De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Hoofdartikeldonderdag, 19 oktober 2006

Provinciale verkiezingen...
Nog maar vijf maanden, dan heeft Fryslân z’n nieuwe volksvertegenwoordiging gekozen. Toch zal het nog wel even duren voor de provinciale verkiezingscampagne op gang komt en de aandacht krijgt die ze verdient. In ieder geval tot 22 november gaat alle aandacht uit naar landelijke krachtmeting die dan plaatsvindt. Maar ook nadat de kaarten in Den Haag opnieuw geschud zijn, zullen provinciale lijsttrekkers er zwaar aan moeten sleuren om de burgers met hun eigen, regionale thema’s te boeien. Na de Kamerverkiezingen volgt immers een kabinetsformatie en gedurende dat proces zijn politieke partijen bovenmatig geďnteresseerd in de vraag hoe kiezers het Haagse spel beoordelen. Ook landelijke media zullen de Statenverkiezingen vooral uitleggen als een volksbrede opiniepeiling, als een blijk van waardering of afkeuring voor het nieuwe kabinet en zijn voornemens.
Overigens is het zeer twijfelachtig of dat nieuwe kabinet al rond is, wanneer op 7 maart opnieuw de stembussen opengaan. Zeker wanneer CDA en PvdA door de uitslag van 22 november tot elkaar veroordeeld worden, zullen er wel meer dan 105 dagen overheen gaan voor de nieuwe ploeg aantreedt. Dan doet zich dezelfde situatie voor als vier jaar geleden: verkiezingen in de provincie terwijl in Den Haag een formatievacuüm heerst (de langste kabinetsformatie ooit, in 1973, duurde 164 dagen).
De provinciale verkiezingen zijn niet alleen als opiniepeiling van invloed op de schermutselingen rond het Binnenhof, ze raken ook direct de landelijke machtsverhouding. Statenleden kiezen immers de Eerste Kamer. Wanneer de Statenverkiezingen in maart een forse afwijking vertonen ten opzichte van de Kamerverkiezingen van november, kan dat ertoe leiden dat in de nieuwe senaat andere getalsverhoudingen gelden dan in de Tweede Kamer. Met alle gevolgen van dien voor de parlementaire draagkracht onder verschillende coalities. Ook dat zal een reden zijn voor landelijke partijorganisaties om na 22 november niet achterover te leunen, maar zich intensief te bemoeien met de provinciale campagnes die ’s anderendaags van start gaan.
...in landelijke luwte
Het is dus een relatieve luwte waarin Friese partijen en politici zich momenteel voorbereiden op hun eigen verkiezingen. De strijd om een plek op de provinciale kandidatenlijsten bijvoorbeeld krijgt in de verste verte niet de buitensporige aandacht van ‘Mark versus Rita’ en ‘Lousewies versus Alexander’. Zelfs gedeputeerden die jarenlang dag en nacht de provincie bestuurd hebben, mogen blij zijn met een paar procentjes naamsbekendheid. En wanneer een hardwerkend Statenlid door z’n partijbestuur wordt afgevoerd naar een kansloos plekje op de nieuwe lijst, hebben zelfs partijgenoten en nadere intimi dat nauwelijks in de gaten. Zo kan het gebeuren dat er haast geruisloos een aardverschuiving op het Provinciehuis wordt voorbereid. Neem nou het CDA: beide gedeputeerden vertrekken en acht van de zestien Statenleden moeten na maart nieuw tijdverdrijf zoeken. Bij de VVD en ChristenUnie gaat het nog ruiger: die willen in maart met een compleet nieuwe fractie aantreden. Dat belooft malle debatten in de toekomst, want veel politici van de nieuwe generatie hebben maar weinig benul van wat hun partij de afgelopen jaren heeft gepresteerd.
Dat blijft trouwens toch een moeilijk punt bij provinciale verkiezingen: met welke verdiensten kunnen de kandidaten zich sieren in de campagne, en op welk falen kunnen zij hun concurrenten afrekenen? Uit de CDA-hoek wordt het eerste trompetgeschal al weer vernomen: tegen bureaucratie, voor ongebreideld ondernemerschap, boeren en bedrijven niet op slot. Dezelfde riedel waarmee toenmalig lijsttrekker Jan Ploeg in 2003 de strijd aanging met PvdA-collega Anita Andriesen. Ploeg en zijn beoogde opvolger Sjoerd Galema doen het graag voorkomen dat de ruimtelijke ordening in Fryslân in gevaarlijk rode handen is, omdat Andriesen die portefeuille beheert. Collegebeleid in de provincie is echter een collegiale verantwoordelijkheid, dus alles wat er de afgelopen vier jaar gepresteerd is, moet op conto van CDA, PvdA en VVD gezamenlijk geschreven worden. Gedeputeerden hebben weliswaar een eigen portefeuille, maar het zijn geen zelfstandigen (provinciale ‘vakministers’) die zich vanuit hun eigen departement kunnen distantiëren van wat de collega van een andere partij heeft aangericht. Geen PvdA’er is onschuldig aan de buitensporige vloot dienstwagens die VVD-collega Baas besteld heeft. En alles wat het CDA te klagen heeft over regelgeving, bureaucratie en ‘Fryslân op slot’ keert zicht tegen de partij zelf: is het niet tegen de CDA’ers in het college, danwel tegen de partijvrinden in het kabinet. Het feit dat CDA-gedeputeerde Piet Bijman dat scherper ziet dan zijn collega Ploeg (,,Jan bevuilt ons eigen nest’’) herinnert aan vier jaar geleden, toen de twee CDA-gedeputeerden ook al meer tegenover dan naast elkaar stonden. Als ze zo voortgaan de komende tijd, is het voor de oppositie straks prijsschieten op de ‘grote drie’. Als er tenminste nog oppositie is, nadat de kleinste partijen over de verhoogde kiesdrempel gestruikeld zijn en de middelgrote partijen (FNP, ChristenUnie/SGP) zichzelf door interne onlusten verzwakt hebben.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties