De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 20 september

Regiodonderdag, 17 februari 2005

Hoe schoolkinderen de religieuze taal leren verstaan
Sneek - Godsdienstonderwijs op de basisschool is veel te saai en ongeïnspireerd, vindt leerkracht Hanna van Overbeek. Er wordt een verhaaltje voorgelezen en een liedje gezongen en daarmee heb je het wel gehad. Haar lessenserie die kinderen aanzet om zelf over God na te denken, leverde haar een prestigieuze onderscheiding op.
Bijbelonderwijs op de basisschool is saai. Om half negen wordt er een bijbelverhaal verteld. In het beste geval dan, want Hanna van Overbeek (23) uit Sneek constateert geregeld dat het verhaal gewoon voorgelezen wordt. Na het verhaal wordt er nog een liedje met geestelijke inhoud gezongen. Hooguit één keer in de week gaan de kinderen zelf aan de slag met het geloof of de bijbel, als ze een ‘werkblad’ moeten maken. ,,Zó saai en ongeïnspireerd’’, zegt Van Overbeek in haar Sneker flat. ,,Klakkeloos uit de methodes oplepelen zonder het eigen denken te prikkelen. Ik wilde op zoek naar een andere benadering van het godsdienstonderwijs. Er staat toch ‘christelijk’ op je gevel, daar moet je wel wat mee doen.’’
Dus kwam het mooi uit dat Van Overbeek aan de Christelijke Hogeschool Nederland (CHN) bij wijze van afstudeerproject geheel zelf mocht bepalen waarover ze binnen het profiel identiteit haar scriptie zou schrijven. Als het maar vernieuwend was. Ze ontwikkelde een heel lesprogramma waarmee ze kinderen uit groep drie actief laat nadenken over wie God is. De pedagogisch-didactische onderbouwing leverde ze in de scriptie Meer dan woorden alleen, symboliek op de basisschool . Vanuit de symbooldidactiek leert Van Overbeek haar leerlingen stap voor stap een beeld van God te vormen. ,,Kinderen moeten de religieuze taal leren verstaan. Symboliek is daar heel geschikt voor.’’
Kinderen hebben er volgens Van Overbeek niet veel aan als ze alleen maar naar een bijbelverhaal luisteren en het verder maar uit moeten zoeken. ,,Ik zelf kon ook niets met de mededeling dat dit het is en dat je het maar letterlijk moet nemen. Zo wil ik het de kinderen in mijn klas niet leren. Ik wil zo graag dat de kinderen een basis krijgen waarop ze verder kunnen. Dat ze iets kúnnen met hun geloof. Ik wil dat ze God leren kennen, en leren genieten van God en van de verhalen.’’
,,Ik vind natuurlijk dat ze ook feiten moeten kennen’’, vervolgt ze. ,,Een kind hoort te weten dat de bijbel uit het Oude en het Nieuwe Testament bestaat bijvoorbeeld. Zonder dat soort basiskennis kan je geloof niet groeien. Dat geldt in elk geval voor mij.’’
Met haar afstudeerproject op de pabo onderbouwde Van Overbeek haar werkwijze. Ze ontwikkelde een cyclus van twaalf lessen. De eerste drie lessen gaan over kleuren. Kinderen leren concreet en abstract over kleuren denken, dus om bepaalde kleuren bij een emotie te zoeken. In de derde les moeten de kinderen de kleuren van God bij elkaar leggen. Dat levert verrassende resultaten op. Sommige kinderen zouden er geen zwart bij doen bijvoorbeeld, omdat ze dat zo’n sombere kleur vinden. ,,Maar’’, zei een van Van Overbeeks leerlingen eens, ,,God kan ook wel eens boos zijn, dus hoort zwart er ook bij’’. Een ander jongetje koos alle kleuren, omdat de hele wereld van God is, dus ook alle kleuren. Van Overbeek: ,,Zo leren kinderen ook van elkaars godsbeeld.’’
En dat gebeurt dus eigenlijk niet als ze alleen maar luisteren naar verhalen over God, en niet zelf praktisch aan de slag gaan met nadenken over het geloof, vindt ze.
In de volgende drie lessen komt geur aan bod. In busjes van fotorolletjes zit mos, lavendel, koffie, rozenblaadjes, azijn, limonade en wierook. Hetzelfde proces: eerst op speelse wijze geuren benoemen en er een waarde aan toekennen, vervolgens geuren bij God kiezen. Hetzelfde gebeurt met muziek, en met houdingen of gebaren.
Geuren zijn moeilijker voor kinderen dan kleuren, merkte Van Overbeek, omdat het abstractieniveau hoger is. Toch kunnen ze er goed mee uit de voeten. Soms maakt Van Overbeek het te moeilijk, bijvoorbeeld in de les over de houding van God, waar ze de kinderen de volgende vraag stelt: Kan de houding die je bij God vindt passen ook veranderen? Of blijft dit je hele leven bij je?
,,Moeilijk!’’ schreef haar afstudeerbegeleider Joanneke Kuipers erbij in haar scriptie. Het blijven natuurlijk wel kinderen van zes, zeven jaar.
Maar al met al was Kuipers zo enthousiast over het werkstuk dat ze het inzond voor de Stimuleringsprijs Christelijk Onderwijs van de Besturenraad, de overkoepelende organisatie van het christelijk basisonderwijs. En Van Overbeek won de prijs ook nog: een oorkonde en 750 euro.
Inmiddels geeft Van Overbeek één dag in de week les op drie openbare basisscholen. ,,Dan leen ik de auto van mijn ouders, en rijd ik naar Raerd, Jirnsum en Gersloot.’’
Haar aanstelling als godsdienstlerares gaat uit van de plaatselijke doopsgezinde kerken. Van Overbeek is blij met haar baan. ,,Toen ik vier jaar geleden aan de pabo begon, zeiden ze dat de wereld aan onze voeten zou liggen als we klaar waren. Dat valt dus tegen. Ik ben druk aan het zoeken. En ik hoor van meer oud-klasgenoten dat ze nog geen baan hebben.’’
Godsdienstonderwijs geven aan een openbare school is natuurlijk anders dan op een christelijke school. ,,De kinderen op een christelijke school weten al heel veel van de bijbel, en daar krijg je dan ook heel veel tegenspraak op wat je zegt. Op de openbare scholen weten de kinderen er niet veel van, en ze vinden het echt razend interessant wat je staat te vertellen. Een groot verschil is ook dat kinderen die christelijk opgevoed zijn al een godsbesef hebben. Die weten dat er iemand is die God heet, zeg maar. Bij ‘openbare’ kinderen moet je vanuit een nulpunt beginnen. Dat is ook leuk. Omdat ik vind dat kinderen ook van elkaars godsbeeld moeten leren, ben ik een voorstander van samenwerkingsscholen. In het dagelijks leven kom je ook niet alleen maar in aanraking met christenen, of juist met niet-christenen.’’
Het literatuuronderzoek voor haar scriptie, en het samenstellen van het lespakket, heeft ook diepe indruk op Van Overbeek zelf achtergelaten, merkte ze. ,,Het deed echt iets met me, het wakkerde mijn interesse in God aan. Ik wilde gewoon veel meer van Hem weten. Vandaar dat ik nu ook theologie ben gaan studeren.’’
Eén avond in de week doet Van Overbeek theologie aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL), waar ze wordt opgeleid tot godsdienstleraar of pastoraal werker. ,,Lekker echt studeren. Daar was ik na de pabo wel aan toe. De pabo is heel praktisch ingesteld, nu kan ik even heerlijk in de boeken duiken.’’
Dat ze met een revolutionair lessenpakket het godsdienstonderwijs op de basisschool een impuls geeft, is niet eens zo raar. ,,Zolang ik op de pabo zit, heb ik hoge idealen over het onderwijs. Idealen die niet allemaal te verwezenlijken zijn, dus het kostte me allemaal ontzettend veel energie.’’
Op haar stagescholen stoorde ze zich aan het feit dat de kleuters allemaal in het gelid op stoeltjes moeten zitten. Dat kinderen zodra ze in groep drie zitten niet meer in de poppenhoek mogen, en netjes in de banken moeten zitten. ,,Het onderwijs is zo cognitief gericht. Dat is een verarming. De nadruk ligt heel sterk op prestaties. Kinderen worden almaar getoetst. Al dat toetsen stuitte me tegen de borst.’’
Van Overbeek kwam er achter dat het establishment niet zomaar te veranderen is. Ze bezocht alternatieve onderwijsinstellingen als een Jenaplanschool, een vrije school, een Montessori-school. Maar steeds vond ze de ideale school niet. ,,Ik kwam eigenlijk alleen maar mezelf tegen. Ik heb wel eens gedacht dat ik het onderwijs maar niet in ga. Zo ver is het niet gekomen gelukkig, want ik heb het nu gevonden in het godsdienstonderwijs. Ik ben ook wel wat milder geworden. Mijn idealen gaan weliswaar door de zeef van de realiteit, maar ze blijven wel. Zonder idealen stort het onderwijs als een kaartenhuis in elkaar. Misschien wil ik wel fulltime met godsdienstonderwijs aan de gang. Ik heb het gevoel dat er nog heel veel te doen is op de zondagsscholen en in het christelijk onderwijs.’’
Hanna van Overbeeks scriptie is te downloaden op de website besturenraad.nl.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

Godsdienst lessen zijn saai en dat kan anders.
Breng de juiste mensen bij elkaar en stel lesplannen op en maak leuke gedegen lessen.

Er zijn docenten, er is enorm veel lesmateriaal. Nu een en ander combineren en dan uitbrengen op cd en via een website. En mensen daarmee begeleiden en trainen.

Groeten,

Hein

Hein van den Heuvel, meppel - vrijdag, 19 september 2008


regio
Familieberichten
Advertenties