De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

zaterdag 16 december

Geloof & Kerkwoensdag, 20 december 2006

Religie overleeft alle sombere voorspellingen

Den Haag - Voor een toekomstgerichte en onbevangen analyse van de samenleving kan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) niet om de terugkeer van de religie heen, vindt WRR-voorzitter prof. dr. W. van de Donk. ,,Je kunt je zelfs de vraag stellen: Is religie ooit weg geweest?” Hij opende gisteren in de Nieuwe Kerk in Den Haag het symposium Religie en het politieke domein, waar de WRR-studie Geloven in het publieke domein werd gepresenteerd.

DIRK VISSER
Het eerste exemplaar van dit ruim 500 bladzijden tellende rapport werd aangeboden aan burgemeester Job Cohen van Amsterdam, die enkele jaren geleden in zijn eerste nieuwjaarsrede in de hoofdstad het debat over deze vraagstelling had geopend.
Kennis van religie is nodig om te voorkomen dat religie een blinde vlek voor beleidsbepalers wordt, aldus Van de Donk. Hij hekelde de secularisatie-these dat godsdienst definitief op zijn retour zou zijn. Op grond hiervan was er sprake van een intellectuele terugtocht van dit terrein waardoor vragen niet meer gesteld en beantwoord werden. Hij noemde het gevaarlijk als er over bepaalde ontwikkelingen geen wetenschappelijke literatuur meer verschijnt. Religie is er nog, aldus de WRR-voorzitter.
Onder invloed van de secularisatie en de moderniteit is er niet zozeer sprake van terugkeer van de religie, maar eerder van een ingrijpende verandering. De religie vervloeit in vele verschijningsvormen. Dat is lastig voor de overheid in geval van botsing van grondrechten. Daarom informeert de WRR de regering voor de lange termijn over toekomstige ontwikkelingen.
Blunder
De Duitse (godsdienst)socioloog prof. dr. Hans Joas (universiteiten van Erfurt en Chicago) stelde in zijn lezing de vraag of economische groei en vooruitgang op wetenschappelijk en technologisch terrein onomkeerbaar tot een achteruitgang van de religie leiden. Reeds in het begin van de 18de eeuw werd beweerd dat binnen 200 jaar de religie uit Europa zou zijn verdwenen. De Amerikaanse socioloog Peter Berger voorspelde op 25 februari 1968 in The New York Times dat ,,er in het jaar 2000 geen kerken en religieuze gemeenschappen meer zullen zijn, alleen maar kleine secten van gelovigen die dicht bij elkaar kruipen in een wereldomspannende geseculariseerde cultuur’’. Vandaagdedag noemt Berger deze voorspelling ,,de grote blunder’’ van zijn carričre.
Waarom waren die wetenschappers er zo zeker van dat dit zou gebeuren, aldus Joas. Zij maakten volgens hem de fout dat ze uitgingen van vooronderstellingen. Zij hadden een ‘wetenschappelijke’ opvatting van geloof en gingen voorbij aan het feit dat geloof gebaseerd is op vertrouwen en liefde. Of ze dachten dat geloof te maken had met miserabele omstandigheden, zoals Karl Marx beweerde. Als het de mensen maar beter ging, dan zouden ze niet meer geloven. De derde onjuiste vooronderstelling was dat geloof niet zonder autoritaire structuren kan. Met de invoering van de democratie zou de religie wel verdwijnen. Niets van dat alles, aldus Joas.
Ook de opvatting dat de religie geen stand houdt in een moderne samenleving, is onjuist gebleken. In de Verenigde Staten speelt godsdienst een grotere rol in de samenleving dan in Europa en toch is Amerika een zeer modern land. Kwam dat door de immigranten? Nee, zei Joas, want die zijn na hun aankomst in Amerika godsdienstiger dan ervoor. Amerika heeft ook nooit een godsdienst gehad die een monopoliepositie bezat, zoals in sommige Europese landen het geval was. Juist de scheiding van kerk en staat doet de religie in Amerika bloeien.
In Nederland is het christendom verkruimeld, zei burgemeester Cohen. Dat heeft geleid tot nieuwe zinvragen. Het gevolg daarvan is dat er een terugkeer is van de religie, vooral bij mensen die spiritueel niet op eigen benen kunnen staan. De overheid moet opnieuw zijn plaats bepalen tegenover oude en nieuwe vormen van religie. In sommige moskeeën wordt niet alleen het geloof beleden, maar worden ook taalcursussen gegeven.
Is daar sprake van alleen maar geloof of ook van een maatschappelijke ontwikkeling? In de relatie religie-overheid is er volgens Van de Donk sprake van een krampachtige situatie. Hij noemde het voorbeeld van een gesloten kerkgebouw, waarvan de post maar op het stadhuis werd bezorgd. Mocht de wethouder die brieven openen? Er is toch scheiding van kerk en staat. Tijdens een rondgang langs gemeenten was het hem opgevallen hoe onzeker ambtenaren op dit terrein zijn. ,,Kerk en overheid hebben verleerd hoe ze met elkaar moeten omgaan”, zei de WRR-voorzitter.
Het laatste dat we moeten hebben, is dat de overheid zich bemoeit met zingeving, zei oud-minister P.H. Donner (Justitie). De overheid heeft de kerken nodig om een discussie te voeren over de kaders waarin religie zich mag uiten, en over ethische vragen. Wel constateerde Donner een tendens om de afstand tussen overheid en godsdienst groter te maken. Hij herinnerde aan de vraag of op de nieuwe euro ook de tekst ‘God zij met ons’ mocht staan. Religieus pluralisme is goed tot het punt waar mensen te fel tegenover elkaar komen te staan, aldus Donner.
De afgelopen periode zijn bij velen ,,gevoelens van bedreiging” ontstaan. Hij noemde allochtonen die het niet meer leuk in Nederland vinden. Als die gevoelens van bedreiging samenvallen met sociale en etnische verschillen, dan kan dat heilloze gevolgen hebben. Ook Cohen zei dat er stemmen opgaan de scheiding van kerk en staat even strikt door te voeren als in Frankrijk. In Nederland is er wel een verbinding tussen die twee. De staat kan financiële middelen ter beschikking stellen van bepaalde vormen van onderwijs. Dat is een manier die ons verder kan helpen, zei Cohen. En Donner verwoordde het probleem als volgt: Als we scholen niet meer mogen financieren omdat ze religieus zijn, dan trappen we in de valkuil van religieuze discriminatie.
VVD-senator prof. Heleen Dupuis ging hiertegen in. We moeten tolerant zijn ten opzichte van wat de mensen denken of geloven. Maar ten opzichte van het handelen ligt dat anders. Daar past geen tolerantie, maar moet de rechtsstaat de grenzen aangeven van wat mag en niet mag. Wat op basis van de wet niet is toegestaan, mogen we niet tolereren op grond van de godsdienstvrijheid, aldus Dupuis.
Er is een onderscheid tussen vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst, zei Donner. Godsdienst komt ook tot uitdrukking in maatschappelijk handelen. We moeten respect opbrengen voor handelen dat nauw samenhangt met geloof, zoals het weigeren van de dienstplicht en van inentingen. De meerderheid heeft de minderheid in haar godsdienstige beleving te respecteren.
Islam
Ook de islam kwam ter sprake in de discussie. De islam is in Nederland een kwestie geworden, zei Cohen. Er is een debat nodig over de plaats van de islam in onze samenleving. Dit debat moet volgens Donner zo worden gevoerd dat de islam op voet van gelijkheid wordt geaccepteerd en dat moslims zich hier beschermd weten.
Cohen verwees naar het besluit van B&W van Amsterdam om het nieuwe islamitische debatcentrum Marhaba te financieren. Het centrum wil een brug slaan tussen de westerse samenleving en de islam. Volgens Cohen is zo’n centrum nodig om de plaats van de islam in de Amsterdamse samenleving te bepalen. De tegenstanders van dit besluit zijn van mening dat de overheid zich nu bemoeit met de inhoud van de islam en dat de scheiding tussen kerk en staat wordt doorbroken.
N.a.v.: Geloven in het publieke domein. Verkenningen van een dubbele transformatie. WRR-verkenningen nr.13. Prijs: 39,50. Te verkrijgen in de boekhandel.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties