De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 25 mei

Regiomaandag, 21 maart 2005

Aaisykje
WIM SCHUURMAN
Aaisykjen een sport? ,,Jawis!’’ Koppig bijt ik mij vast in mijn voorgenomen verslag over de voorjaarsklassieker Milaan-Sanremo, maar de dikke batterij van Zabel verandert in een van warmte trillende voorjaarsmorgen. Het relaas wil maar niet vlot trekken. Een zachte voorjaarswind doorstraalt mijn bloed, bloed dat ,,brűst en siedet’’ nu het aaisykjen voor de Friezen als traditie verloren dreigt te gaan.
En traditie is het. Als de bakker in het voorjaar ,,Se bin der wer!’’ riep, dan refereerde hij niet aan zijn nieuwe voorraad maanzaadbollen, of een infanterie Duitsers, maar aan kieviten die uit de ijle lucht waren komen vallen. De topsporters onder de aaisikers herkende je niet aan een strak torso maar een diep doorgroefd gelaat, met altijd die heerlijk verstilde glimlach alsof hij dingen wist die jou, oh onfortuinlijke leek, overduidelijk ontgingen. Op jou vraag ,,hoefolle?’’ , volgde een geveinsde stilte alsof je net een moeilijke staartdeling op zijn bordje had gelegd. ,,Acht, tsien, leau ik. Ja, mei dat twakke fan it stikje dęr’t jo fan ‘e moarn rűnen, dochs tsien.’’
Tűke mannen, zelfs zo tűk dat ze de vlucht van het sijke konden vertellen hoeveel eieren er in het nest lagen. ‘Alde Feije’ kon zelfs, in de tijd dat er een aardappel in het nest werd gelegd teneinde de kieviten tot een hogere productie te dwingen, aan de vogel zien of er een rode star of bintje in het nest lag. En mochten de aardappelen uit de kelder van mem te groot zijn, dan was de kievit niet te beroerd de zoeker daar fijntjes op te wijzen middels een kattebelletje: ,,Bij zulke koolrapen leg ik niet!’’.
Aaisikers zaten altijd op het vinkentouw om elkaar ‘stikelstekjes’ uit te delen. Scheidsrechters kende de sport ook. Als kwajongens eieren raapten in de verboden periode, stond er altijd een bromsnor klaar die zag dat de bulten onder de pet niet het resultaat waren van een jeugdige vete.
,,Soa, jimme hjir en it is ferbeane tiid!’’ ,,As jim aaien by jim hienen wie ’t net bęst!’’. ,,Né, Haersma’’ - kâld rűn it de jonges oer de lea en it wie as sonken se yn ’e djipste siggesompen. ,,En no’’, terwijl zijn koolschoppenhand hard op het topzware en wiegelende kinderkopje werd gedrukt ,,nei hűs!’’ - Fiifhűndert meter fierder besochten hymjende jonkjes mei toppen rűchte de djerre út pet en hier to feijen.
Heerlijke passages uit het smulboek Fűgelflecht van H.F. de Boer, voormalig voorzitter van de Friese vogelwacht, en iedere vertaling mijnerzijds zou onrecht doen aan zinnen die druipen van kleur en balans. Maar nu is het treurigheid troef bij het eerst gevonden kievitsei in Skűlenboarch. Commissaris van de koningin Ed Nijpels zakt zowel letterlijk als figuurlijk door zijn knieën om de kalkvrucht van dichtbij te bekijken. Niet eerder was hij zo diep zijn sompige werkterrein geďnfiltreerd en het prijskaartje van de Scapino-voorjaarsknallers bungelt nog aan zijn gele laarzen. ,,Een fraai tafereel’’, lachebekt de Hollandse fatsoensrakker en daar is inderdaad geen woord op af te dingen.
In De Skuur beschrijft Wim Schuurman uit Wijtgaard iedere week over sport in de breedste zin van het woord.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties