De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 24 mei

Achtergronddonderdag, 6 oktober 2005

De Vries verdient een flink debat

De economische koers van het CDA is gebaseerd op doemscenario’s. Er is een overdreven angst voor de vergrijzing. Minima worden onterecht gekort en politiek beladen onderwerpen als de hypotheekrente blijven onterecht onbesproken. Dat vinden critici binnen de partij. Oud-minister en oud-CDA-voorzitter Bert de Vries zette de kritiek op een rij in zijn boek Overmoed en Onbehagen. Er volgde een stroom van reacties, die nog steeds aanhoudt. Het Friesch Dagblad vroeg vier christendenkers te reageren op het boek. Op deze pagina de mening van CNV-voorzitter René Paas. De komende dagen volgen oud-minister van Sociale Zaken Wil Albeda, prof. dr. Eelke de Jong (Radboud Universiteit Nijmegen) en Gerrit de Jong, lid van de Algemene Rekenkamer.

RENÉ PAAS
Leuk vonden ze het niet. Het CDA reageerde boos op Overmoed en onbehagen , het boek van Bert de Vries. Wie de tijd neemt het boek te lezen, ontdekt dat het veel meer is dan een onverhoedse aanval. Het is een verdienstelijke poging onderbouwde kritiek te leveren op de neo-conservatieve beleidslijnen van het kabinet. Een welkome bijdrage aan een discussie die we nodig moeten voeren.
Ik heb al jaren een zwak voor Bert de Vries. Waar het van komt, weet ik niet. Is het zijn Groningse accent, waardoor hij zelfs ernstige kwesties altijd onderkoeld presenteert? Zijn het de glimoogjes waarmee hij de wereld voorziet van recht en hoekig commentaar? Of is het omdat deze oud-fractievoorzitter, oud-minister (van Sociale Zaken) en oud-partijvoorzitter al jarenlang een dam opwerpt tegen vrije markt-borrelpraat?
De Vries windt er geen doekjes om: hij hekelt de neo-conservatieve koers van Balkenende. Deze koers wordt volgens De Vries met terugwerkende kracht voorzien van een christelijk-sociale onderbouwing (‘eigen verantwoordelijkheid’). Hij kent het CDA uit de beginjaren nauwelijks terug. Was de overheid ooit het schild voor de zwakken, nu zet ze je in de koude wind. Volgens De Vries drukt het ‘Amerikaanse ideaalbeeld’ ons Rijnlandse model naar de achtergrond. De Nederlandse bevolking is het slachtoffer van een angstcampagne: ‘Als we nu niet drastisch ingrijpen, zadelen we de komende generaties op met onbetaalbare lasten. En dat wil toch niemand?’

De diagnose

Na deze deprimerende schets van christen-democratisch argumenteren, stelt ‘Dr. B.’ de diagnose. Hij doet dat gedegen, professoraal. Overmoed leest als een studieboek. De Vries legt in elk hoofdstuk de feiten uit en bestrijdt dan de keuzes van het kabinet. Eerst wijst hij ‘de roes’ van de eeuwwisseling aan als de veroorzaker van de onvermijdelijke kater. Daarna werkt hij systematisch het sociaal-economische beleid door: weinig deugt.
De Vries maakt korte metten met het streven de staatsschuld af te lossen en met het EMU-saldo (‘een beetje dom’). Hij slecht het taboe van de hypotheekrente-aftrek, dringt aan op een ander pensioensysteem en stelt vast dat de aanrollende grijze golf zichzelf kan bedruipen dankzij belastingen op lijfrentes. Hij analyseert dat de nieuwe Wet Arbeidsongeschiktheid (WAO) en Werkloosheidswet (WW) ervoor zorgen dat de zwakste groepen sneller op het sociale minimum terechtkomen, en dat is de afgelopen kwart eeuw steeds beroerder geworden. Ten slotte maakt hij gehakt van de levensloopregeling en van plannen voor een ‘vlaktaks’, waarbij iedereen hetzelfde percentage belasting betaalt. Al deze kritiek maakt nieuwsgierig naar De Vries’ eigen opvattingen. Die staan achterin het boek, onder de veelbelovende titel Het verkiezingsprogramma 2007 . Ik ben benieuwd wie er op wordt gekozen.

Ongemakkelijk

Het is de verdienste van De Vries dat hij een gedegen bijdrage levert aan het sociaal-economisch debat, ook in de christelijk-sociale kring. Dat debat is meer dan welkom. Wie de discussie smoort, zoekt de rust van het kerkhof. Maar De Vries geeft ook lucht aan mijn eigen onbehagen. Ik merk hoeveel CNV’ers zich ongemakkelijk voelen bij het regeringsbeleid. Aanvankelijk kon het beleid Balkenende ook bij het CNV op waardering rekenen. Wie wijst op aanstormende problemen en daaraan nog toevoegt dat mensen zelf ook verantwoordelijk zijn, raakt in onze kring gevoelige snaren. CNV-bestuurders houden al lang pleidooien voor een betere verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid. middenveld en burger.
Maar de grens is bereikt waar mensen een verantwoordelijkheid krijgen die ze niet kunnen dragen. En wij brengen verantwoordelijkheid ook graag in verband met die andere kernwaarde uit het christelijk-sociaal denken: solidariteit. Net als De Vries, maak ik me zorgen hoe dat CDA-kernbegrip geleidelijk verkruimelt: ‘We blijven solidariteit met een hoofdletter schrijven, maar voor een toetsingscriterium van overheidsbeleid ben je ermee aan het verkeerde adres.’
De Vries stelt vast dat de ideologische basis van het CDA onvoldoende houvast biedt voor een consistent beleid. Of het nu sociaal of liberaal beleid betreft: alles lijkt van daaruit te verdedigen. Ik denk dat schijn bedriegt. Sinds de oprichting van de partij hebben christen-democraten gediscussieerd over de betekenis van de uitgangspunten. Maar mijn ervaring is dat met de ideologische basis van de christelijk-sociale beweging niet valt te spotten. We moeten juist op het scherpst van de snede discussiëren. Christelijk-sociaal denken vergt immers voortdurende actualisatie.
Ik ben het niet eens met De Vries dat de dunne ideologische basis het kernprobleem is. In eigen huis, bij het CNV, zie ik bijna dagelijks hoe bruikbaar christelijk-sociale uitgangspunten zijn voor het voeren van consistent beleid. Natuurlijk verandert de wereld. Ook wij passen onze standpunten steeds aan. Maar op haakse bochten is het CNV zelden te betrappen. Dat heeft alles te maken met ons streven de kernwaarden in hun samenhang te bezien. Je kunt bijvoorbeeld niet pleiten voor een ander pensioenstelsel vanwege de gespreide verantwoordelijkheid, zonder een idee van de gevolgen voor de solidariteit.
Laten we de handschoen oppakken. Laten we het lef tonen om, gebruikmakend van onze ideologische basis, te werken aan actualisering van onze visie op de moderne maatschappelijke ordening. Koerswijzigingen kunnen altijd. Maar een fundamenteel andere maatschappijordening wordt dan erg onwaarschijnlijk.

Angstcampagne

Dat het boek van De Vries zich laat lezen als een provocatie, bleek uit de reacties vanuit het CDA. Gelukkig herkent bijna iedereen het nu als een bijdrage aan een belangrijk debat. Ik hoop dat we het gaan voeren. Al was het maar om ook de tegenargumenten te kennen. Ik was zelf bijvoorbeeld onder de indruk van de onderbouwing die De Vries geeft voor zijn stelling dat het kabinet een angstcampagne voert. Maar nu ik het boek uit heb, weet ik het toch niet zeker. Ik zou graag wat willen leren van een rechtstreekse confrontatie tussen De Vries en andere economische titanen.
Angst is een slechte raadgever. Maar als het kabinet alleen angst zaait, wat moet ik dan vinden van de analyses van het CPB die aandringen op voorzichtigheid? Hoe zorgeloos moeten we van De Vries worden? Ook CNV-economen analyseren dat de vergrijzing ons voor grote uitdagingen stelt. Dat zeiden ze zelfs in het afgelopen jaar vol onenigheid met het kabinet. We fulmineerden over knullige uitvoering, slechte maatvoering en ondoordacht tempo van kabinetsmaatregelen, maar hadden vaak wel begrip voor de richting. Dat er weinig inhoudelijk verweer komt op De Vries’ zware verwijten, vergroot mijn honger naar een stevig debat. Waarom organiseert het CDA dat niet bij het volgende congres?

Middenveld

Misschien kunnen we het dan meteen ook hebben over verantwoordelijkheid anno 2005. In de christelijk-sociale traditie past het dat de overheid burgers en hun organisaties aanspreekt op hun verantwoordelijkheid. Het kabinet kent maar twee mogelijkheden: de overheid of de burger. De overheid doet steeds minder, dus moet de burger steeds meer verantwoordelijkheid nemen. ‘Eigen verantwoordelijkheid’, met de nadruk op verplicht doe-het-zelven.
In de visie van het CNV gaat het bij verantwoordelijkheid om iets anders. Bij verantwoordelijkheid komen juist de organisaties van burgers in beeld. Voor die organisaties heeft het kabinet maar weinig oog en al helemaal weinig waardering.
Bert de Vries doet precies het omgekeerde. De overheid houdt in zijn boek een zware rol. Hij beroept zich daarvoor op de solidariteit, waarvan de overheid een drager is. Dat lijkt sterk op het recept dat sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw in Nederland is toegepast. Het probleem van dit ‘primaat van de politiek’ wordt zo dat iedereen de neiging krijgt de verantwoordelijkheid af te schuiven op de politiek: die geeft immers vorm aan de maatschappelijke solidariteit?
Het boek van De Vries is een scherpe bijdrage aan een broodnodig debat. Het agendeert de vraag met welke problemen we nu werkelijk worden geconfronteerd. Het formuleert er oplossingen voor. Het probleem is de drager van De Vries’ oplossingen: de overheid. Eigenlijk maken Bert de Vries en Jan Peter Balkenende hier dezelfde fout: ze laten zich persen in de ‘paarse’ tegenstelling tussen overheid en markt, tussen overheid en individu. En zo verwaarlozen ze de rol die het maatschappelijk middenveld zou kunnen spelen. Laten we maar eens kijken of we die dimensie in het debat weer terug kunnen brengen.
René Paas is voorzitter van het CNV

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

achtergrond
Familieberichten
Advertenties