De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

zondag 17 december

Geloof & Kerkmaandag, 14 september 2009

Johan Graafland over geloven en de economische crisis
Winstbejag wint van matigheid

De wereld bevindt zich in de ergste economische crisis sinds de jaren dertig. Biedt het geloof eigen manieren en inzichten om daarmee om te gaan? Prof. dr. Johan Graafland, hoogleraar in Tilburg, beschouwt de crisis de komende weken in het Friesch Dagblad. Vandaag deel 2: Van Angelsaksisch naar Rijnlandmodel?

De kredietcrisis is in allerlei opzichten een vertrouwenscrisis. Wat begon als een vertrouwenscrisis in en tussen banken is uitgegroeid tot een vertrouwenscrisis in de hele economie en het economisch stelsel. Sommige economen en politici spreken zelfs over het failliet van het Angelsaksische kapitalisme, het neoliberalisme of het Wall Street-model. Dit verwijst naar het kapitalisme in de VS en Engeland. Maar biedt het Rijnlandse model dan een beter perspectief?
Het Angelsaksisch model gaat uit van het zelfcorrigerend vermogen van de vrije markt waarbij marktpartijen gecorrigeerd worden door de tucht van de markt in de vorm van scherpe concurrentie. De rol van de overheid beperkt zich voornamelijk tot het garanderen van eigendomsrechten en vrijheid van contract. De taak van het bestuur van de onderneming is gelegen in het behartigen van de belangen van de eigenaren van de onderneming, de aandeelhouders. In de praktijk houdt dit in dat ondernemingen streven naar winstmaximalisatie op korte termijn met het oog op het vergroten van de aandeelhouderswaarde.
Het Rijnlandse model veronderstelt daarentegen dat de overheid actief de economie reguleert. Het bestuur van de onderneming dient niet enkel in het belang van de eigenaren van de onderneming, de aandeelhouders, te opereren, maar ook in het belang van andere zogenoemde stakeholders, zoals werknemers, afnemers, leveranciers en de samenleving als geheel.
Cruciaal zijn samenwerking en vertrouwen. Een actief sociaal beleid van de overheid draagt daar aan bij. Empirisch onderzoek laat namelijk zien dat ongelijkheid tot minder vertrouwen leidt. Samenwerking en onderling vertrouwen kunnen immers alleen tot stand komen als zich geen al te scherpe tegenstellingen in de samenleving voordoen.
De kredietcrisis is ontstaan in de Verenigde Staten. Dat het Angelsaksisch model gefaald heeft, blijkt uit verschillende oorzaken van de kredietcrisis. Allereerst leidde het zwakke toezicht van de overheid op de woning- en kapitaalmarkt tot grote risico’s bij de hypotheekverstrekking en het doorverkopen daarvan in de vorm van complexe derivaten. De veronderstelling van het Angelsaksisch model dat marktpartijen zelfredzaam zijn en dat het daarom niet mogelijk is om onverantwoorde risico’s door te schuiven naar andere marktpartijen bleek niet op te gaan. Zoals Alan Greenspan, de voormalige voorzitter van de Federal Reserve Board, voor een commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden stelde: ‘Ik heb de fout gemaakt door ervan uit te gaan dat het eigen belang van organisaties, speciaal banken, zo was, dat ze in staat waren om het goede te doen voor hun aandeelhouders, en met hun bezit.’

Korte termijn

Ook de grote bereidheid van banken om risico’s te nemen teneinde op korte termijn winst te kunnen realiseren is inherent aan het Angelsaksisch model. Omdat het voor aandeelhouders moeilijk te beoordelen is wat de lange termijn winstmogelijkheden van een bedrijf zijn, letten analisten vooral op winstcijfers op korte termijn en zijn ook de beloningssystemen voor managers (de bonussen) daarop gericht. Deze kortetermijnfocus weerspiegelt het speculatieve karakter van transacties op de aandelenmarkt. Waar de gemiddelde periode waarin een aandeel werd aangehouden in de jaren zestig ongeveer zeven jaar bedroeg, bedraagt deze momenteel minder dan een jaar. De agressiviteit waarmee sommige aandeelhouders (hedgefondsen) besturen van banken onder druk zetten, dwingt ook hen tot een kortetermijnfocus op aandeelhouderswaarde.
Om al deze redenen is het niet verwonderlijk dat de crisis aanleiding is voor een heroriëntatie op het Rijnlandmodel. Evenwel leert de kredietcrisis ook dat de bemoeienis van de overheid met de economie niet altijd tot goede uitkomsten leidt. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat ook de overheid een groot aandeel heeft in het ontstaan van deze crisis. Het was immers de Amerikaanse overheid die banken aanspoorde om kredieten te verlenen tegen gunstige voorwaarden aan mensen die deze niet financieel aankonden, vanuit het idee dat iedereen, vooral de armsten, ‘recht’ hadden op een eigen huis.
Zonder deze overheidssteun zouden in een vrije markt deze leningen niet toegekend zijn. Ook het toezicht op het bankwezen faalde, niet alleen in de VS maar ook in Europa. Niet alleen de markt, maar ook de overheid geniet om deze reden een gebrekkig vertrouwen en dat bemoeilijkt een terugkeer naar Rijnlandse model zoals wij dat vroeger gekend hebben.

Christelijke deugden

Tot slot is er nog een intrigerende vraag waarmee ik blijf zitten: namelijk hoe het mogelijk is dat in een christelijk land het Angelsaksisch model, dat ons nu in de crisis heeft gestort, zo populair geworden is? Waarom zijn winst maken, eigen belang en exorbitante beloningen juist daar zo geaccepteerd geraakt terwijl deze toch haaks staan op belangrijke christelijke waarden?
Dat is een complexe vraag en het antwoord laat zich niet in het bestek van dit artikel beantwoorden. Maar misschien ligt het verband ook andersom: waar mensen in sterke concurrentiestrijd staan met anderen en het eigenbelang vrij spel heeft en men vooral aangewezen is op zichzelf, is de behoefte aan de steun van God groter. Maar in hoeverre christelijke deugden zoals matigheid en dienstbaarheid in zo’n omgeving worden aangemoedigd blijft twijfelachtig.
i Prof. dr. Johan Graafland is hoogleraar Economie, Onderneming en Ethiek aan Universiteit van Tilburg

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties