De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 24 mei

Hoofdartikeldonderdag, 15 maart 2007

Openbaar vervoer...
Het wordt een van de eerste daden van het nieuwe kabinet: een scherpe analyse maken van de prestaties van de openbaar-vervoerbedrijven. Dat kondigde staatssecretaris Huizinga gisteren aan in de Tweede Kamer. Binnen een paar maanden legt ze de resultaten neer van dat onderzoek.
Ze komt daarmee tegemoet aan de felle kritiek die verschillende partijen hebben op het trein- en vooral het bussysteem dat zich in Nederland heeft ontwikkeld sinds de invoering van marktwerking in die sector, ongeveer zeven jaar geleden.
De problemen zijn inderdaad niet mis. De stofwolken van de opwinding rond de OV-bedrijven in het zuiden des lands zijn nog maar nauwelijks opgetrokken. Daar werd busbedrijf Arriva een maand geleden de mantel uitgeveegd door de inspectie, die zo veel technische mankementen constateerde dat 21 van de 22 gecontroleerde bussen moesten blijven staan. Daarbovenop kregen er 44 een preventief rijverbod.
Het is niet gezegd dat het allemaal veel beter zou zijn gegaan als de overheid zelf de regie van het openbaar vervoer had gevoerd; ook niet dat het allemaal veel beter zal gaan als de overheid die regie opnieuw ter hand zou nemen. Die kant wil Huizinga ook helemaal niet op. Ze zal nooit uit de resultaten van het onderzoek de conclusie te trekken dat het uit moet zijn met de aanbestedingen.
Is dat jammer? Niet per se. In theorie moeten vervoersbedrijven zelf uitstekend in staat zijn om een optimaal vervoersnetwerk te ontwerpen en uit te voeren. Ze zitten via hun chauffeurs bijna letterlijk met hun neus op de route en op de klant. Ze zijn de kenners bij uitstek.
Maar ze zijn ook ondernemingen - met één uiteindelijk doel: winst maken. Daarom staat of valt een goed openbaar vervoer dat door private partijen wordt uitgevoerd, met een sterke overheidsregie. En op dat vlak kunnen de overheden, van hoog tot laag, nog het een en ander leren. Een aanbesteding schrijven is ook een vak. Het is een wankele balans tussen beheerste kosten enerzijds en een veilig en wijdvertakt vervoersnet anderzijds. Het is allesbehalve eenvoudig gebleken om waterdichte kwaliteitseisen te formuleren. En zelfs al lukt dat, dan nog is het moeilijk om te controleren of iemand die beweert daaraan te zullen voldoen, hiervoor ook de capaciteit in huis heeft. Zo kon het in Brabant gebeuren dat de partij die de aanbesteding wint (Connexxion) zich op het laatste moment pardoes terugtrekt, waarop de ander (Arriva) alsnog de klus op zich neemt en halsoverkop uit alle hoeken van het land een vloot al te haastig gecontroleerde bussen bijeengaart. De overheid staat erbij en kijkt ernaar.
Dat gebeurt al evenzeer met het treinverkeer. Gisteren nog trokken de gemeenten waarvan de inwoners dagelijks reizen tussen Zwolle en Deventer aan de bel. Een beetje laat - het nieuwe NS-rooster geldt al drieënhalve maand en sinds die tijd blijven er geregeld passagiers op de perrons achter omdat de treinstellen bomvol zitten. Heeft de overheid zitten slapen toen ze het minimaal benodige materieel moest vaststellen voor vervoer van een bepaald aantal reizigers? Zien de gemeenten nú pas dat die verhouding op verschillende trajecten (Deventer-Zwolle is geen uitzondering) niet klopt?
...vergt strakke regie
Dat ook de provincie Fryslân moeite heeft met het stellen van strakke kaders voor de vervoerders, valt onder meer af te leiden uit het feit dat het kennelijk nodig is dat een gedeputeerde zelf een klachtenlijn instelt. Bus- en treinreizigers die niet tevreden zijn over de manier waarop Connexxion of Arriva met hun klachten omgaat, kunnen vanaf volgende maand hun grieven uiten bij de provincie. Dat moet ,,een stimulans zijn om meer werk te maken van de klachtenafhandeling” noemt scheidend gedeputeerde Baas dat eufemistisch.
Maar het echte probleem ligt natuurlijk niet in het wel of niet goed functioneren van een klachtenlijn. Het probleem zit er in dat er kennelijk zo veel klachten bestáán. En die hoeveelheid klachten is maar een beperkte afspiegeling van de onvrede, want veel mensen klagen niet eens. Scholieren zeuren gewoon bij hun ouders om een extra autoritje. Ouderen vragen hun buur om een lift. Forenzen halen de schouders op en schaffen een tweede autootje aan.
Het openbaar vervoer kan, kortom, nog een belangrijk punt worden in de besprekingen tussen CDA en PvdA over de vorming van een nieuw provinciaal bestuurscollege. De twee grootste partijen waren het de afgelopen jaren hartgrondig oneens over de vraag aan welke eisen een goed openbaar vervoer in de provincie minimaal moet voldoen. PvdA wilde rijksbezuinigingen compenseren door eigen, provinciaal geld in het streekvervoer te investeren; de christen-democraten wilden dat niet. Het is bij de eerstvolgende concessieverlening voor het busvervoer in Zuidoost-Fryslân interessant te zien wat de partijen afspreken over minimumeisen en hoe die te handhaven.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties