten ook bij afschaffing van de OZB blijven doorgaan: tbv het eigenwoningforfait bijvoorbeeld. Een discussie over de OZB is goed, de argumentatie over kosten slaat de plank mis.

Verkuijlen, den haag - vrijdag, 18 februari 2005


hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties