De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 23 mei

Cultuurmaandag, 15 oktober 2007

Bewegingskunst in vier musea
S. VAN EK
Vier solo’s op verschillende plaatsen en op verschillende tijdstippen, daaruit bestond Dansen op Locatie. Een solo kan niet lang duren, daarvoor is de fysieke inspanning te groot. Het was daarom aan te bevelen om alle vier voorstellingen te gaan bekijken wilde je dezelfde portie dans krijgen als tijdens een avondvullende voorstelling. Je moest er wel een dagje voor uittrekken, want de locaties lagen ver uit elkaar: Drachten, Heerenveen, Franeker en Leeuwarden.
Dansen op Locatie werd georganiseerd door de theaters in bovengenoemde plaatsen maar vond daar niet op de podia plaats. Dat gebeurde in musea, normaal gesproken een plek voor de ‘statische’ kunsten maar nu dus voor de bewegingskunst bij uitstek: de dans. Dat gaf de choreograaf en de dansers veel beperkingen (er is geen lichtinstallatie of tribune) maar bood tegelijk ook weer veel mogelijkheden die een theater niet heeft.
Daarvan maakte vooral Dansgroep Krisztina de Châtel gebruik. Het uitzicht vanuit Museum Belvédère vormde voor Krisztina De Châtel een natuurlijk decor voor haar choreografie Boerka in landschap met die karakteristieke lange zichtlijn tot aan de horizon waarlangs de danseres vanuit de verte opkwam.
Massimo Molinari, een jonge choreograaf uit de stal van De Châtel, benutte ook volop de hem toegewezen ruimte: de karakteristieke driehoekige entree van de Rabobank die Museum Smallingerland in samenwerking met de bank in gebruik heeft als expositieruimte. Ook de daaromheen gelegen etages werden geïntegreerd in zijn choreografie. De danseres begon op de eerste verdieping en daalde via de trap af naar de grote ruimte beneden. Het publiek stond op de tweede en derde etage en aanschouwde het geheel van boven. Opmerkelijk aan beide producties van Dansgroep Chrisztina de Châtel was dus het ongewone gezichtspunt.
Itzik Galili, die het Fries Museum en Museum Martena voor zijn rekening had genomen, deed eigenlijk minder met de locatie. The Servant Voyager en Kathy zouden op iedere geschikte plek kunnen worden uitgevoerd. Hij deed weer meer met het publiek. Omdat er geen gewone zitplaatsen en belichtingsmogelijkheden waren, zette hij het publiek in als levende decorstukken en belichtingsmensen en toverde zo de locatie om tot het podium van een theater.

Glas

Opvallend was dat alle dansstukken over bevrijding gingen. Het vogelachtige wezen in Solo in Perspectief betreedt aanvankelijk enigszins bevreesd de grote ruimte maar ontdekt door het glas dat er nog meer ruimte is. Het nieuwsgierige wezen ontsnapt tenslotte door de schuifdeuren naar buiten. In Boerka in Landschap is de gezichtsluier een visuele belemmering voor de danseres maar ook voor het publiek die niet weet wie erachter schuil gaat. Het afleggen van de boerka is dan ook voor beiden een bevrijdende onthulling.
In The Servant Voyager wordt een danseres gevangen gehouden door meters elastiek dat over de vloer is gespannen. Hoe ze ook worstelt om uit deze elastische kneveling te komen, ze raakt er steeds verder in verstrikt. De definitieve bevrijding komt uiteindelijk door de schaar als de danseres het applaus in ontvangst neemt. Kathy lijkt op het eerste gezicht weinig met het thema te maken te hebben maar de slapende figuur zit wel degelijk gevangen: in zijn droom. Pas als het publiek is vertrokken en hij ontwaakt, is hij bevrijd van zijn droombeelden (het publiek) waarmee hij de confrontatie is aangegaan.
Daarnaast is er door de choreografen een grote mate van vrijheid verleend aan de dansers. De Châtel maakte bijvoorbeeld een keuze uit de bewegingen die dansers Francesca Monti haar tijdens de repetities aanreikte. Haar choreografie was geen dictaat. En in de stukken van Galili zijn zoveel onzekere factoren ingebouwd dat ze staan of vallen bij het improvisatietalent van zijn dansers.
.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

cultuur
Familieberichten
Advertenties