De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 19 november

Regiodonderdag, 23 juli 2009

Stichting Hulp Oost-Europa dreigt te moeten stoppen met inzamelen kleding vanwege gebrek aan opslag- en sorteerruimte
‘Roemenië heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen’

Stiens - Met een maandinkomen van tweehonderd euro houdt de gemiddelde Roemeen weinig geld over voor de aanschaf van kleding. De familie Pentek uit Cluj-Napoca, op bezoek in Stiens, hoopt daarom van harte dat de stichting Hulp Oost-Europa voorlopig door kan gaan met het inzamelen van tweedehands kleren. Het spant erom.

Door Anneke Visser.
De noodkreet van de Stichting Trynwâlden Roemenië, begin deze maand in het Friesch Dagblad, is hen uit het hart gegrepen. Jan en Jeltje Spoelstra uit Stiens van de stichting Hulp Oost-Europa kampen met precies hetzelfde probleem. Ze moeten binnenkort hun sorteer- en opslagruimte in de voormalige C1000 verlaten. De supermarkt wordt gesloopt, en een alternatieve locatie is niet voorhanden. Net als de collega-stichting in de Trynwâlden dreigen de Spoelstra’s daarom te moeten stoppen met het inzamelen van tweedehands kleding.
Bijna twintig jaar zijn ze daar nu mee bezig. Twee keer per jaar regelt de stichting een transport naar Roemenië, met kleding, voedsel en andere spullen die in Nederland zijn afgedankt. De ene keer gaat de reis naar Satu Mare in het noordwesten, de andere keer naar Cluj-Napoca, een stad die meer in het midden van het Oost-Europese land ligt.
Voor de kleding op - of er achteraan - reizen vrijwilligers van de stichting, die zorgen dat de vracht bij de juiste adressen belandt. In beide steden werkt de organisatie voor de verdeling van de spullen samen met zo’n vier ŕ vijf kerken of ziekenhuizen. Twee keer per jaar gaan Jan en Jeltje Spoelstra naar Roemenië. Eén keer voor de begeleiding van het transport, de andere keer om op persoonlijke titel mensen te bezoeken en op kleine schaal hulpgoederen te bezorgen.

Verrassing

Deze week zijn de rollen even omgedraaid. Een van de domineesgezinnen waarmee de stichting samenwerkt, is bij de Spoelstra’s thuis in Stiens op bezoek: de familie Pentek uit Cluj-Napoca. ,,We hebben ze hier uitgenodigd voor een korte vakantie”, vertelt Jeltje Spoelstra. ,,Het is de eerste keer dat ze in Nederland zijn.”
Vader Marton, moeder Tunde en zoons Marton jr (19) en Csaba (16) zijn onder de indruk van alles wat ze totnogtoe hebben gezien, vertellen ze. Het Kameleondorp, de Afsluitdijk en het bruggetje van Bartlehiem. ,,Overal zijn zulke mooie tuinen”, zegt zoon Marton enthousiast. ,,En nergens staan hekken voor de huizen. Daar kunnen we in Roemenië niet zonder.”
Ze zijn blij dat ze de kans krijgen, hun vrienden uit Stiens nu eens in hun eigen omgeving te ontmoeten. Zo’n twaalf jaar geleden kregen ze voor het eerst bezoek van de vrijwilligers van de stichting Hulp Oost-Europa. ,,We woonden toen nog in een klein dorp, Suatu”, vertelt vader Pentek. ,,Het was een verrassing dat ze kwamen. Helemaal uit Nederland, speciaal voor ons.”
Ieder jaar kwamen de Nederlanders terug met kleding. Toen de familie naar Cluj Napoca vertrok, ging er ook een kledingtransport naar die stad. De protestantse kerk waarvan Marton Pentek dominee is, heeft een comité in het leven geroepen dat zich na aankomst van het transport over de kleding ontfermt. ,,We slaan de spullen op in een kantoorruimte van de kerk”, zegt hij. ,,De mensen die heel arm zijn, geven we eerst wat kleding en voedsel. De rest verkopen we, tegen lage prijzen.”
Binnen een week zijn doorgaans alle kleren verkocht aan mensen uit de buurt. De laatste keer leverde dat de kerk zo’n zeventienhonderd euro op. Het geld wordt gebruikt voor een onderhoudsbeurt van het gebouw. ,,We vinden het een goede zaak dat ze de kleding verkopen en niet zomaar weggeven”, zegt Jeltje Spoelstra. ,,Het is beter voor de eigenwaarde van mensen dat ze iets voor de kleding moeten betalen. Tegelijk levert het de kerk wat geld op.”

Te vroeg

Pentek hoopt van harte dat er spoedig een oplossing komt voor het opslagprobleem van de stichting Hulp Oost-Europa. Aan het einde van het jaar moet de organisatie de oude supermarkt verlaten. Als zich voor die tijd niet een nieuwe locatie in Stiens aandient, houdt de kledinginzameling in het dorp op.
,,We hebben hiervoor al vier andere opslagruimtes gehad”, vertelt Jeltje Spoelstra. ,,We wisten vanaf het begin dat we maar tijdelijk in de supermarkt terecht zouden kunnen, maar er waren geen andere opties in Stiens. We kunnen ook niet ineens ergens anders gaan zitten, want al onze vrijwilligers komen hier uit de buurt.”
Als de toevoer van kleding uit Nederland stopt, zou dat de situatie van de Roemenen flink verslechteren, zegt Pentek. Kleding in het land is duur, en het gemiddelde maandinkomen ligt niet hoger dan zo’n tweehonderd euro. Zonder ondersteuning uit West-Europa kan het land volgens hem voorlopig nog niet, ook al is Roemenië sinds 2007 lid van de Europese Unie. ,,Roemenië heeft tijd nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Het is te vroeg om met de hulp te stoppen.”
De Spoelstra’s knikken instemmend. ,,Er is wel wat vooruitgang in het land. De wegen, scholen en ziekenhuizen worden langzaam aan iets beter. Maar Roemenië is er nog lang niet. De hulp is misschien nóg wel twintig jaar nodig.”
‘Het is beter voor de eigenwaarde van mensen dat ze iets voor de
kleding moeten betalen’.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties