De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Geloof & Kerkvrijdag, 17 juni 2005

Algemeen secretaris Ineke Bakker van de Raad van Kerken over het rapport ‘Armoede in Nederland’
Kerken en armoede: veel praten met de overheid

Kerkinactie presenteerde vorige week het rapport Armoede in Nederland. Onderzoek naar financiële hulpverlening door diaconieën van de Protestantse Kerk in Nederland . Een van de conclusies is dat er sprake is van een toename van de ar-moedeproblematiek. Voor de Raad van Kerken in Nederland was deze uitkomst geen verrassing. In het afgelopen jaar vroeg de Raad in contacten met bewindslieden al meermalen aan-dacht voor de groeiende armoede in ons land.

INEKE BAKKER
Het begon op 27 mei vorig jaar met een gesprek van een delegatie van de Raad van Kerken met premier Balkenende over waarden en normen. Aanleiding was de publicatie van het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over Waarden en normen en de last van gedrag . Hoewel de kerken in het rapport nauwelijks genoemd werden, was de premier van mening dat kerken en andere religieuze instituten een belangrijke rol kunnen spelen in het overdragen en naleven van belangrijke waarden in onze samenleving.
Hij riep de kerken dan ook op tot deelname aan het debat over waarden en normen. Van de zijde van de kerken werd ingebracht dat dit debat natuurlijk pas echt spannend wordt, wanneer het gaat over concrete beleidsvoornemens en maatregelen, en over de keuzes die daarbij gemaakt moeten worden. Immers, voor waarden als gerechtigheid, barmhartigheid en solidariteit is iedereen, het komt erop aan hoe die waarden vorm krijgen in concreet beleid.

Signalen

Juist in die maanden kreeg de projectgroep Arme Kant van Nederland van de Raad steeds meer signalen van lokale groepen en diaconieën dat zij in toenemende mate geconfronteerd worden met hulpvragen. Steeds meer mensen lijken in financiële problemen te komen. Voedselbanken kwamen overal op en kregen steeds meer cliënten. Aanleiding voor de Raad om kort voor Prinsjesdag een uitvoerige brief aan de premier te schrijven. Daarin werd gezegd: ‘Wat de kerken van hun diaconale organen vernemen, is dat aanzienlijke groepen mensen in een kwetsbare positie in de samenleving - vreemdelingen, dak- en thuislozen, mensen met een minimumuitkering of mensen met een handicap of chronische ziekte - te maken hebben met een afnemende beschikbaarheid van noodzakelijke voorzieningen, een opeenstapeling van eigen bijdragen en een daling van hun inkomen. Dit leidt tot een verschraling van hun bestaan en soms tot sociale uitsluiting.’
En teruggrijpend op het gesprek over waarden en normen werd eraan toegevoegd: ‘De kerken zien dat waarden als gerechtigheid, solidariteit, waardigheid van de menselijke persoon en humaniteit, die in de christelijke traditie - maar niet alleen daar - zo belangrijk zijn, het vaak moeten afleggen tegen waarden van economisch gewin of overwegingen van financieel-economische aard.’
Het televisieprogramma Nova nodigde daarop minister De Geus en mij als algemeen secretaris uit voor een debat. Na afloop hiervan stelde minister De Geus voor dat hij - ter vervanging van de zieke premier - met een delegatie van de Raad van Kerken over de armoedeproblematiek zou doorpraten. Want hij vond dat de kerken fundamentele vragen aan de orde stelden.
Het gesprek van de Raad met minister De Geus vond plaats op 30 november en behalve de minister nam ook staatssecretaris Ross-van Dorp eraan deel. Ook nu startte het gesprek met waarden en normen, maar al snel werd overgegaan naar het concrete invullen van die waarden in het sociaal-economische en welzijnsbeleid. Belangrijk gespreksonderwerp was de komende Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Deze wet veronderstelt dat mensen eerst in hun eigen omgeving van familie en vrienden en vervolgens in maatschappelijke verbanden als kerken of verenigingen hulp zoeken. De overheid komt pas in zicht als alle andere vormen van maatschappelijke ondersteuning hebben gefaald.
Ook de schuldhulpverlening en de voedselbanken kwamen in het gesprek aan de orde. Voor kerken vormen die laatste een dilemma. Enerzijds willen kerken mensen die behoefte hebben aan voedselhulp, graag helpen, anderzijds zijn zij van mening dat het de verant-woordelijkheid van de overheid is om te zorgen dat burgers financieel kunnen rondkomen. Dat is juist een van de verworvenheden van de verzorgingsstaat. Niemand wil terug naar de tijd van het pannetje soep. Als er dan toch geholpen moet worden door kerken, gebeurt dat onder het motto ‘helpen onder protest’, zoals de projectgroep Arme Kant van Nederland het noemt.
Het gesprek met beide bewindslieden leidde tot een drietal concrete afspraken, waarvan er inmiddels twee zijn nagekomen. Over de WMO is verder gesproken tussen hoge ambtenaren van het ministerie van VWS en diaconale deskundigen uit de kerken. En minister De Geus bracht een bezoek aan de voedselbank van Rotterdam om zichzelf op de hoogte te stellen.

Ondersteuning

In het gesprek over de WMO bleek hoezeer de overheid ervan uitgaat dat maatschappelijke organisaties als de kerken bereid en in staat zullen zijn aan mensen in problemen ondersteuning te bieden. Van de zijde van de kerken werd erop gewezen dat de kerken lang niet overal menskracht en financiële middelen hebben om aan de hulpvragen te voldoen, nog afgezien van de vraag of het wel op de weg van de kerken ligt dit soort steun te verlenen.
De kerken zien hun plek veeleer daar te helpen waar verder geen helper is, waar mensen tussen de wal en het schip van de vaak bureaucratische regelgeving vallen, waar de gecompliceerde situatie van het leven van mensen niet past binnen de regels en wetten. Gewone maatschappelijke ondersteuning hoort een overheidstaak te zijn, die de overheid niet af kan schuiven op lokale maatschappelijke organisaties, waaronder de kerken. Bovendien zijn veel maatschappelijke organisaties in de afgelopen jaren zwaar getroffen door bezuinigingen van het kabinet. Dus het is maar de vraag in hoeverre zij mogelijkheden hebben voor een uitbreiding van taken.
Wie dit panorama overziet en bedenkt hoeveel maatregelen er in de afgelopen jaren genomen zijn die de inkomenssituatie van mensen met een minimuminkomen aantasten, is niet verbaasd over de uitkomsten van het onderzoek Armoede in Nederland . De cijfers bevestigen domweg wat de diaconieen als vooruitgeschoven sociale antennes van de kerken al lang gemerkt hadden. Steeds meer mensen kunnen niet meer rondkomen. En dat terwijl de inkomens van topmanagers met 13 procent gestegen zijn, zoals vorige week werd bericht. Dit is geen noodlot, maar het gevolg van beleidskeuzes, die de overheid maakt. Dat de kerken dan bij de verantwoordelijke bewindslieden aan de bel trekken, heeft niets te maken met het schenden van de scheiding kerk-staat, zoals minister Donner eerder in een interview met Friesch Dagblad suggereerde. Het gaat, naar mijn mening, om het nemen van de eigen verantwoordelijkheid van de kerken. Vanuit hun evangelische opdracht kunnen zij niet anders dan opkomen voor mensen in knelsituaties. Als een groeiend aantal mensen in problemen komt vanwege overheidsbeleid, is het aan de kerken, die bovendien een deel van de problemen (moeten) opvangen, om bij de overheid aan de bel te trekken.
Tot op heden vond de Raad van Kerken wel aandachtig luisterende oren, maar helaas nog te weinig verandering van beleid. Het gesprek met de overheid wordt, wat de kerken betreft, dan ook voortgezet. Een eerstvolgende gelegenheid is de aanbieding van het rapport Armoede in Nederland aan minister De Geus op 5 juli.
Ineke Bakker is algemeen secretaris van de Raad van Kerken in Nederland

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties