De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 25 februari

Regiodonderdag, 5 augustus 2010

Nepalezen gestimuleerd mee te betalen of te werken aan projecten
Geld rolt niet; ‘wij zijn geen sinterklazen’

In 2006 besteedde het Friesch Dagblad een serie aan Friezen die ‘yn ’t spier’ zijn in ontwikkelingswerk. Hoe vergaat het hen nu? En wat hebben ze bereikt? Deze zomer vragen we het aan een aantal van hen. Vandaag: Jan Laan van stichting Nepal Pariwar.

Door Anja Mast.

Friezen yn ’t spier

Dertig keer bezocht Jan Laan (63) uit Hoornsterzwaag Nepal tot nu toe. En in oktober stapt hij voor de 31e keer op het vliegtuig naar de bergstaat in de Himalaya.
Samen met drie anderen richtte de Hoornsterzwaagster precies tien jaar geleden de stichting Nepal Pariwar op. In de afgelopen jaren zijn er in samenwerking met de lokale bevolking dijken aangelegd, scholen gebouwd en een kindertehuis en blindenschool opgezet. Vorig jaar nog werd een medische post in Ghoripani opgeleverd. Die post vervult inmiddels een belangrijke regiofunctie in West-Nepal.
De stichting biedt financiële hulp op basis van lokale aanvraag. Een vaste werkwijze. Een Nepalese vriend van de bestuursleden, die zelf een bedrijfje runt en goed op de hoogte is van de lokale situatie, coördineert de projecten en onderhoudt het contact met Fryslân. ,,Mensen kunnen in eerste instantie bij hem aankloppen. Dat verlaagt de drempel voor de mensen die een project willen aandragen aanzienlijk. Daarna komt de aanvraag bij ons terecht.”
Het geld wordt alleen niet zomaar weggegeven. ,,Wij zijn geen sinterklazen. Als mensen geld vragen om een schoolgebouw neer te kunnen zetten of een medische post moeten ze eerst zelf met een gedegen plan komen en een ontwerp. 15 tot 20 procent van het bedrag moet de gemeenschap zelf meebetalen. Als dat geld er niet is, dan kan een bijdrage worden geleverd door mee te helpen in de bouw. Zo bespaar je op arbeidskosten.”

Geld op de plank

Ieder jaar reizen vrijwilligers van de stichting naar het land om te kijken of de projecten goed lopen en op tijd afkomen. Laan: ,,Er moet geen geld op de plank blijven liggen. Het is gelukkig nog maar een keer voorgekomen dat we ons uit een project hebben moeten terugtrekken omdat de organisatie niet op orde was. Van scholen verwachten we ook dat ze de nieuwgebouwde lokalen onderhouden. Natuurlijk is het in Nepal niet overal even stofvrij, maar het moet niet zo zijn dat we elk jaar een nieuwe computer naar dezelfde aanvrager moeten sturen omdat de oude kapot is gegaan.”
Hij en de andere vrijwilligers van Nepal Pariwar worden ook wel dai genoemd: grote broer. Een groot compliment, vindt Laan. ,,In het begin werd ik voor een soort van expeditieleider gehouden, maar Nepalezen beschouwen mensen al heel gauw als familie. Ze maken geen onderscheid tussen verre buur of familielid. Vandaar ook de naam van onze stichting. Nepal Pariwar betekent: zich familie voelen met de Nepalezen.”

Schoenen en schooltas

Toerisme is een belangrijke inkomstenbron voor het land waar verder het grootste deel van de bevolking in de landbouw werkt om in eigen onderhoud te kunnen voorzien. Vooral in de meer afgelegen gebieden die vanwege gebrek aan infrastructuur moeilijk te bereiken zijn, heerst armoede. ,,Onze coördinator bezoekt boeren die zelf nauwelijks kunnen rondkomen. Vaak hebben ze geen geld voor een eigen stukje grond en ook niet om de kinderen naar school te sturen. Met hulp van sponsors zorgen we ervoor dat ze toch naar school kunnen en pennen, schriften, een paar schoenen en schooltas krijgen. De afstand tot aan school valt over het algemeen mee, maar in de bergen ligt dat natuurlijk anders.’’
Een plek waar Laan in oktober langsgaat, is het drinkwaterproject in Ghorepani. Een project waarmee een lucratieve handel kan worden opgezet voor de lokale bevolking. ,,Met een speciaal systeem kan schoon bacterievrij tapwater worden gemaakt. De bevolking profiteert ervan maar ook de toeristen. Het tappunt moet bemand worden dus het verschaft werk. Nepalezen mogen de flessen daarnaast tegen een lage prijs inkopen en weer doorverkopen aan hotels en toeristen. Ons water is goedkoper dan wat een fles mineraalwater in de winkel kost.”
Daarnaast is de stichting bezig met een training- en opleidingcentrum voor blinden en slechtzienden. ,,In Nepal wordt door de overheid weinig gedaan voor blinden. Gelukkig groeit daar wel bij steeds meer mensen het besef dat blinden wel degelijk naar school kunnen en een vak leren. In het trainingscentrum worden de mensen opgeleid. Ze leren er werken met spraakcomputers, braille vertalen, muzieklessen volgen of kaarsen maken. Op die manier kunnen ze straks een nieuw bestaan opbouwen.”

Vervuiling

Tijdens al zijn reizen heeft Laan Nepal door de jaren heen langzaam zien veranderen. ,,Het blijft een arm land. Er verandert gelukkig veel ten goede, maar er gaat ook veel verkeerd. Vervuiling en bodemverontreiniging in Kathmandu is bijvoorbeeld een probleem dat steeds groter wordt. Als je van een verblijf daar dan weer richting de zuivere lucht in de bergen gaat, is het elke keer letterlijk weer even op adem komen.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties