De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 24 mei

Regiozaterdag, 16 augustus 2008

Tjeerd Jorna is gekozen tot voorzitter van de mondiale dierenartsorganisatie WVA
Advocaat van alle dieren op de wereld

Dierenarts Tjeerd Jorna uit Drachten is vorige week gekozen tot voorzitter van de internationale organisatie van dierenartsen. Er wacht hem een pittige uitdaging: de organisatie moet geprofessionaliseerd worden, en er moet samenwerking komen met humane artsen voor het tegengaan van ziekten die van dieren op mensen overgedragen worden.

WYBE FRAANJE
Toen de ambtstermijn van de Amerikaanse voorzitter van de World Veterinary Association (WVA) op zijn einde liep, wist een aantal Scandinavische leden wel een geschikte opvolger. Tjeerd Jorna, die toen net zijn voorzitterschap van de Europese Federatie van Veterinairen er op had zitten, die moest het worden.
Probleem: zijn benoeming zou tegen de cultuur van de WVA ingaan, want al sinds de oprichting in 1863 is het gebruikelijk dat een van de twee vicevoorzitters de nieuwe preses wordt, en dat er dan een nieuwe vicevoorzitter wordt gekozen.
Toch werd de Drachtster eind juli op een congres in Vancouver (Canada) door de negentig aangesloten dierenartsenverenigingen gekozen als nieuwe voorzitter. Scheve gezichten bij de Aziatische leden, want hun kandidaat was vicevoorzitter, en voor hen voelde het alsof Jorna de functie van hun bordje had gekaapt. Gefeliciteerd met zijn verkiezingsoverwinning hebben ze hem niet.
De reden waarom die Scandinaviërs Jorna graag in die functie wilden hebben: die WVA is een nogal ingekakt instituut, dat nodig eens opgeschud moet worden. En Jorna had als voorzitter van de Europese dierenartsen bewezen dat hij van aanpakken weet. Bij de Europese federatie merkte Jorna al dat het lastig is om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Toen had hij te maken met 37 landen - ook veel niet-EU-landen dus. En nu, op wereldschaal, wordt het alleen maar onoverzichtelijker. De meerderheid van de leden vertrouwt hem die taak echter toe.
Bovendien ziet Jorna (66) het wel zitten om in elk geval nog zes jaar aan het werk te zijn. ,,Mijn vierjarige ambtstermijn bij de Europese federatie zat er op”, vertelt hij in zijn woonkamer in de Drachtster wijk De Drait. ,,Eigenlijk zou ik met pensioen gaan, maar ik heb nog de ambitie om iets in mijn vakgebied te doen.”

In het bloed

Belangenbehartiging zit hem ook wel in het bloed. Begonnen als veearts van landbouwhuisdieren - gespecialiseerd in rundergezondheid - werd hij achttien jaar geleden algemeen secretaris van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij van Diergeneeskunde. ,,Toen was ik de Agnes Jongerius van mijn beroepsgroep”, verduidelijkt hij zijn rol met een verwijzing naar de FNV-voorzitter. ,,Dus eigenlijk werk ik al sinds 1990 niet meer met operatiemes en stethoscoop.”
Voor alle organisaties waarvoor Jorna werkte geldt dat ze zowel de belangen voor de dierenartsen, voor de diergeneeskunde, als voor de dieren zelf behartigen. Die laatste poot is belangrijk: ,,De dierenartsen zijn de advocaten van de dieren. Op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn geven wij rationele adviezen en richtlijnen, die op wetenschappelijke bevindingen zijn gebaseerd. De Werelddiergezondheidsorganisatie heeft een Universele Verklaring van Dierenwelzijn geformuleerd, die de WVA onderschrijft. Maar wij kunnen het ons niet veroorloven om op emotionele gronden te beslissen.”
Dit in tegenstelling tot dierenwelzijnsorganisaties als Wakker Dier en de Partij voor de Dieren. ,,Wij zijn ook tegen legbatterijen, maar omdat wetenschappelijk is bewezen dat die niet goed zijn in het kader van dierenwelzijn.”
Het bestrijden en zo mogelijk uitroeien van dierziektes is de eerste speerpunt van Jorna als WVE-voorzitter. ,,De laatste tien jaar hebben we te maken gehad met de varkenspest, MKZ, BSE, het besmettelijk verwerpen bij paarden, de vogelgriep, en nu de Q-koorts. Iedere lidstaat heeft dan weer andere belangen. Bij de MKZ-uitbraak in 2003 wilde Nederland bijvoorbeeld vaccineren, maar Denemarken wilde dat niet om de export naar Japan niet in gevaar te brengen.

Stierenvechten

De tweede poot van de WVA is het bewaken van het dierenwelzijn. De huisvesting, de castratie bij varkens, richtlijnen rond bedwelming en slacht, en het dierentransport - allemaal zaken die de WVA bewaakt. ,,Daar zitten ook lastige culturele componenten aan. Bijvoorbeeld het stierenvechten in delen van Spanje. ‘Ja, dat is onze cultuur’, zeggen ze dan, en daarmee is je de mond gesnoerd. Maar in Portugal gebeurt het ook, terwijl de stieren daar niet gepijnigd worden om ze agressiever te maken, en daar hoeft een gevecht ook niet per se in de dood van de stier te resulteren. Wij respecteren de cultuur van het stierenvechten heus wel, maar het kan op en minder wrede manier dan in Andalusië gebeurt.”
Ethische kwesties verschillen sowieso wereldwijd. ,,Neem een geciviliseerd land als Canada. Hoe moet je nu duidelijk maken dat je die zeehondjes niet zomaar kunt doodknuppelen? Maar hier kunnen ons ook vragen stellen. Een hond die een gezwel heeft, kan een chemokuur krijgen terwijl oma daarvoor nog op de wachtlijst staat. Dat gaat er bij mij dus niet in. Ik ben rooms-katholiek, en dan komt die christelijke ethiek toch om de hoek kijken.”

Volksgezondheid

En dan heeft de dierenartsenbelangenclub nog een derde aandachtsgebied: de volksgezondheid. ,,Dierenartsen hebben - en dat weten de meeste mensen niet - een cruciale rol bij de voedselveiligheid. Alle voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong worden door dierenartsen gekeurd. Er komt niets op de markt zonder dat een dierenarts het gezien heeft.”
Wat Jorna hoog op zijn agenda heeft gezet, is de bestrijding van infectieziekten die van dieren op mensen overgedragen kunnen worden, de zogeheten zoönosen. 80 procent van de infectieziekten die mensen kunnen krijgen, komt van dieren. Paratyphus, hondsdolheid, Kreutzfeld-Jakob, de melkerskoorts, vogelgriep, SARS, en recentelijk is er een geval geweest van het Marburg-virus, noem maar op. Sommige van deze ziekten zijn in delen van de wereld uitgeroeid, maar vooral in de derde wereld valt er nog heel wat te winnen. Jorna bepleit een hechte samenwerking tussen zijn organisatie en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). ,,Een uitbraak van een zoönose wordt óf door een dierenarts, óf door een humane arts geconstateerd. Die wordt niet ontdekt op een kantoor. Vandaar dat nauwere samenwerking echt een vereiste is om tot resultaten te komen.”
Maar met samenwerking ben je er natuurlijk niet. Wij kennen het fenomeen van ruimen met vergoeding, maar daar hoef je in de Derde Wereld niet mee aan te komen. Vee is daar vaak het enige bezit en de enige voedselvoorziening van een familie. Vertel hen maar eens dat hun dieren geruimd moeten worden omdat ze zoönose-dragers zijn.

Communicatie

Wat hem meteen brengt op zijn tweede agendapunt: de communicatie met de leden. In de Europese federatie is onder zijn bewind een e-mailsysteem gekomen, waarmee alle aangesloten dierenartsen in één keer op hetzelfde moment op de hoogte gesteld kunnen worden van bijvoorbeeld de uitbraak van een veeziekte. Dat wil hij ook op wereldwijde schaal zien. Met een intensieve samenwerking tussen de organisaties van dieren- en humane artsen opgeteld bij zo’n razendsnel communicatienetwerk denkt Jorna sommige zoönosen een beslissende slag te kunnen toedienen.
Een goede verstandhouding met de WHO is om meer redenen noodzakelijk. Zo wil de WHO het gebruik van antibiotica bij dieren verbieden, terwijl de WVA pleit voor een verantwoord gebruik van enkele antibiotica. ,,Wij willen een goede lijst maken van diergeneesmiddelen, met een zogeheten formularium. Zo breng je boeren tot een beter management en minder antibioticagebruik, terwijl je toch alles op alles zet om ziekten te bestrijden. Het zou onacceptabel zijn als er ziektebestrijders zijn die we niet zouden mogen gebruiken. Een humane arts zou er wat voor over hebben om een aidsvaccin te hebben, terwijl wij iets voorhanden hebben wat we niet zouden mogen gebruiken.”
In samenhang hiermee wil Jorna de WVA gaan professionaliseren. Er moet een vast hoofdkantoor komen met een fulltime-directeur. In Europa heeft hij dat ook opgezet. Dan kunnen lidstaten beter voorgelicht en begeleid worden bij het verbeteren van de opleidingen. ,,Het volgende jaar is binnen de WVA uitgeroepen tot het Jaar van de Opleiding. Onze faculteit in Utrecht behoort tot de vijf beste faculteiten ter wereld. In Europa zijn 104 opleidingen waarvan de helft aan de minimumeisen voldoet. Vooral in Turkije, Spanje en Italië zijn lang niet alle opleidingen goed. En als je naar Brazilië kijkt: dik veertig faculteiten zitten ver onder de norm. Daar zitten tweejarige opleiding tussen! Om dierenarts te worden! Dat kán gewoon niet.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties