De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 24 februari

Geloof & Kerkvrijdag, 24 augustus 2007

Polen en de Poolse kerken

Met de uitbreiding van de Europese Unie in 2004 en in 2007 is er sprake van een nieuwe Europese kaart. Dr. Karel Blei beschrijft in het Friesch Dagblad de kerken en het geloofsleven in enkele nieuwe EU-lidstaten. Deel 4: Polen.

KAREL BLEI
Polen behoort tot de westelijke helft van Europa: die helft die kerkelijk en cultureel haar centrum in Rome heeft. Het christendom kwam hier via Duitse missionarissen. Missie en gebiedsverovering lagen in elkaars verlengde. Zo maakte Polen al vroeg kennis met Duitse expansiedrang. Officieel gekerstend werd het land in 966. Het rooms-katholicisme werd de godsdienst van het volk. Dat is het nog. Ongeveer 90 procent van de (ruim 38 miljoen inwoners tellende) Poolse bevolking behoort tot de Rooms-Katholieke Kerk.
In de zestiende eeuw kreeg ook de Reformatie in Polen invloed. Het lutheranisme, uit Duitsland, bereikte allereerst de Duitse kolonisten. Het calvinisme werd meegebracht door immigranten uit Zwitserland, Frankrijk, Schotland, Nederland, Duitsland. Vooral leden van de Poolse adel wisten zich er door aangesproken. Pogingen tot kerkvereniging van lutheranen en calvinisten mislukten. Wel kwam het tot samenwerking. Een tijd lang heerste er in Polen een opmerkelijke godsdienstvrijheid.
Eind zestiende, begin zeventiende eeuw kwam daarin verandering. De contrareformatie drukte lutheranisme en calvinisme krachtig terug. In het huidige Polen vertegenwoordigt het protestantisme nog slechts een kleine minderheid. De Lutherse kerk met haar ongeveer 80.000 leden en de Hervormde (calvinistische) kerk met haar 4500 leden (in tien gemeentekernen) zijn echte diasporakerken. De protestanten wonen meest in en rond Warschau en in gebieden dicht bij de Duitse en Tsjechische grenzen.

Orthodoxen

Het aantal orthodoxen loopt tegen het miljoen. Vroeger lag dat aantal veel hoger. Maar in 1945 werden de grenzen van Polen verlegd. Polen schoof 200 kilometer op naar het westen. Delen van Oekraïne en Wit-Rusland, na de Eerste Wereldoorlog bij Polen gevoegd, kwamen nu weer bij de Sovjet-Unie (waartoe Oekraïne en Wit-Rusland inmiddels als deelrepublieken behoorden). Juist daar wonen veel orthodoxen, nu dus geen inwoners van Polen meer.
Ook voor het aantal protestanten in Polen had de afloop van de Tweede Wereldoorlog gevolgen. Duitse bewoners vertrokken (vluchtten) massaal. Het verlies van de oostelijke gebieden werd gecompenseerd met voormalig Duitse gebieden in het westen. Ook daar werd de Duitse bevolking verdreven. Juist onder de vroegere Duitse inwoners waren relatief veel protestanten. Hun vertrek betekende voor de protestantse kerken een aderlating.
Polen heeft een turbulente geschiedenis gekend. Het land was, de eeuwen door, speelbal van de grootmachten. De geschiedenis lijkt zich hier te hebben herhaald.
De Tweede Wereldoorlog begon in september 1939 met Hitlers aanval op Polen. De Duitse troepen bezetten het west- en centraal Polen. Kort daarna bezetten Russische troepen het resterende oostelijke stuk. Zo was het kort tevoren afgesproken in een geheim verdrag van Nazi-Duitsland met de Sowjet-Unie. Polen was van de kaart geveegd...
Zoiets was in de achttiende eeuw ook al gebeurd. Polen, destijds met buurland Litouwen onder één koning verenigd, was toen al geruime tijd een vazalstaat van Rusland. Het werd fijngemalen, tussen Rusland, Oostenrijk én Pruisen (voorloper van het Duitse keizerrijk). In 1795 werd het door die drie compleet opgedeeld. Pas in 1921, na de Eerste Wereldoorlog, toen ze alle drie (als gevolg van interne politieke verwikkelingen) militair in elkaar waren gezakt, werd Polen weer een onafhankelijke staat: een republiek. Om 1939 opnieuw vanuit oost én west te worden besprongen.
In 1945 herkreeg het zijn vrijheid. Maar niet heus. In feite kwam het, als communistische ‘volksrepubliek’, gehéél onder Russische overheersing. Dááraan kwam in 1989-1990 een einde. Polens nieuwe start is in 2004 bezegeld door zijn toetreding tot de EU. Is het een wonder dat Polen zich de kaas niet meer van het brood wil laten eten?
Bij de onderhandelingen over een nieuw Europees verdrag, deze zomer in Berlijn, veroorzaakte de Poolse premier Jaroslaw Kaczynski opschudding. Aan de orde waren voorstellen inzake de besluitvorming. Ten dienste van een betere bestuurbaarheid zou voortaan bij het bepalen van het stemmenaantal preciezer met het bevolkingsaantal van iedere lidstaat moeten worden gerekend. Voor Polen betekende dat vermindering van invloed. Onaanvaardbaar, zei de Poolse onderhandelaar. Hij stelde dat Polen zonder de Duitse oorlogsagressie vandaag aanzienlijk meer inwoners zou hebben gehad. Het zou voor zijn verlies aan inwoners vandaag niet nog eens gestraft mogen worden. Met grote moeite kon een compromis worden bereikt. Kaczynski’s opmerking was jegens het huidige Duitsland weinig fijnzinnig. Maar tekenend voor de stroefheid van de Duits-Poolse relatie. Die relatie is er niet beter op geworden.

Taboe

Toen Hitler-Duitsland was verslagen lag Warschau in puin. 5,8 miljoen Polen, dit is 20 procent van de totale bevolking bij het uitbreken van de oorlog, hadden het leven verloren. 3 miljoen daarvan waren joden. De concentratiekampen Auschwitz-Birkenau, Treblinka, Majdanek lagen op Poolse bodem. De joodse gemeenschap is gedecimeerd. Nu zijn er nog maar enkele duizenden joden over. Ook doordat de meeste overlevenden na de oorlog emigreerden. De jodenvervolging heeft in Polen blijkbaar verregaand ongehinderd kunnen plaatsvinden. Net, trouwens, als in Nederland. Hebben de kerken er niets tegen kunnen ondernemen?
Maar dit onderwerp is in Polen taboe. Weggedrukt onder het eigen oorlogsleed. En daarna weggemasseerd door de officiële, communistische geschiedschrijving. Die liet maar al te graag het beeld intact van de nazi-Duitsers als de eigenlijke, de enige boosdoeners.
Als staat is Polen ruim een eeuw van de kaart verdwenen geweest. Maar de Poolse natie heeft ook onder vreemde heersers haar identiteit weten te bewaren. Het waarborg daarvan vond zij, tussen luthers Pruisen en orthodox Rusland, in haar eigen rooms-katholicisme.
De natie valt niet samen met de staat. Dat is in Polen altijd beseft. Tijdens het communistisch regime speelde dat een bijzondere rol. De communisten hebben op de Poolse samenleving nooit helemaal greep kunnen krijgen. De collectivisatie van de landbouw bijvoorbeeld is hier maar zeer ten dele doorgevoerd.
De Rooms-Katholieke Kerk speelde bij het behouden van de Poolse identiteit ook tegenover het communisme een belangrijke rol. Al identificeerde de kerkleiding zich niet zonder meer met de in 1979 gevormde vrije vakbond Solidariteit van Lech Walesa en diens via stakingen onderstreepte eisen. Liever wilde de kerk bemiddelen. Uiteindelijk trokken vakbond en kerk toch verregaand samen op. De verkiezing, in 1978, van de Poolse bisschop Wojtyla tot paus (Johannes Paulus II) stimuleerde de Poolse nationale gevoelens. Die werden nog aangewakkerd door herhaalde bezoeken van de paus aan zijn geboorteland. De Pools-communistische generaal Jaruzelski kondigde in december 1981 de noodtoestand af om zo de situatie in de hand te kunnen houden. Maar na het aantreden van Gorbatsjov in Moskou bleek de situatie onhoudbaar. Jaruzelski - inmiddels president - kon er niet omheen, Solidariteit bij de regering te betrekken. Er kwamen democratische verkiezingen. In 1990 was het met de communistische overheersing afgelopen.

Deuk

De reputatie van de Rooms-Katholieke Kerk als voorvechtster van de democratie heeft recent een lelijke deuk opgelopen. Bisschop Stanislaw Wielgus was benoemd tot aartsbisschop van Warschau (en dus landelijk kerkleider), als opvolger van kardinaal Jozef Glemp. Maar tijdens de dienst waarin hij zou worden geïnstalleerd, in januari jl., deelde hij plotseling mee, dat hij aan de paus zijn ontslag had aangeboden. Kort tevoren was bekend geworden dat de bisschop destijds heeft samengewerkt met de communistische geheime dienst. Die berichten zijn omstreden, maar kunnen toch niet worden genegeerd. Ze waren voor het Vaticaan reden tot pressie op de bisschop om zich alsnog als kandidaat-aartsbisschop terug te trekken. Bisschop Wielgus zal wel niet de enige geestelijke zijn die met de communisten heeft gecollaboreerd, zo wordt nu openlijk verondersteld.
Kritiek op de Rooms-Katholieke Kerk is in Polen ongebruikelijk. Maar ze kan heilzaam zijn en leiden tot zelfonderzoek. Daarvan wordt de kerk immers alleen maar beter!
Dr. Karel Blei is voormalig secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Hij was verder onder andere lid van het Europees Comité van de World Alliance of Reformed Churches (1980-1995) en van 1982-1990 president van het uitvoerend comité van de Leuenberger gemeenschap van Kerken, de huidige Gemeenschap van Protestantse Kerken in Europa (GPKE), die 105 kerken uit met name de lutherse en calvinistische tradities verenigt.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties