De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 25 mei

Hoofdartikeldinsdag, 17 november 2009

De cao-onderhandelingen...
De grootste vakbond in ons land, de FNV, heeft de looneisen geformuleerd voor 2010. Daarbij gaat het niet alleen over geld, 1,25 procent erbij, maar ook over scholing en werkgelegenheid. Tussen geld en scholing/werkgelegenheid is een relatie: als de werkgevers niet voldoen aan de eisen van de laatste twee elementen, verhoogt de vakcentrale de looneis naar twee procent. Aan dat dreigement kan gemakkelijk een ander worden toegevoegd; anders gaan we naar het Malieveld. Of heeft de vakbeweging door dat onder de huidige omstandigheden het Malieveld een drassig moeras is geworden, waarin iedereen natte en vieze voeten krijgt?
De werkgeversclubs VNO-NCW en MKB hebben als in een reflex hun stellingen betrokken; onverantwoord; de FNV lijkt de crisis maar even te vergeten.De stellingnames van de organisaties hebben een ietwat vermoeiende uitwerking. De retoriek van beide komt van een grammofoonplaat die al meer dan grijs is gedraaid. Wie de vertegenwoordigers van de clubs beluistert of ziet, verbaast zich er over dat ze het nog steeds kunnen opbrengen om hun werk te doen en te denken dat ze hun achterban een dienst doen.
Vorige week kregen de organisaties dan wel niet een dolksteek in de rug, maar wel een flinke duw. (Oud)-collega’s zeiden hardop wat weldenkende burgers al jaren weten: het tijdperk van de collectieve regelingen voor arbeidsrelaties is voorbij. Het wordt tijd voor voorzieningen waardoor werknemers hun eigen zaakjes kunnen regelen. De afgelopen tijd, die van de crisis, heeft aangetoond dat de huidige regelingen een schijnzekerheid bieden. Werknemers moeten op individueel of op bedrijfsniveau afspraken maken met de werkgever. In die afspraken kan het over van alles gaan: contractperiode, loon, garanties, ontwikkelingstrajecten of bijscholing.
De oproep tot verandering komt van een denktank, waarin onder andere de voorzitter van de SER, Rinnooy Kan zitting heeft. De samenstelling van de denktank geeft aan dat de voorstellen geen indianenverhalen zijn of revolutionaire praat; verstandige mensen komen met verstandige gespreksstof. Bovendien, het verhaal is niet nieuw. Onder de holle retoriek van vakbonden en werkgeversclubs klinken al jaren geluiden over het einde van een tijdperk en het begin van nieuwe verhoudingen. Die geluiden zijn bijna onhoorbaar gebleven door de bombast van de organisaties; eindelijk lijken de verstandige geluiden te kunnen doordringen.
...en het nieuwe denken
De traditionele verhoudingen en strategieën hebben hun tijd gehad. En ook al geruime tijd. De strakke regels, versterkt tot kracht van wet, hebben gewerkt, tot op zekere hoogte. Het spel heeft zeker in relatie tot de omstandigheden in andere landen, een gematigd loonbeleid opgeleverd en betrekkelijk stabiele verhoudingen. Tegelijkertijd moet worden geconstateerd dat er veel schade is aangericht, vooral bij kleinere bedrijven. Het is en blijft een interessant onderzoeksproject: hoe veel bedrijven hebben concreet geleden onder de last van de collectieve regelingen en wetten? Bijvoorbeeld omdat de regels zijn afgestemd op de grootste gemene deler van een bedrijfstak. Bedrijven die door hun specifieke omstandigheden er niet onder vallen, hebben daar in relatieve en in absolute zin veel schade van ondervonden, tot op de dag van vandaag. Maar ook individuele weknemers worden in toenemende mate geschaad door de collectiviteit.
De denktank erkent dat individuele werknemers en individuele bedrijven hun eigen (sociale) werkelijkheid moeten organiseren. Die opvatting doet recht aan al die uitzonderingen op de collectiviteit waarop de regelingen zijn gebaseerd. Sterker, de collectiviteit is een constructie die bijna per definitie geen recht doet aan concrete, individuele omstandigheden. De gedachten over nieuwe verhoudingen zijn bovenal een poging om recht te doen aan veranderde opvattingen over individuele verantwoordelijkheid en maatschappelijke zelfbeschikking.
Werknemers en werknemers moeten wennen aan de nieuwe verhoudingen. Daarin ligt met name een opdracht voor de vakbonden. Die hebben nu de kans hun traditionele rol terzijde te leggen en de grijsgedraaide greammofoonplaat bij het oud vuil te doen. En werkgeversorganisaties kunnen zichzelf eindelijk verlossen van het tamelijk autoritaire en arrogante harnas.
Het gesprek over de nieuwe verhoudingen is een waardevolle ‘product’ van de crisis. Want die functioneert hier als breekijzer om de verroeste verhoudingen op te breken.

Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties