De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

maandag 23 oktober

Hoofdartikelvrijdag, 8 juni 2007

De ex-moslim, de PvdA...
Binnen en buiten de PvdA wordt gediscussieerd over het recht van mensen om van hun geloof te vallen en/of het recht om over te gaan naar een andere geloofsovertuiging. De aanleiding is het openlijk afzweren van de islam door een jong lid van de PvdA. Hij gebruikt daarbij taal jegens de islam die niet iedereen waardeert.
Merkwaardig is dat in die discussies als belangwekkend feit wordt genoemd dat de PvdA dat recht erkent. Alsof er iemand zou denken dat de PvdA dat recht níet zou erkennen. Kennelijk zijn er omstandigheden waardoor een ‘progressieve’ partij als de PvdA het noodzakelijk vindt een vanzelfsprekend recht nadrukkelijk te benoemen. Die omstandigheden hebben te maken met de manier waarop de politiek - de problematiek is breder dan de PvdA - omgaat met sommige uitingen van onverdraagzaamheid, woede en bedreiging van islamitische zijde. Er is een soort algemeen gevoel van voorzichtigheid: zeg de dingen niet te hard en roep niet te luid, want daarmee komen krachten los die oncontroleerbaar zijn. Daarbij wordt gedoeld op onverdraagzaamheid en op godsdienstig fanatisme. Beide zijn verbonden met de moord op Theo van Gogh en met de bedreigingen richting Ayaan Hirsi Ali en anderen.
Een andere omstandigheid is de politieke wil om moslim-kiezers niet voor het hoofd te stoten. De PvdA heeft veel kiezers onder islamitische landgenoten. Die vinden het in meerderheid niet leuk als hun geloof door een partijgenoot onder kritiek wordt gesteld. Er is het gevaar van vervreemding van moslims van de PvdA als deze partij al te zeer wordt vereenzelvigd met het loslaten van de islam. Dat geldt zeker als dat loslaten wordt vergezeld van harde woorden, verwijten en veel publiciteit. De strijd om de kiezersgunst speelt nadrukkelijk een rol in de wijze waarop in en buiten de PvdA de kwestie van de ‘bekering’ tot het ongeloof wordt gespeeld.
Intussen is het verstandig te bedenken hoe de moslimwereld niet de enige is waar sociale uitsluiting en druk spelen. De gereformeerden bijvoorbeelden weten er alles van. Ruim zestig jaar geleden, bij de kerkscheuring die leidde tot de ‘vrijmaking’, zijn gezinnen en families uit elkaar gedreven en zijn personen uit het sociale verband van familie, vrienden en kerk geweerd, soms tot op de dag van vandaag. Doodsbedreigingen maken over het algemeen geen deel uit van die gereformeerde cultuur, maar de uitsluiting en vervreemding wel. Ook bij andere verbanden en in andere omstandigheden is het fenomeen uitsluiting niet onbekend: wie niet meer meedoet, komt alleen te staan. Dat kan zijn bij een echtscheiding, een ruzie over een erfenis of anderszins. De wreedheid waarmee soms mensen worden uitgestoten uit de gemeenschap doet niet onder voor de bedoeling van de vreselijke verwensingen van bijvoorbeeld moslims.
...en het aanpakken
De PvdA wordt nu even concreet geconfronteerd met gedragingen van een ex-moslim op een wijze die weerstanden oproept bij moslims. Er is de verleiding om deze confrontatie te zien in partijpolitieke kaders, maar dat is veel te eng. Het gaat om de vrijheid van godsdienst in het algemeen en om het klimaat waarbinnen die vrijheid wordt beleefd, dan wel wordt bedreigd.
Dat laatste is een algemeen maatschappelijk probleem, waarop de hele politiek aanspreekbaar moet zijn. De lijn daarbij is duidelijk: iedereen in dit land heeft het recht om te geloven en om niet te geloven. Dat recht heeft vooral betrekking op de relatie tussen de overheid en de burgers. In die verhouding, en in het bewaken daarvan, speelt de politiek nadrukkelijk een rol. Als burgers worden bedreigd omdat die zich aan de geloofsgemeenschap hebben onttrokken, gaat het om andere dingen. In dit land mag je mensen niet bedreigen en wie toch wordt bedreigd moet naar de politie gaan. De rol van de politiek is in dezen anders dan bij schending van het grondrecht van vrijheid van godsdienst (en vrijheid van meningsuiting). Duidelijk is dat de ex-moslim bescherming moet krijgen als hij concreet met de dood wordt bedreigd. Net zoals het duidelijk is dat hij de ex-moslim als volwassen burger mag worden aangesproken op fatsoenlijk gedrag: niet beledigen, kwetsen of zich anderszins opzettelijk laatdunkend uitlaten over, in dit geval mensen die zo dom zijn om moslim te blijven.
Intussen blijft het een maatschappelijk probleem: hoe om te gaan met mensen die menen dat ze het recht hebben anderen te bedreigen als ze uit de club stappen? Het antwoord is niet zo moeilijk: aanpakken. Omdat we in dit land hebben afgesproken dat we zo niet met elkaar omgaan.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties