De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 25 februari

Geloof & Kerkmaandag, 22 januari 2007

‘Een taal voor het geheim, geen geheimtaal’

Zwolle - ,,Ik denk dat studentenpastoraat een soort proefpolder is, waar we wat vooruit lopen op de kerk.” Studentenpastor Bert Koetsier heeft in twintig jaar studentenpastoraat veel zien veranderen in de cultuur, en daarmee ook in de christelijke geloofstraditie. Hij schreef er het boekje Studentenpastoraat, terugkijken en vooruitzien over.

HANNEKE GOUDAPPEL
Al twintig jaar werkt Bert Koetsier voor de Stichting Interkerkelijk Studentenpastoraat Hoger Onderwijs Zwolle. De grootste hogeschool waarvan hij pastor is, is Windesheim. Afgelopen zomer had Koetsier drie maanden studieverlof. Het resultaat ervan is een boekje waarin hij terugblikt op twintig jaar studentenpastoraat.
Tegelijk is het een plaatsbepaling van het studentenpastoraat nú. Koetsier betoogt in het boek dat het studentenpastoraat zich in een grensgebied tussen twee werelden bevindt. ‘Het werkt op een breukvlak in de cultuur tussen een oud en een nieuw landschap. In het oude moderne landschap waren geloof en godsdienst nog sterk betrokken op kerkelijke gemeentevorming. Het ‘nieuwe’ postmoderne landschap vraagt om een grondige heroriëntatie op en herinterpretatie van de christelijke geloofstraditie en een geheel andere organisatie van geloof en godsdienst.’
Toen Koetsier het boek voltooid had, vond de Vereniging VU-Windesheim het interessant genoeg om het breder te verspreiden. ,,Je ziet dat de vraag naar levensbeschouwing en spiritualiteit zich in het hoger onderwijs weer alom aandient. Ook op deze hogeschool is het gesprek gaande over de christelijke geloofstraditie”, verklaart Koetsier. ,,Wat daarmee aan de hand is, en hoe de traditie in een stroomversnelling is geraakt. Dat zijn ook precies de dingen waar ik in mijn werk van alledag tegenaan loop.”
Steeds meer heeft het studentenpastoraat zich in de loop van de jaren qua positie, inhoud en vorm ‘losgezongen’ uit een bepaalde traditionele kerkelijke gestalte, stelt Koetsier. ,,Geloven speelt zich altijd af in een context. De beelden waarin je over God spreekt, zijn sterk afhankelijk van de cultuur waarin je leeft.” En de cultuur is sterk veranderd de afgelopen decennia. ,,Het wereldbeeld, godsbeeld en het zelfverstaan van mensen is niet meer hetzelfde. Jongeren van tegenwoordig hechten veel minder aan gemeenschap dan de ‘oude’ generatie. Ze leven in een ‘netwerksamenleving’ met veel fragmentatie.”

Open speelveld

Lange tijd was het studentenpastoraat vanuit de kerk gezien een voorhoede die het ‘open speelveld’ van de postmoderne cultuur verkende, stelt Koetsier in zijn boek. Met de term ‘open speelveld’ bedoelt Koetsier dat de vraag naar God vanuit de taal en vormen van de kerk is uitgewaaierd in de cultuur. Koetsier, opgegroeid in de ‘gereformeerde wereld’, stelt dat de grenzen tussen binnen (de kerk) en buiten volkomen vloeiend zijn geworden. ,,‘Buiten’ (lees: de cultuur) is volstrekt ‘binnen’ gekomen. En de mensen die in de kerk zitten, hebben vaak dezelfde vragen als zij die zich erbuiten bevinden.”
De studenten die Koetsier tegenkomt, weten vaak niet namens wie het studentenpastoraat present is, maar ontdekken bij het studentenpastoraat voor het eerst dat bijbelverhalen ‘echt ergens over gaan’ en dat christelijke identiteit iets anders is dan lid worden van een kerk. ,,Ik heb een pastorale opdacht van de kerk om mensen niet in de kou te laten staan. Dat betekent dat je moet verstaan hoe mensen met hun geloof bezig zijn. Als ik niet probeer om de taal en cultuur van het ‘open speelveld’ te komen, mis ik de boot.”
,,Ik denk dat studentenpastoraat een soort proefpolder is, waar we wat vooruit lopen op de kerk. Ook de kerken zijn in het ‘open speelveld’ terechtgekomen en ook voor hen is dit belangrijk.”
Koetsier refereert aan de ,,dramatische cijfers” die het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) onlangs naar buiten bracht. De PKN zal volgens dat onderzoek in 2020 nog slechts 4 procent van het aantal Nederlanders tot haar leden mag rekenen. ,,Terecht reageerde de PKN met zorg op deze cijfers. Inmiddels wordt er alom gepraat over de revitalisering van de kerk.”
Het nadenken over de revitalisering en de toekomst van de kerk, was voor Koetsier een belangrijke drijfveer voor het schrijven van het boek. De revitalisering van de kerk wordt volgens de studentenpastor echter te veel gezocht in de revitalisering van de kerkelijke organisaties, van het instituut kerk. ,,Mijn indruk is dat de visienota Leren leven van de verwondering vooral een managementstrategie omvat met het oog op de kerkelijke organisaties. Dan zeg ik: dat kan nooit het enige zijn. Het doordenken van de geloofstraditie is minstens even belangrijk. Wat ik graag in die nota had gezien, is bijvoorbeeld antwoord op de vraag: en hoe functioneert een gemeenschap, als de beleving van gemeenschap heel anders is geworden?”
Koetsier heeft door de jaren heen van het werken met studenten veel geleerd over de cultuur waarin de jongere generatie is opgegroeid. ,,Deze generatie bindt zich veel minder aan gemeenschappen, maar vormt meer een ‘netwerksamenleving’, waarin geen sprake is van de continuïteit van gemeenschap. De visienota pleit in feite voor het in stand houden van hoe het vertrouwde model van kerk-zijn er lange tijd uitzag. Het is zeer de vraag of je dat in een toekomstnota niet verder in moet vullen.”
Nog een andere verandering die Koetsier signaleert, is de ontwikkeling dat mensen tegenwoordig steeds meer hun eigen geloof ‘bijeen sprokkelen’. ,,De autonome mens schept zelf zijn geloof, op zijn eigen individuele manier.”

Herijking

De studentenpastor komt ,,te veel kerken binnen die een taal spreken die niet aansluit bij de cultuur en daardoor niet aanslaat”. Wat volgens hem nodig is, is een ,,herijking en interpretatie van de taal van de kerk”. ,,Voorbij de secularisatie dient zich een nieuwe ruimte aan waar de ‘nodige’ vragen voor het verstaan van de geloofstraditie gesteld mogen worden. Het gaat dan om de vraag naar het geloof in een postmoderne samenleving.”
Koetsier merkt onder studenten veel openheid voor het geloof. In het dagelijkse ‘7 voor 1’ (een meditatief moment van zeven minuten) in het stiltecentum op Windesheim, leest Koetsier een kort (bijbel)gedeelte, gevolgd door een moment van stilte. ,,Vandaag hadden we het over een stukje uit Genesis, over de schepping, waar God dingen een naam geeft; licht noemt Hij dag, duister nacht. En dat gaat de mens ook doen, onderscheiden en benoemen. Voor een van de studentes was het een geweldige eye-opener dat die bijbeltekst zo ook vandaag iets te zeggen heeft, de ontdekking dat het ‘ergens over gaat’. In de woorden en beelden die je gebruikt, moet je aansluiten bij de postmoderne cultuur van vandaag, bij de beleving van de studenten. Dan ontdekt iemand dat het verhaal richting kan geven aan zijn leven. En beschouwt iemand het niet langer als een verhaal uit een ver verleden, uit een traditie waar hij niets mee kan.”

Traditie

Traditie is niet hetzelfde als ‘van gisteren’ en ‘in een traditie staan’ niet per se hetzelfde als ‘traditioneel zijn’, stelt Koetsier. ,,In een moderne en toekomstgerichte samenleving wil niemand dat graag zijn. Traditie is nog nooit iets anders geweest dan het uitdrukken van het leven in woorden en beelden, met de bedoeling daar richting aan te geven. Bij traditie gaat het om overleveren: er worden dingen overgeleverd - doorgegeven van de ene hand in de andere.”
,,De pastor wordt zo iemand”, zegt Koetsier, ,,die vanuit het verstaan van de traditie het leven van anderen kan ontsluiten tot hun verrassing en soms zelfs verbijstering”.
Het is Koetsiers doel om mensen te leren openstaan voor de ervaring van heil, zodat zij ,,een verantwoordelijkheid gaan ervaren voor hun eigen leven, mensen om hen heen en de wereld”. ,,Het woord ‘heil’ kan voor iemand een platgetreden woord zijn geweest, totdat voor hem iets oplicht wat heil genoemd kan worden. Het kan ontstaan in een gesprek, een viering, of in stilte; dat iemand het gevoel krijgt: ‘nu ben ik gekend zoals ik nog nooit gekend ben’. Want dat heeft de christelijke geloofstraditie toch altijd beoogd: meer mens van mensen te maken.”

Overleveren

De postmoderne context van het geloof maakt het ‘overleveren’ er niet gemakkelijker op. ,,De geloofsinhoud is moeilijker te communiceren in een cultuur waarin fragmentarisering en individualisering kernwoorden zijn. Hoe organiseer je dat als contacten snel en vaak korter zijn? Hoe communiceer je het geloof in een netwerksamenleving? Daar heeft het studentenpastoraat ervaring mee. Studenten komen vaak met een bepaalde vraag; als ze het antwoord erop gevonden hebben, gaan ze weer verder. Het overbrengen van een boodschap moet dus allemaal in dat ene moment, bij die ene vraag, gebeuren.”
De geloofsinhoud op de goede manier communiceren is volgens Koetsier een kwestie van goed luisteren naar jezelf en naar de wereld waar je in staat. Er is in de huidige cultuur niet mínder toekomst voor de kerk, stelt Koetsier, maar wel een andere toekomst. Afhankelijk van hoe de kerk bereid is om door de vragen over het veranderde godsbeeld en mensbeeld heen te gaan. Bepalend is of we een taal, beelden en voorstellingen vinden die beter aansluiten bij de cultuur waarin we leven. Een taal voor het geheim moet geen geheimtaal worden.”
N.a.v.: ‘Studentenpastoraat, terugkijken en vooruitzien’ door Bert Koetsier; uitg. VU-uitgerij, Amsterdam; 127 blz; prijs: 17,50 euro.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties