De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

maandag 23 oktober

Geloof & Kerkwoensdag, 5 oktober 2005

Poging tot definiëring biedt stof tot nader onderzoek
Wat is een christelijk kinderboek?

Leeuwarden – Vandaag begint de Kinderboekenweek 2005. Al jaren wordt in deze tijd van het jaar ook de christelijke Kinderboekenmaand georganiseerd. Dit jaar staat die laatste extra in de belangstelling, omdat het thema van de Kinderboekenweek – De Toveracademie – omstreden is onder christelijke schoolbesturen en bibliotheken. Maar wat is een christelijk kinderboek eigenlijk?

JANT VAN DER WEG
Het is al weer heel wat jaren geleden dat het bestuur van de zondagsschoolvereniging Jachin werd uitgenodigd door een verband van christen-auteurs. De jaarlijkse kerstfeesten van de zondagsscholen werden altijd vergezeld van het beroemde Kerstboekje. Vandaar de uitnodiging om eens te praten over wat een goed christelijk kinderboek nu eigenlijk is en aan wat voor voorwaarden het moet voldoen.
We kwamen er indertijd met elkaar niet echt uit en ook vandaag leven die vragen nog steeds. Hoewel, er lopen ook heel wat mensen rond die daar niet zo over tobben en meteen een antwoord klaar hebben. Dat soort boeken zijn volgens hen oubollig, ouderwets en saai. Misschien was dat jaren geleden waar, maar het laatste decennium is er toch iets ten goede veranderd. Wel wordt er nog steeds over de betreffende vragen nagedacht, zoals het boek Christelijke kinderboeken in beweging laat zien. Het boek bevat een verzameling bijdragen, sommigen eerder gepubliceerd, van diverse mensen die nauw bij dit fenomeen zijn betrokken.
De aanleiding voor de samenstelsters Lolkema en Prins was het verschijnen van de Encyclopedie van de jeugdliteratuur waarin ze hedendaagse christelijke auteurs als Ben Slingeberg, Guurtje Leguijt, Janne IJmker en Marianne Witvliet niet terugvonden. Ook de prijzen in dit circuit als Het Hoogste Woord en de EigenWijsPrijs, toegekend door de doelgroep zelf, komen niet in de encyclopedie voor. Tijd dus voor een eigen onderzoek en een eigen boek.
Het gaat in dit boek om de ontwikkeling van christelijke kinderboeken uit het laatste decennium. Vanuit verschillende invalshoeken wordt beschreven, hoe die ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Al snel blijkt dat het stoffige imago hoognodig een afstofbeurt kan gebruiken.
Van de negen hoofdstukken hebben de redactieleden zelf zes voor hun rekening genomen.
Het derde hoofdstuk, waarin Els de Jong-van Gurp, directeur van de Brancheorganisatie voor het Christelijke Boeken- en Muziekvak (BCB), een historisch overzicht van de afgelopen tien jaar geeft, had met zijn feiten wat mij betreft beter als eerste, inleidend hoofdstuk kunnen dienen van de verder meer betogende en nader onderzoekende hoofdstukken.
Nergens in het boek wordt uitgelegd waar de afkorting BCB voor staat. Wie het aangegeven internetadres raadpleegt, komt op de CLK-site terecht, zoals de vroegere naam van BCB luidt, maar ook hier geen nadere verklaring van beide letterwoorden.

Slotconclusie

De structuur van het boek had toch iets beter gekund. Je verwacht na allerlei pogingen om het onderwerp te definiëren een soort slotconclusie. Nu komt hoofdstuk acht over de rol van de redacteur en de slotbeschouwing, waarin de uitgever een plaatsje heeft gekregen, er als een soort staartje achteraan. Het korte hoofdstuk zes over de diversiteit van christelijk Nederland zou eveneens beter in de inleidende gedeelten hebben gepast.
Belangrijker dan de opbouw van het boek is de definitie van ‘het christelijke kinderboek’. Deze wordt in feite pas in hoofdstuk zeven gegeven, al is dat naar mijn idee nog niet afdoende.
Lonneke Janssen worstelt in haar hoofdstuk eveneens met dit begrip. Deze studente Cultuur & Letteren aan de Universiteit van Tilburg, die overigens officieel Universiteit van Brabant heet, raakt niet echt de essentie, al doet ze wel pogingen daartoe. Haar eerste definitiepoging is dat zo’n boek bij een christelijke uitgever is verschenen. Dat is wel erg mager. De beide redacteuren in hun hoofdstuk lijken haar te hulp te komen met een meer essentieel element voor een dergelijk boek, ‘dat de auteur het bestaan van God zal bevestigen en niet ontkennen’.
Maar ook daarmee kom je niet echt ver. Wat moet je dan bijvoorbeeld met boeken als Virus van Rob Visser en Sluipjacht van Bram Kasse, waarin God helemaal niet genoemd wordt? Toch hanteren de auteurs heel duidelijk een christelijke symboliek. Echter, ook ‘seculiere’ of niet-christelijke boeken kunnen dergelijke symbolen bevatten. Janssen constateert, dat het enige gemeenschappelijke kenmerk is dat auteurs goede christelijke kinderboeken willen schrijven.
Helaas biedt ook dat geen oplossing. Op zichzelf is haar vergelijkend onderzoekje van zogenoemd christelijke en niet-christelijke boeken best interessant. Toch kom je al bij de indeling in moeilijkheden. Want waarom wordt het boek De kinderen van het Achtste Woud van Els Pelgrom als niet-christelijk gepresenteerd, terwijl toch goed naar voren komt dat de boer, waar Noortje en haar vader als evacués terechtkomen, zeer expliciet vanuit zijn geloof onderduikers en joden herbergt?
Haar ‘wereld van verschil’ heeft met de boeken als zodanig niet veel te maken, maar richt zich meer op tekst-externe factoren. Zo is er weinig of geen aandacht voor christelijke kinderboeken in algemene media, zijn ze in algemene boekhandels nauwelijks te koop en lezen niet-christelijke kinderen volgens haar geen christelijke boeken. Die conclusies lijken wat natte-vingerwerk, niet gebaseerd op eigen onderzoek of dat van anderen. Qua inhoud, en daar richtte zich haar onderzoek wel op, is dat verschil er niet.

Boven water

In hoofdstuk zeven wagen de redacteuren dus zelf nog een poging om toch dat christelijke kinderboek boven water te krijgen. Ze hebben getracht dat te doen door het de auteurs zelf te vragen, maar daar schieten ze niet echt veel mee op. De meesten willen zich niet op het christelijke element vastpinnen, het gaat hen er in de eerste plaats om goede kinderboeken te schrijven. Daarbij hebben ze twee doelen voor ogen, en wel het bieden van leesplezier en kwaliteit. Dat schiet dus niet op, want niet-christelijke auteurs willen, uiteraard, hetzelfde.
Aan het slot van hun hoofdstuk bieden Lolkema en Prins nog een aantal kenmerken, die nogal voor de hand liggen en niet echt een oplossing voor het definitieprobleem geven.
Een hoofdstuk over illustraties en een aanhangsel met allerlei aanverwante informatie over auteurs, illustratoren, instellingen, prijzen et cetera completeren Christelijke kinderboeken in beweging . De poging tot beschrijven van tien jaar christelijke kinderboeken is niet geheel geslaagd, maar desalniettemin is het boek van belang om verder over te discussiëren en nader onderzoek te doen.
N.a.v. Marjolein Lolkema en Annemarie Prins (red.), ‘Christelijke kinderboeken in beweging: Een overzicht (1995-2005)’, Mozaïek, Zoetermeer. Prijs: 18,90 euro.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties