De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

maandag 23 oktober

Achtergrondmaandag, 18 oktober 2010

Staat mag zich niet bemoeien met hoe mensen hun huishouden inrichten
Afschaffen ‘aanrechtsubsidie’ is fout

Het afschaffen van de zogenaamde overdraagbare heffingskorting - ook wel denigrerend ‘aanrechtsubsidie’ genoemd - is in strijd met de Europese regels en kan de toets aan mensenrechten niet doorstaan.

Door Pieter Anko de Vries.
Vorig jaar is de overdraagbare heffingskorting afgeschaft. De regering deed dit omdat ze wilde dat meer vrouwen zouden gaan werken. Tegelijkertijd zou de maatregel de emancipatie van vrouwen stimuleren en meehelpen de vergrijzing te bestrijden.
Prof. mr. Jos Teunissen, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit, ziet verschillende aspecten aan de afschaffing van de heffingskorting die niet door de beugel kunnen. De belangrijkste daarvan is dat de regering door het afschaffen ervan inbreuk doet op de het recht van gezinnen om zelf te beslissen hoe het de taken verdeelt en wie gaat werken.
Volgens Teunissen zorgt de afschaffing er ook voor dat er nu grote verschillen ontstaan in belastingdruk tussen huishoudens met het zelfde bruto inkomen, alleen omdat ze besloten hebben de taken op een andere manier te verdelen dan de regering wil. Gezinnen waar alleen één van beide partners werkt moeten veel meer belasting betalen dan huishoudens met tweeverdieners die samen hetzelfde inkomen hebben als de gezinnen met één kostwinner.
Ter illustratie een vergelijking tussen een tweeverdienershuishouden (met een 50/50-inbrengverhouding) en een eenverdienershuishouden met elk twee kinderen tussen de 5 en 12 jaar en een belastbaar gezinsinkomen van 30.000 euro (bijna modaal). In dit voorbeeld betaalt het eerste huishouden 1550 euro belasting en het tweede 5600 euro (zonder de overdraagbare heffingskorting zou dit zelfs bijna 7500 euro zijn).
Maar behalve financiële ongelijkheid zijn er volgens Teunissen ook ernstige principiële bezwaren. De staat mag zich volgens allerlei mensenrechtenverdragen in beginsel niet bemoeien met hoe huishoudens de taken verdelen en of mensen zich al dan niet beschikbaar stellen voor de arbeidsmarkt. De staat mag aan deze keuzes ook geen nadelige financiële gevolgen verbinden. Met name directe belastingen horen daarom een neutraal karakter te hebben. Dat wil zeggen dat ze alleen dienen om geld te krijgen voor de staat. Ze mogen in principe niet worden gebruikt om gedrag van mensen te beïnvloeden. Dat is anders bij indirecte belastingen (accijnzen). Daarvan is het geaccepteerd dat die ook worden gebruikt om mensen gezonder te laten leven, bijvoorbeeld tabak- en alcoholaccijns of het milieu te beschermen (brandstofaccijnzen).
Teunissen schrijft dat bij het aantreden van het eerste paarse kabinet er al is begonnen met het tornen aan de neutraliteit van de directe belastingen. Onder de kabinetten-Balkenende is dit doorgegaan. Allemaal ten dienste aan het streven om vrouwen aan het werk te krijgen en hen te dwingen tot onafhankelijkheid.
De hoogleraar maakt zich erg boos over de typering ‘aanrechtsubsidie’. Die noemt hij denigrerend en onjuist. Het gaat helemaal niet om een subsidie die een thuisblijvende vrouw zou krijgen van de staat. Het bedrag is afkomstig uit het gezinsinkomen. Het wordt ontrokken aan het inkomen van de meer verdienende partner om vervolgens te worden uitgekeerd aan de andere partner. De aanrechtsubsidie is dus geen bijdrage van de staat, maar gewoon een sigaar uit eigen doos.
Volgens Teunissen moeten we ons hoeden voor een ‘verlichte’ staat ‘die burgers wil emanciperen (‘bevrijden’) omdat hij meent te weten hoe mensen hun leven het beste zouden moeten inrichten om werkelijk vrij en gelijk te zijn. Zo’n ‘bevrijding’ leidt in de praktijk altijd tot schending van het gebod van gelijke behandeling en tot nieuwe vormen van dwang.’
En: ‘Het is niet aan de staat de binnen een gezin gemaakte keuzen over onderlinge taakverdeling te beoordelen en dus ook niet om aan die keuzen gevolgen te verbinden in de vorm van fiscale bevoordeling of benadeling (een straftaks). De belastingwetgever behoort neutraal te staan tegenover levensvormen. En arbeidsdwang is autoritair beleid en een aantasting van de vrijheid, óók als die dwang gebeurt met indirecte middelen.’

Aanvechten

Er moet daarom snel een neutraler belastingstelsel worden ingevoerd, meent Teunissen. En als dat niet gebeurt moeten mensen die worden gedupeerd door de afschaffing van de overdraagbare heffingskorting deze maatregel aanvechten, ‘zonodig tot in Straatsburg’. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens biedt minstens drie artikelen waarop de afschaffing juridisch kan worden bestreden.
i Voor meer informatie: prof. mr. J.M.H.F. Teunissen schreef onder meer ook over deze zaak in een artikel in het weekblad ‘Fiscaal recht’ van 29 mei 2010.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

achtergrond
Familieberichten
Advertenties