De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 19 november

Hoofdartikelzaterdag, 8 maart 2008

Lijdenstijd...
De weken voor Pasen werden in de gereformeerde traditie de lijdensweken genoemd. Het begrip is een beetje ‘uit de mode’ geraakt - de tijd voor Pasen wordt nu vaak aangeduid met de veertigdagentijd. De naamsverandering heeft goede papieren, zeker vanuit (historisch) liturgisch bewustzijn. Dat is ook in gereformeerde kring gegroeid en zo gezien is de verandering van aanduiding begrijpelijk.
Tegelijkertijd speelt mee dat het begrip lijdenstijd iets aanduidt dat moeilijker dan voorheen past in het gevoel van mensen. Denk aan alle pogingen die in het medisch-technische gebied worden gedaan om lijden te voorkomen dan wel te verlichten. Lijden past niet in het levensgevoel van de moderne mens en ook niet in de hedendaagse cultuur. Ooit was het dragen van lijden een christelijke deugd, nu is lijden iets dat je ten koste van (bijna) alles moet zien te voorkomen. Veel reclame op televisie suggereert zelfs dat het leven zónder lijden kan.
Naast het lijden door bijvoorbeeld ziekte of groot verdriet, is er het lijden omwille van de ander. Ook dat was ooit een christelijke deugd. Het lijden-voor-de-ander is in onze cultuur al helemaal niet populair. Het moderne zelfbewustzijn gaat uit van het eigen ik en is op dat eigen ik gericht: de mens leeft vooral voor zichzelf.
Dat bewustzijn hangt samen met wat deftig heet het autonomiebegrip zoals dat door veel mensen wordt beleefd: de mens is vrij in het nemen van beslissingen en hoeft zich bij die beslissingen door niets en niemand te laten leiden. Of: mensen hebben vooral rechten en weinig plichten. Ook daarvan zien we allerlei verschijnselen. Het verbreken van solidariteit in bijvoorbeeld de beroepsgroep of in verzekeringen is eerder gewoon dan bijzonder. We zien het ook in (maatschappelijk) verzet tegen omstandigheden waarin, en maatregelen waardoor individuen of groepen worden benadeeld ten gunste van anderen. En in zekere zin geldt het ook bij het verbreken van sommige relaties als die voor de een of voor beiden ‘te weinig oplevert’, of te veel ‘lijden’ vraagt.
Het moderne autonomiebegrip leidt in de praktijk niet zelden tot een versmalling van verantwoordelijkheid - wie is de ander dat ik voor haar/hem verantwoordelijk zou zijn; het gaat toch om mij? Deze opvatting wordt wel gezien als verworvenheid, als een vrucht van emancipatie en bevrijding van bevoogding door kerk en staat. Als zodanig is de beleving van autonomie een waarde geworden die onaantastbaar is. Wie er kritische vragen over stelt, wordt weggezet in de hoek van betuttelaars en zedenmeesters.
...en nieuwe autonomie
In de traditionele lijdenstijd gaat over het lijden van Jezus-in-zichzelf (kruisiging, sterven) en over het lijden van Jezus voor mens en wereld. Beide elementen van lijden zijn niet populair. Maar beide zijn wezenlijk voor de christelijke traditie. Het lijden en sterven van Jezus zijn daarvan de meest doordringende en diepzinnige gebeurtenissen. Tot deze ernstige werkelijkheid behoort het begrip offer. Daarin krijgen lijden en/of sterven een glans: na het offer komt er iets nieuws tot stand, gebeurt er ‘iets beters’. Dat geldt in religieuze zin - lees de offerverhalen in het Oude Testament en in boeken van andere godsdiensten - en het geldt tussen mensen. Het geldt in zekere zin zelfs in biologische zin: het leven van veel levende wezens eindigt als ‘offer’ voor het leven van andere. Het leven en het offer veronderstellen - hoe paradoxaal - elkaar.
Het lijdensverhaal van Jezus van Nazareth dat uitmondt in de werkelijkheid van Jezus de Christus is het hart van het christelijk geloof. Het lijden en het offer zijn de grondslag voor een nieuw begin, voor ‘iets beters’. Tot dat nieuwe en betere behoort een nieuw autonomiebegrip: niet ik, maar Hij in mij. De vrijheid van het menselijke individu is niet zichzelf gelegen, maar in de Geest die de mens God doet kennen. En die de mens de ander toont wie die is.
Veertigdagentijd of lijdenstijd - de tijd voor Pasen blijft gaan over de diepste werkelijkheid van God en mensen. En over de werkelijkheid van mensen in hun relatie tot andere mensen.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

In de Bijbel komen de woorden 'Eli, Eli Lama Sabachtani' voor.
De werkelijke vertaling van deze woorden luidt:
Mijn God, mijn God, nooit zal ik u verlaten.

P. Peereboom, Hurdegaryp - dinsdag, 18 maart 2008


hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties