De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 23 mei

Regiomaandag, 29 juni 2009

Hannemahuis geeft overzicht van drie eeuwen walvisvangst vanuit Harlingen
De walvisvaart, geen vak voor de zachtmoedigen

Harlingen - De walvisvaart heeft in de geschiedenis van Harlingen een prominente rol gespeeld, bleek onlangs uit een proefschrift. Voor het Hannemahuis aanleiding om in de nieuwe vleugel een expositie in te richten.

Door Erik Betten.
In de winter van 1826 raakte de Harlinger walvisvaarder Klaas Hoekstra verzeild in de verkeerde hoek van de Noordpool. Met zijn nagelnieuwe schip werd hij ingesloten tussen ijsschotsen, die het hout meedogenloos verbrijzelden. Hoekstra en zijn 45 bemanningsleden kregen aanvankelijk onderdak bij het eveneens ingesloten Engelse schip Dundee. Maar de Engelse kapitein kon uit eigenbelang de gastvrijheid niet de hele winter volhouden. Hoekstra en zijn mannen legden vervolgens te voet de reis naar het vasteland van Groenland af, over de ijsvlakten. Ze leefden enige tijd in Inuďtdorpen, waarna ze in het voorjaar op Deense schepen op weg konden naar huis. Ondanks de barre omstandigheden hadden maar twee bemanningsleden de beproeving niet overleefd.
In 1828 verscheen het dagboek van Hoekstra - dat hij vooral voor de verzekeraars bijhield - in druk voor een groot lezerspubliek. Onlangs verscheen een heruitgave van het boek. ,,Dat geeft wel aan dat de walvisvaart altijd tot de verbeelding gesproken heeft”, zegt conservator Hugo ter Avest van het Hannemahuis. In de expositie die sinds zaterdag te zien is in het Harlinger museum, is een hoekje vrijgemaakt voor Hoekstra. Nabestaanden hebben het portret van Hoekstra en zijn vrouw uitgeleend aan het museum, zodat die nu aan weerszijden van een tekening van de ramp van 1826 hangen. In een vitrine is die ramp in drie dimensies weergegeven. De muts die Hoekstra droeg ligt er, naast zowel het orginele dagboek als de gedrukte versie.
De aandacht van de bezoeker van de expositie wordt echter vooral getrokken door de collectie harpoenen die aan één van de wanden is opgehangen. Het maakt het bloedige werk van de walvisvangers tastbaar. Bovenaan hangt een flensmes, een breed lemmet op het uiteinde van een stok, waarmee de bemanning een gevangen walvis in moten sneed. Ter Avest laat op een van de vele afbeeldingen zien hoe dat ging. ,,Moet je voorstellen dat je daar stond te snijden op zo’n walvis die aan de zijkant van een schip was gebonden, op die koude ijszee. Wat een werk.”

Verbeelding

Een walvis prikkelt de verbeelding. Zoveel wordt wel duidelijk uit de collectie van gedenkborden, schilderijen, schoolplaten en modellen die in het Hannemahuis is uitgestald. ,,De diversiteit van objecten is heel bijzonder”, zegt Ter Avest, die te kust en te keur kon in het depot van het Zuiderzeemuseum. ,,Dat had een walvisexpositie, maar die is verwijderd. De collectie gaat over naar het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, maar dat wordt eerst nog verbouwd. Vandaar dat ik mijn gang kon gaan.”
Een hoogtepunt is het schilderij van Abraham Storck, gemaakt rond 1690. Het laat de traankokerijen zien, het harpoeneren van de walvis en het ruige poollandschap dat het decor vormde. De schoolplaat die Cornelis Jetses maakte met de titel ter walvisvaart had het werk van Storck duidelijk als voorbeeld. Maar ook de bijzondere producten die van de baleinen van de walvis werden gemaakt, wekken verbazing. ,,Die baleinen waren het plastic van die tijd”, legt Ter Avest uit. Het was stevig, buigzaam en goed te bewerken. Het is bekend van het gebruik in corsetten, maar we hebben het bij een paraplu nog altijd over baleinen. Daar werden ze toen ook voor gebruikt.” Het spek van de walvis diende als smeer voor machines en het soepel houden van leer. De traan die uit dat spek werd gekookt, werd brandstof en zeep gemaakt.

Harlinger aandeel

Van Harlingers is bekend dat ze in 1636 al een eigen nederzetting hadden op Deneneylandt, bij Spitsbergen. Voor Harlingen begon de echte bloeitijd van de walvisvangst pas na 1815. De haven zou gaandeweg een marktaandeel van 60 procent verwerven, ook door de royale subsidies die koning Willem I in die tijd verstrekte.
De Nederlandse walvisvaart liep door tot in de jaren zestig, met het walvisfabrieksschip Willem Barendz II, die in de wateren rond Antarctica voer. ,,Daar zijn de Harlingers nooit geweest”, zegt Ter Avest. ,,Zij hielden zich bij het Noordpoolgebied.” Dat was al gevaarlijk genoeg, zoals het verhaal van Hoekstra bewijst.
iDe tentoonstelling over drie eeuwen walvisvangst vanuit Harlingen is tot en met 13 september te zien in het Hannemahuis, Voorstraat 56 in Harlingen. Open van 11-17 uur van dinsdag tot en met vrijdag. In het weekeinde van 13.30-17 uur.
‘Moet je voorstellen dat je daar stond te snijden op zo’n walvis die aan een schip was gebonden, op die koude ijszee’

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties