De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
dinsdag 22 mei

Geloof & Kerkdinsdag, 19 december 2006

Toerusting veronderstelt doordacht beleid

Plaatselijke kerken hebben een sterke behoefte aan toerusting en ondersteuning, blijkt uit de reacties op de PKN-visienota Leren leven van verwondering. Blijkbaar sluit de nota aan bij het verlangen naar opbouw, verdieping in het geloof en nieuw elan. Dat is op zichzelf al een teken van leven en een werk van de Geest. Maar hoe krijgt het concreet gestalte in de gemeente? Deel 1 van een tweeluik.

CATHERINUS ELSINGA
Het lijkt mij gezond om niet te hoge verwachtingen te hebben van allerlei organisaties en toerusters van buitenaf. Zij kunnen adviezen geven en inspirerende ideeën aanleveren. Maar het lichaam van Christus, de gemeente, zal zélf moeten groeien. Er worden tal van modellen voor gemeenteopbouw aangeboden: de Gemeente als herberg van Jan Hendriks, Doelgericht Leven van Rick Warren, Willow Creek van Bill Hybels, enzovoort. Sommige worden met de nodige marketingtechnieken als ‘succesformule’ aangeprezen. Neem er gerust kennis van, maak er op een gepaste manier gebruik van, maar laat je hoofd niet op hol brengen. Begin gewoon bij het begin.
Een goed uitgangspunt is om de plaatselijke gemeente te zien als een unieke gestalte van het lichaam van Christus. Zoals de leden van uw gemeente stuk voor stuk unieke mensen zijn, zo zijn ze ook samen, als gemeenschap van gelovigen, uniek. U leeft niet in New York waar de Redeemer Church staat van Tim Keller, de meesten van u horen niet bij de Bethel-gemeente in Drachten en u hebt niet zo’n fantastische predikant als Bill Hybels. Geen probleem, dat hoeft ook niet. Er is geen gemeente zoals die van u; wees daar blij mee. U kunt als gemeente op een unieke manier de naam van de Here groot maken.
In deze gemeente vindt een groeiproces plaats onder leiding van de heilige Geest. Soms is zijn werk eenvoudig te zien, aan de groei in geloof, liefde en dienstbaarheid. Het werk van de Geest kan ook belemmerd zijn door ongeloof, verdeeldheid, lauwheid of conflicten. Dan komt het er op aan niet in moedeloosheid en kritiek te blijven hangen, maar te speuren naar de kleine tekenen van hoop en nieuw leven.
Gebed
Zo bezien zijn bij een nieuwe start van de gemeenteopbouw twee dingen van groot belang. Allereerst het volhardende en verwachtingsvolle gebed. Vernieuwing van een gemeente heeft altijd iets verrassends. De mooiste dingen die ik meemaakte in de opbouw van de gemeente had ik niet kunnen bedenken of organiseren. Ze komen van boven, als een geschenk van de Heer. Gods werk maakt ons verwonderd en bescheiden.
,,En zij zullen weten, dat Ik de HERE ben’’ staat er dan in de profeten. De Heer maakt soms gebruik van onze activiteiten, even vaak werkt Hij daar omheen, maar altijd werkt Hij anders (en beter) dan wij in gedachten hadden. Gemeenteopbouw is geen prestatie van een bevlogen predikant, kerkenraad of werkgroep, maar van Hem. Daarom moeten we volhardend bidden en steeds weer leren bidden. Anders wordt het niks.
Het tweede is, dat we eerbied tonen voor het werk dat de Heer aan het doen is. Probeer dat op het spoor te komen, er feeling voor te ontwikkelen. Wat is er aan innig geloof, aan onderling dienstbetoon, aan bevlogenheid en enthousiasme? Op welke terreinen zijn er vragen en verlangens? Hoeveel mensen zijn er op zoek naar verdieping? Wie is bereid zijn gaven in te zetten? Breng eens overzichtelijk (!) in kaart wat er zoal gedaan wordt op het gebied van eredienst, pastoraat, jeugdwerk, toerusting, evangelisatie, zending, diaconaat en beheer. Vraag de betrokkenen daarbij ook de visie te verwoorden van waaruit ze bezig zijn. Wat staat hen voor ogen? Wat drijft hen? Zet het op een overzichtelijke en bondige manier op papier en deel het met elkaar. U zult er wellicht nog versteld van staan hoeveel leven u aantreft. Dank voor zijn werk en bemoedig elkaar ermee.
Eerbied voor wat de Heer geeft kan een gemeente behoeden voor twee gevaren. Het eerste gevaar is dat van de ‘idealisten’. Zij spiegelen de eigen situatie aan die van ‘ideale’ gemeenten elders. ,,Zo zou het bij ons ook moeten.’’ Voortdurend lopen ze aan tegen wat ze in de eigen gemeente missen. Het enthousiasme over de ‘ideale gemeente’ maakt dat ze de eigen gemeente geringschatten. Ze hebben het verlangen helemaal opnieuw te beginnen. Vaak lopen ze op klompen door de porseleinkast van de Geest. Ongewild maken ze brokken en raken ze zelf teleurgesteld en verbitterd. Zulke ‘idealisten’ mogen leren het tere werk van de Geest in eigen omgeving op te zoeken en te beamen. Ik denk daarbij aan Zacharia 4:6: ,,Niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen’’.
Wat nieuws
Daar tegenover staan de ‘conservatieven’. Vaak zijn die bezorgd en verdrietig, omdat ze een proces van geestelijk verval hebben meegemaakt. Bij vernieuwingen is hun eerste reactie: ,,Bah, weer wat nieuws. Wat er nog aan goeds over is, laten we ons niet ontnemen!’’. Zij mogen hoop putten uit het feit dat de Geest op een ongekende manier nieuw leven kan wekken. In de bijbel komt dat vaak voor. Het wordt op een prachtige manier beschreven in Ezechiël 37, waar Israël wordt vergeleken met dorre doodsbeenderen, die zeggen: ,,Onze botten zijn verdord, onze hoop is vervlogen’’. God belooft dat neerslachtige volk: ,,Ik zal jullie mijn Geest geven, zodat jullie weer tot leven komen!’’
Wanneer op papier staat wat er allemaal gebeurt in een gemeente, kun je de volgende stap doen: een beleidsplan maken. Ik heb verscheidene ‘beleidsplannen’ gelezen die volstaan met het weergeven van de bestaande situatie. In een beleidsplan gaat het echter om meer: ‘Waar wil je naar toe?’ (de doelstelling) en ‘hoe denk je daar te komen?’ (de werkwijze). Dat zou je voor ieder terrein van het kerkenwerk - eredienst, pastoraat, jeugdwerk, toerusting, evangelisatie, zending, diaconaat en beheer - moeten verwoorden.
Een kerkenraad kan dat door aparte werkgroepjes laten voorbereiden, al is het wel van belang te zorgen voor samenhang en coördinatie. Iedere werkgroepje zal zich aan de volgende vuistregels moeten houden. 1. Hou het kort (niet meer dan één, hooguit anderhalf A4-tje) 2. Verwoord het doel van het betreffende beleidsterrein. 3. Geef aan waar je naar toe wilt en vertaal dat in concrete (!) haalbare (!) doelstellingen. 4. Geef helder aan hoe je het gestelde doel wilt bereiken. Wat moet wanneer door wie gedaan worden? 5. Houd je op een loyale manier aan de richtlijnen van de kerkenraad, vooral omtrent de identiteit van de gemeente. Dat laatste veronderstelt dat de gemeente een duidelijke identiteit heeft en dat de kerkenraad die uitdraagt (!).
Wanneer dát allemaal gebeurd is, kun je er over nadenken op welke terreinen hulp van buitenaf gewenst is. De volgende keer een voorbeeld uit de praktijk.
Catherinus Elsinga is predikant van de Gereformeerde Kerk in Den Ham

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties