De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 25 februari

Hoofdartikeldonderdag, 13 oktober 2005

Een kleine gemeente …
Het is alweer meer dan twintig jaar geleden dat namen als Barradeel, Doniawerstal, Hemelumer Oldeferd en Utingeradeel naar de vergetelheid werden verwezen. Het lijkt erop dat burgemeester Dales er nog een stuk of vijftien achteraan wil jagen. Fryslân kan wel toe met de helft minder gemeenten, zei hij op Radio 1. Best begrijpelijk, zo’n wens van een burgemeester die jaren wethouder was van een stad met meer inwoners dan alle eenendertig Friese gemeenten bij elkaar. Eenendertig is ook wel erg veel voor de op één na dunst bevolkte provincie van Nederland. Alleen Drenthe is nog ietsje leger, maar die provincie heeft maar twaalf gemeenten. Dáár moeten we naartoe, vindt Dales.
Maar is dat zo? Heeft de serie ingrijpende gemeentelijke herindelingen van de laatste decennia van de vorige eeuw gebracht wat ervan verwacht werd? Dat is zeer de vraag. De bedoeling was helder: decentraliseren (voer beleid op een zo kleinschalig mogelijk niveau, geef meer taken en bevoegdheden aan gemeenten). Dat is mooi voor de efficiëntie en voor de betrokkenheid van de burger bij bestuur en politiek. Maar daar is dan wel een professioneel en zakelijk gemeentelijk apparaat voor nodig. Aldus ging de minimaal verantwoord geachte omvang van een gemeente gestaag omhoog van vijfduizend naar 25.000 inwoners. Een aantal Friese gemeenten zit overigens nog onder die grens.
Maar van het grove herindelingswerk is het rijk intussen afgestapt. Mee onder druk van de LPF is het kabinet-Balkenende I opgehouden met herindelingen van bovenaf. Gemeenten mogen nog best fuseren, maar alleen als ze het zelf willen. Dat stapje terug is niet zomaar een slap toegeven aan een gril van het succesvolle buitenbeentje Fortuyn. Sinds de jaren tachtig is veel onderzoek verricht naar het effect van die herindelingen, en de conclusies liegen er niet om: meestal bereiken die fusies niet wat ze hebben beoogd. Sommige dingen zijn weliswaar verbeterd: ambtenaren kunnen zich verder specialiseren, de organisatie is minder kwetsbaar, het voorzieningenniveau in een grotere gemeente is makkelijker in stand te houden. Maar door de bank genomen ,,bleken de effecten van herindelingen altijd tegen te vallen’’, meldt bijvoorbeeld het Ruimtelijk Planbureau. Het aantal ambtenaren nam altijd onevenredig toe; ergo meer overleg, meer bureaucratie, meer overheadkosten. Het ziekteverzuim in grote gemeenten is dubbel zo hoog als dat in kleine gemeenten, de salariskosten zijn hoger want die zijn gekoppeld zijn aan de omvang van een gemeente; de herkenbaarheid voor de burger nam af, de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen zakte, het ledental van politieke partijen kromp in.
Naast nadelen van kleine gemeenten kunnen veel positieve elementen worden genoemd. Ze zijn bijvoorbeeld niet trager in het verstrekken van uitkeringen (vaak sneller), dat ze in principe klantvriendelijke openingstijden kunnen organiseren (ook in Littenseradiel is de balie een avond per week open), ze realiseren voorzieningen even snel als grote gemeenten dat doen en hebben relatief minder ambtenaren nodig omdat de kleine schaal de complexiteit van de problemen beperkt houdt. Als het werk door het toenemend aantal taken te ingewikkeld dreigt te worden, reageren besturen van kleine gemeenten vaak adequaat door het aangaan van samenwerkingsverbanden. Er zijn gemeenschappelijke sociale diensten, er zijn gemeenten met één gezamenlijke afvalinzamelingsdienst en er zijn er met een gemeenschappelijk bedrijventerrein, om maar wat te noemen. Leeuwarden zelf heeft afspraken met de omliggende gemeenten over woningbouw: zij temporiseren, zodat Leeuwarden flink op stoom kan komen, op weg naar het realiseren van de ambitie om een stad met 100.000 tot 125.000 inwoners te worden.
…is niet per se een slechte
De klassieke herindelingen waren gebaseerd op schaalgrootte. Deze nieuwere samenwerkingsvormen zijn – veel logischer - gestoeld op beleid .
Dales verdedigt de door hem gewenste fusie met omliggende gemeente(n) met het argument dat als Leeuwarden maar eenmaal boven de honderdduizend inwoners zit, het in een andere categorie stad valt die veel meer geld kan lospeuteren bij het rijk. Maar dat moet de burgemeester nog maar eens goed uitleggen. Leeuwarden participeert al sinds 1996 in het grotestedenbeleid van het rijk, al heeft de stad geen 100.000 inwoners. Concrete beleidsproblemen moeten het criterium zijn voor zowel samenwerkingsverbanden als extra rijksbijdragen aan een stad. Niet het inwonertal sec. Als het rijk alleen naar de 100.000-inwonergrens zou kijken voor het al dan niet vrijgeven van een hogere rijksbijdrage, dan deugt dat criterium niet. Dan moet Dales ernaar streven dát te veranderen, en niet de gemeentegrens.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties