De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.


woensdag 18 oktober

Geloof & Kerkwoensdag, 2 juni 2010

Dirk Zwart strijdt in zijn muzikaal dagboek voor het vak van kerkmusicus
Niet iedereen heeft verstand van kerkmuziek

Het kan haast niet anders als je lid bent van de familie Zwart: je hebt iets met muziek. In dit geval Dirk Zwart, kleinzoon van Jan Zwart. Sommigen menen hem dan al een stempel te kunnen opdrukken, maar zij doen er goed aan Dirks muzikaal dagboek, Boven jezelf uit zingen, te lezen, meent Rein van der Kluit.

Dirk Zwart besloot dit dagboek over het jaar 2009 bij te houden omdat hij het leuk vindt om te schrijven en het hem helpt zijn gedachten over bepaalde onderwerpen te ordenen. Dat hij houdt van schrijven, is goed te merken. Het gaat hem gemakkelijk af, hij heeft een vlotte pen, schuwt een stevige mening niet en heeft heel wat te vertellen over wat zich in de wereld van de kerkmuziek afspeelt.
Het kostte hem vermoedelijk weinig moeite de meer dan 250 pagina’s die het boek telt te vullen. Er gebeurt ook het nodige op het terrein van de kerkmuziek. Zwart bemoeit zich er intensief mee, uiteenlopend van zijn eigen gemeente in Rotterdam (gereformeerd-vrijgemaakt) tot zijn bijdragen aan de totstandkoming van het nieuwe Liedboek voor de kerken.
Al snel wordt duidelijk wat hij vindt van verschillende ontwikkelingen in de kerkmuziekwereld. Een heel duidelijke leidraad vormt zijn (terechte) overtuiging dat kwaliteit in de kerkmuziek van belang is. Hij heeft een hekel aan oppervlakkige muziek. Uitgesproken kritisch is hij over Psalmen voor Nu en veel Opwekkingsliederen. Het gaat Zwart zowel om de tekst (die moet wel ergens over gaan) als de melodie en de bruikbaarheid daarvan in de eredienst voor de gemeente. Hij draagt duidelijke voorbeelden aan.

Tegencultuur

Dat in de kerkpraktijk veel gemeenteleden daar anders over denken, is duidelijk. In zijn eigen wijkgemeente probeert Zwart in de Commissie Concretisering Visie Eredienst (een soort commissie voor liturgie en kerkmuziek) de andere leden te overtuigen van de wenselijkheid van kwaliteit. Dat valt nog niet mee. In Rotterdam vinden net als elders mensen ‘het al gauw best’.
Wie mag een oordeel vellen over wat kwalitatief goed is? De deskundige, is Zwarts stellige overtuiging. Hij heeft gelijk: soms lijkt kerkmuziek net op het weer of voetbal, omdat iedereen er verstand van lijkt te hebben. Zoals zo vaak moet ook Zwart de positie van de kerkmuziek ‘bevechten’. We moeten niet met de hedendaagse winden meewaaien. Met instemming citeert Zwart Willem Barnard: ‘de cultuur van de kerk moet tegencultuur zijn’.
In het dagboek krijgt zijn inzet voor de Stichting Nieuwe Kerkmuziek veel aandacht. Belangrijk onderdeel van dit werk is de website www.kerkmuziek.nu (een bezoek van harte aanbevolen) waarop veel nieuwe (en wat minder recente) cd’s met kerkmuziek zijn te horen. Cd’s krijgen in het boek veel aandacht: plannen om cd’s uit te brengen, besprekingen van cd’s met nieuwe kerkmuziek. Aanvankelijk vraag je je af waarom zoveel nadruk op cd’s wordt gelegd. Het is toch beter om de muziek uit te voeren en te gebruiken in de eredienst? Maar Zwart weet je ervan te overtuigen dat je vooral via cd’s (cd van de maand bijvoorbeeld) goed kennis kunt maken met nieuwe ontwikkelingen.

Enthousiast

Een aantal malen bespreekt Zwart indelingen in soorten en functies van kerkmuziek. Hij wil ook graag een indeling op zijn website plaatsen. Uiteindelijk blijkt de zinvolheid daarvan: hij wil meer aandacht voor de pastorale en devotionele functie van kerkmuziek. Het gaat dan om liederen die weer meeslepend en enthousiasmerend kunnen zijn. Dat vindt hij niet van sommige gezangen uit het huidige Liedboek voor de kerken. Gezang 343 bijvoorbeeld is in zijn ogen ‘te cantorij-achtig’, te geforceerd, omdat het te weinig een doorgaande puls heeft. Ook muziek van iemand als Maurice Pirenne (1928-2008) is volgens hem te ‘bloedeloos en te gezocht’. Niet ieder zal het met hem eens zijn.
Zijn voorliefde voor Anglicaanse kerkmuziek is groot. Zo stellig als hij kan zijn in zijn veroordeling van sommige door hem bijgewoonde erediensten in Nederland, zo opgetogen is hij over zijn ervaringen tijdens een vakantie in Engeland (ben ik helemaal met hem eens).
Uiteraard komen ook de familie Zwart en haar verschillende denominaties aan bod. Neef Everhard moet het ontgelden: ‘Wie Everhard zelf de muziek van Jan Zwart hoort spelen, kan eenvoudig vaststellen dat dit sentimentele orgelspel zo on-Jan Zwarts is als het maar kan.’ Zelf is hij van een andere richting, zoals op zijn eigen site met boeiende muziekvoorbeelden te beluisteren valt.

Nikserige bagger

Het boek gaat natuurlijk nog over veel meer. De oordelen zijn soms scherp (heeft-ie vaak ook zelf later weer spijt van), het woordgebruik soms pittig - ‘nikserige bagger’ (muzak), ‘snackbar-regionen van de typografische cultuur’ (sommige vormgeving bij beamergebruik). Zwart strijdt terecht voor erkenning van het vak van kerkmusicus, wat soms leidt tot boosheid, soms tot heilige verontwaardiging. Neem het maar op de koop toe, want dit boek verdient gelezen te worden, vooral door niet-kerkmusici die niet altijd oog en oor hebben voor kwalitatief goede kerkmuziek.
i Rein van der Kluit, Boven jezelf uit zingen. Kerkmuzikaal dagboek. Uitgeverij Merweboek Sliedrecht. 17,90 euro
i Rein van der Kluit is voorzitter van de GOV Vereniging voor Kerkmusici (GOV-VvKM)

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties