De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

maandag 23 oktober

Sportdinsdag, 17 maart 2009

Gedrevenheid als voorwaarde voor de top

De ene interlandhelft van bondscoach Bert van Marwijk als speler, op 31 mei 1975 tegen Joegoslavië, met in totaal zeven balcontacten die geen onverdeeld succes waren, gaf voeding aan de veronderstelling dat hij net niet gedreven genoeg was om de echte top te bereiken. ‘Met een betere instelling had hij meer uit zijn kwaliteiten gehaald’, noteert Arthur van den Boogaard in het titelverhaal van Hard Gras nummer 64.

Mik Schots
De kwaliteiten die Van Marwijk wel optimaal benutte, waren die als klaverjasser: twee weken na dat teleurstellende debuut in het Nederlands elftal werd het team waarin hij samenspeelde met zijn vader wereldkampioen. Daar zal de klaverjasopvoeding van zijn vader aan ten grondslag hebben gelegen, erkent hij zelf. ,,Hij speelde zo geconcentreerd. Ik werd gedwongen ongelofelijk goed op te letten, want als ik een fout maakte dan was het oorlog. Als ogen konden doden, dan kon-ie mij zo hebben.”
De gedrevenheid van de bondscoach als klaverjasser kende nauwelijks grenzen. Maar hij ontkent dat die bij het voetballen minder was. ,,Er is een aantal mensen gestopt met mij te kaarten. Dat zegt genoeg. Ik ben zo fanatiek. Maar goed, dat was ik als voetballer ook. Alleen bleek dat niet uit heel veel dingen. Met het kaarten wel. Maar met voetbal ben ik precies zo.”
Bij een viertal jonge Ajax-spelers dat in 1997 met het Nederlands jeugdteam meedeed aan het toernooi van Toulon, ontbrak zéker de ultieme beleving. Met een van hen, Rody Turpijn, die uiteindelijk tot zes wedstrijden in het eerste van Ajax zou komen, bezocht Janneke van der Horst zijn toenmalige clubgenoten Milan Berck Beelenkamp en Cedric van der Gun. De vierde, Kofi Mensah, konden ze niet bereiken. Tijdens de ontmoetingen wordt al snel duidelijk dat ze de ernst van het toernooi nauwelijks zagen. Voor hen was het een gratis jongerenreis, één groot feest. Zoals Van der Gun zegt: ,,Mijn vrienden gingen naar Salou, wij gingen naar Toulon’’.’
Slechts één jongen uit dat Oranje-elftal heeft de top gehaald, misschien niet helemaal toevallig inmiddels de schoonzoon van de bondscoach. Destijds lachten ze om hem, weet ook Mark van Bommel zelf. ‘In 1997 kwam hij in Zuid-Frankrijk aan op goedkope Lotto-schoenen. Het haar boven zijn lip had hij laten groeien tot een goede provinciesnor. Als speler van Fortuna Sittard keek hij op tegen de jongens van Ajax. De godenjonkies, op splinternieuwe spullen. ,,Ik had respect voor hun arrogantie’’.’
Rody Turpijn stopte met voetballen toen hij het bij De Graafschap, waaraan hij was verhuurd, niet naar zijn zin had. Toch is ook hij goed terechtgekomen, als beleidsmedewerker bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Als hij twaalf jaar na het toernooi in Toulon op een werkbezoek met de staatssecretaris bij AZ zijn oude trainer Louis van Gaal tegenkomt, blijkt die niet verrast. Turpijn: ,,Hij zei dat hij altijd al had gezegd dat ik een slimme jongen was.”
Gedrevenheid of het ontbreken daarvan komt ook in andere verhalen van Hard Gras aan de orde. Zo zit het Rotterdamse daklozenteam als vertegenwoordiger van Nederland in het vliegtuig op weg naar het WK al aan het bier, registreert Mariëlle van Bussel. En zo onderhoudt de opa van Manon Melis, spits van het Nederlands vrouwenteam, persoonlijk contact met haar clubcoach in Zweden, merkt Eva Maria Staal.
Het is, zoals in elk nummer, onderhoudende kost. Het toppunt van gedrevenheid is de idiote vasthoudendheid waarmee Jean-Marc Bosman, de naamgever van het arrest dat zorgde voor vrij werknemersverkeer van voetballers in de EU, interviewer Leander Schaerlaeckens blijft achtervolgen teneinde een sponsor te vinden die wil helpen zijn T-shirts te distribueren.
Overigens komt Bert van Marwijk bij het Nederlands elftal goed aan zijn trekken, met Frank de Boer en Phillip Cocu als zijn assistenten. ‘Het tweetal legt graag een kaartje.’ Ik ben benieuwd hoe lang ze het volhouden.
i Wereldkampioen klaverjassen, Hard Gras 64 - Hugo Borst, Matthijs van Nieuwkerk & Henk Spaan (red.), Nieuw Amsterdam, februari 2009, 144 pagina’s, E 8,75. ISBN: 978-90-468-0484-1

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

sport
Familieberichten
Advertenties