De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 20 april

Geloof & Kerkzaterdag, 25 april 2009

Veel onrust in synode over rapport Veerman

Lunteren - Het rapport De hand aan de ploeg dat een ,,cultuurverandering’’ betekent voor pastores in de Protestantse Kerk in Nederland heeft gisteren voor veel onrust gezorgd tijdens de landelijke kerkvergadering (generale synode) in Lunteren. Diverse Friese afgevaardigden namen het op voor de positie van de kleine gemeenten.

Door Hanneke Goudappel.
De generale synode (landelijke kerkvergadering) vergaderde gisteren de hele dag en ook nog ’s avonds over het rapport De hand aan de ploeg. Een commissie onder leiding van oud-minister Veerman stelt daarin forse veranderingen voor over onderlinge steun van gemeenten, loopbaanontwikkeling van de predikant, samenwerking van predikanten en kerkelijk werkers en de positie van de kerkelijk werkers.
Het definitieve rapport van de Stuurgroep Werk in de wijngaard beoogt niet de kerk op de kop te zetten, benadrukte scriba dr. Arjan Plaisier. ,,Daarom sluiten deze voorstellen zoveel mogelijk aan bij de bestaande praktijk. Zo worden de predikanten niet van bovenaf in een samenwerkingsverband gestopt. Teamverbanden ontstaan vanuit de gemeenten.’’
,,Het rapport geeft de gebinten van de kerk aan, niet het gebouw zelf’’, verwoordde prof. Cees Veerman. ,,Het rapport trekt de grondlijnen, geen details. Het komt er nu op aan dat we koers kiezen’’, benadrukte de oud- minister. ,,De problematiek is dwingend, want elke dag verliest de kerk leden.’’
Ondanks de geruststellende woorden van Plaisier en Veerman zorgde het rapport voor veel commotie in de synode. Veel synodeleden konden niet leven met een rapport dat vooral de richting aangeeft en nog weinig uitwerkt. Er kwamen tijdens de eerste ronde liefst veertien amendementen en moties op de synodetafel te liggen. Daarnaast voerden nog eens zo’n dertig synodeleden het woord. Het gaf wel aan hoe het onderwerp leeft.
De Commissie van Rapport (KTO) had veel commentaar op het rapport. Haar eigen rapport was zelfs omvangrijker dan het rapport van de commissie Veerman. Ze vond het onder meer ,,onaanvaardbaar dat een kerkelijk werker met aanvullende opleiding toch predikant kan worden’’, liet voorzitter S. Hiebsch weten.
Ook leefden er grote vragen over de voorgestelde loopbaanontwikkeling. Er moeten volgens het rapport drie traktementschalen komen voor de betaling van de salarissen van predikanten.
Verschillende synodeleden pleitten voor een onderzoeksfase waarin de voorstellen uit het rapport eerst maar eens als pilots uitgetest worden.

Solidariteitskas

Kritiek kwam er ook op de forse verhoging van de bijdrage aan de solidariteitskas die de commissie Veerman voorstelde: van vijf naar tien euro per belijdend lid. Ouderling-kerkrentmeester A.G. Wijnveen uit Gorredijk diende als voorzitter van de Commissie van Rapport (voor Kerkrentmeesterlijk en Diaconaal Beheer) een amendement in met als voorstel om nog geen besluit te nemen over de hoogte van de solidariteitsbijdrage. ,,Solidariteit is een goed onderdeel van kerk-zijn’’, zei Wijnveen, ,,maar op dit moment mist elke onderbouwing van waarom dit bedrag, wat er precies mee gaat gebeuren en op welke voorwaarden’’. ,,Misschien is vijf euro extra per belijdend lid wel veel te weinig, misschien wel veel te veel. Je kunt geen extra heffing aan gemeenten opleggen als niet duidelijk is waarvoor je het besteed. Ook voor de kleine gemeenten is dan het enige wat ze zeker weten dat ze geld moeten betálen per lid.’’
Ook ouderling-kerkrentmeester J.P. Karsten miste de financiële onderbouwing. ,,Ik heb becijferd wat de verhoging voor grote gemeenten betekent. Vijf euro per lidmaat oogt niet zoveel, maar het lastige is dat de gemeente aangeslagen wordt voor álle belijdende lidmaten, of ze nu betalen of niet. In mijn eigen gemeente in Leiden betaalt de helft de solidariteitsbijdrage niet. Dat betekent dat we met de verhoging 15.000 euro zelf extra bij moeten leggen. Voor Amsterdam is dat een kleine 30.000 euro en voor Den Haag 40.000 euro extra per jaar. Dat betekent het inleveren van een halve predikantsplaats. Is dat nu solidariteit?’’
Verschillende synodeleden uitten hun zorg of de voorstellen van de commissie Veerman de problemen van de kleine gemeenten eigenlijk wel oplossen. De problematiek van de kleine gemeenten was één van de belangrijke aanleidingen voor de verschillende nota’s die al zijn besproken over dit thema, herinnerden ze de synode. Voorlopers waren de rapporten De wissel voorbij: het spoor en de bielzen, Werk in de Wijngaard en Pastor in beweging. Aanleiding voor deze rapporten was dat de betaling van de predikantstraktementen voor met name de kleine gemeenten en de gemeenten in grootstedelijke gebieden onbetaalbaar dreigde te worden. Bovendien leefde er veel onduidelijkheid over de positie van de kerkelijk werkers (hbo-theologen) binnen de kerk.

Us dûmny

,,Alles wat we doen vandaag is ingegeven door de problematiek van onder meer de kleine gemeenten’’, zei ds. J. Ariesen uit Bolsward. Hoewel hij liever de term ‘armlastige gemeenten’ gebruikt. ,,Zeker op het Friese platteland is dat niet hetzelfde.’’ Ariesen vroeg aandacht voor een ,,cultuuromslag in de gemeenten zelf’’. ,,Zolang het voorkomt dat een aantal dorpen gezamenlijk een predikant hebben, de mensen als er op zondag geen dienst in hun eigen kerk is ‘vrij’ hebben, en de predikant in de verschillende dorpen catechisatie geeft aan twee of drie tieners, werkt een cultuuromslag van bovenaf niet. Eerst moet plaatselijk gaan leven dat men onderdeel is van één kerk. In de praktijk is het toch vaak ‘ús dûmny’ en ‘ús tsjerke’. Organisatorisch en bestuurlijk kun je een heleboel doen, maar solidariteit begint daar: in de kerken.’’
De financiën van de pastores zelf was ook een terugkerend punt van zorg van de synodeleden. Er komen drie traktementschalen voor de betaling van de traktementen (salarissen) van predikanten, waaronder een voor beginnend predikanten.
De (al bestaande) werkgemeenschappen krijgen een centrale rol in de samenwerking van predikanten. Voor de begeleiding en kwaliteitsbewaking van predikanten en kerkelijk werkers komt er een zogenoemde ‘pastor pastorum’. Wat de precieze rol van die figuur moet zijn, was velen onduidelijk. Volgens scriba dr. Arjan Plaisier is het vooral een vertrouwensfiguur voor de predikanten.
De werkgemeenschap is volgens ds. J.C. Oosterwijk uit Ouwsterhaule een belangrijke schakel in de cultuuromslag die het rapport beoogt. ,,In de ideale wereld gaat iedere predikant en kerkelijk werker huppelend naar de werkgemeenschap’’, zei hij. ,,Helaas we leven niet in de ideale wereld en is er vaak sprake van solisme, haantjesgedrag, moddergooien naar de verschillende modaliteiten.’’ Oosterwijk stelde daarom voor om deelname aan de werkgemeenschap te verplichten en te handhaven met sancties.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties