De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 19 januari

Regiomaandag, 4 oktober 2010

Nazorg aan dienstslachtoffers hoogste prioriteit bij BNMO
‘Ik ben altijd gewend geweest om te zwijgen’

Joure - Praten over de oorlog is lastig. Helemaal als niemand je begrijpt. Al 65 jaar draagt de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en dienstslachtoffers (BNMO) zorg voor beschadigde militairen. Zaterdag vierde de Friese afdeling haar jubileum.

Door Majelle Hoek.
Willem Nijdam (69) uit Heerenveen wilde helemaal niet uitgezonden worden naar Nieuw-Guinea. Op aandringen van de dominee en zijn ouders ging hij in 1961 toch. Tien maanden werkte hij als gewondenverzorger tijdens de onrust in de Nederlandse kolonie, voorafgaand aan de overname van Nieuw-Guinea door Indonesië.
Door een straf - die terecht was volgens Nijdam, maar waar hij verder niet over wil uitweiden - moest de verpleger tien dagen zitten. ,,In een cel naast mij zat een Indonesische infiltrant die beschuldigd werd van moord op een hoofdagent van de papoeapolitie. Hij werd tijdens de verhoren met zijn hoofd tegen de muur geslagen, ik kon alles horen.” Nijdam werd door de politie gevraagd de man weer op te knappen. ,,Ik kreeg wat lappen en water en moest het maar repareren. Zijn schedel lag open, het lukte niet.” De infiltrant werd uiteindelijk doodgeschoten. Het feit dat Nijdam de Indonesiër niet heeft kunnen helpen en dat die uiteindelijk is gedood, zit de veteraan dwars. ,,Toen ik naar Nieuw-Guinea ging had ik de visie om mensen te helpen, maar dat is niet gelukt. Dat frustreert mij.” Het is geen gevoel van woede of haat, legt hij uit. Ook om het lot van die man, die niet veel ouder was dan hij, kan hij zich druk maken. ,,Normaal deed Nederland het heel netjes hoor. Dan werden gewonden aan het Rode Kruis overgedragen. Deze man was zodanig verminkt, die konden ze natuurlijk niet zo afleveren. Niemand wilde verantwoordelijkheid voor hem nemen. Het was letterlijk zand erover.”
Praten over zijn tijd in Nieuw-Guinea doet Nijdam nauwelijks. Bij terugkeer heeft hij het druk genoeg met zijn werk en gezin. Toch blijven de voorvallen hem achtervolgen. Helemaal wanneer een dienstmaat na terugkomst zelfmoord pleegt. Als Nijdam met de VUT gaat, krijgt hij meer tijd om na te denken, en ook meer last van zijn dienstverleden. Via de stichting Veteranen Kunst komt hij met een lotgenoot aan de praat. ,,Die zei dat ik hulp moest zoeken.” Nu komt sinds een aantal jaren iemand van de BMNO met Nijdam praten. Aan de ene kant vindt hij dat fijn. Maar het zorgt er ook voor dat hij er elke keer over gaat nadenken, zegt hij. ,,Ik vind het nu ook lastig om erover te praten. Ik ben altijd gewend geweest om te zwijgen. ”
De BNMO houdt zich sinds 1945 bezig met zorg voor beschadigde militairen. Na de Tweede Wereldoorlog was er nauwelijks aandacht voor de soms zwaar gehandicapte Nederlandse militairen. Naar aanleiding van die situatie is de bond opgericht. De bond zet zich in voor iedere soldaat die uitgezonden is geweest en daar om een of andere reden door beschadigd is. De jongste veteraan van de BNMO is 23. Veteranen zijn dus niet alleen militairen uit de Tweede Wereldoorlog, maar ook soldaten die uitgezonden zijn naar bijvoorbeeld Bosnië of Afghanistan. De BNMO begeleidt veelal veteranen met PTSS als gevolg van hun uitzending. PTSS is een posttraumatische stressstoornis die kan ontstaan na een ernstige situatie.
Henk Moorlag (68) zit al sinds 1994 bij de BNMO. Hij is al jaren voorzitter van de Friese afdeling. Sinds 2008 was hij ook landelijk voorzitter, maar daar is hij kortgeleden mee gestopt. Na zijn terugkomst uit Nieuw-Guinea raakte hij in de war. Voor de diagnose PTTS slikte hij veertig medicijnen per dag.

Redding

In 1991, na een reis langs allerlei psychiatrische instellingen, werd Moorlag opgenomen in De Basis. Een nazorgcentrum voor beroepsgroepen als defensie, politie en brandweer. Zo kwam hij in aanraking met de BNMO. Als snel werd hij voorzitter van de Friese afdeling en later landelijk voorzitter. ,,De BNMO is mijn redding geweest”, vertelt de voorzitter. ,,Daarom ben ik ook zo gemotiveerd.” De laatste jaren besteedt defensie meer aandacht aan nazorgtrajecten voor militairen. Vroeger was die nazorg er nauwelijks. Moorlag: ,,Vooral ouderen hebben geen zorg gehad. Bij een trauma is het belangrijk er op tijd bij te zijn, anders komen mensen vast te zitten.” Nu begeleidt Moorlag een jongen die uitgezonden is naar voormalig Joegoslavië tijdens de Bosnische oorlog (1992-1995). ,,Die jongen is na ’95 ontspoord. Hij was flink aan de drank en daar is hij al vanaf. Ik zoek hem op en ook zijn ouders helpen we.” Moorlag is blij dat hij nu andere dienstslachtoffers kan helpen: ,,Als het moet ga ik er elke dag heen.”
i Tijdens de jubileumbijeenkomst droeg Moorlag het algemene voorzitterschap over aan generaal-majoor b.d. Remco Seyn. Meer informatie: www.bnmo.nl

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties