De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.

maandag 23 oktober

Hoofdartikelzaterdag, 27 augustus 2011

De erfenis van een bijbelcommunicator
Deze week overleed de grootste bijbelcommunicator van de vorige eeuw: Eugene Nida. Tientallen miljoenen mensen hebben de afgelopen decennia de bijbel gelezen mede dankzij Nida. En al die mensen hebben de bijbel beter begrepen dankzij hem.
Nida was taalkundige. In zijn functie bij het Amerikaans Bijbelgenootschap had hij zich toegelegd op bijbelvertalen. Gedurende een lange reeks van jaren heeft Nida door zijn theoretisch en praktisch werk een stempel gezet op een generatie bijbelvertalers. Die, op hun beurt, hebben overal ter wereld nieuwe vertalingen van de Bijbel gemaakt, gebruik makend van de inzichten van Nida. Die beperkten zich overigens niet tot bijbelvertalen; eerder was het andersom. Vanuit zijn taalkundige inzichten kwam Nida tot overtuigingen aangaande bijbelvertalingen.
Een van zijn thema’s was het formuleren van het doel van een vertaling. Een belangrijk onderdeel daarvan is het overbrengen van de bedoeling van de schrijver. Bij de Bijbel is dat altijd het overbrengen van die bedoeling aan iemand die een andere taal spreekt, in een andere cultuur. En dat levert specifieke problemen op. Nida gebruikte graag voorbeelden van problemen in ‘vreemde’ culturen. Bijvoorbeeld over het gebruik van getallen in de Bijbel. De symbolische betekenis daarvan in andere culturen kan heel anders zijn dan in de bijbel. Het bijbelse getal zeven misstaat in een bepaalde Indiase taal. In de gemeenschap die deze taal spreekt is vier het getal van de volheid. Nida gebruikte dergelijke voorbeelden graag voor zijn hartstochtelijke overtuiging van de noodzaak van een bijbel met aantekeningen.
Een andere weg die Nida bewandelde binnen de doelstellingen van de vertaling is de opvatting die leidde tot de Groot Nieuws Bijbel. Die is in talloze talen tot stand gekomen en heeft miljoenen mensen toegang gegeven tot de boodschap van de Bijbel. Nida heeft voortdurend gepubliceerd om zijn opvattingen te verantwoorden. En hij ging daarover graag in discussie. Nida is ook de grondlegger van de reeks handboeken voor bijbelvertalers. Daarin staan naast de grondtekst de mogelijkheden voor vertaling, zoals die in allerlei talen zijn gebruikt.
De opvattingen van Nida zijn niet onomstreden. De methode die werd gebruikt bij de Groot Nieuws Bijbel, ‘dynamisch equivalent’, of later, ‘functioneel equivalent’, staat onder kritiek. Net zo goed overigens als andere vertaalmethoden. Bij de beoordeling van vertaalmethoden dienen altijd de omstandigheden van de doelgroep te worden betrokken: de doorgewinterde bijbellezer in de Nederlandse cultuur begrijpt de Bijbel anders dan een boeddhist in Azië.
Het overlijden van Nida is aanleiding om stil te staan bij diens enorme gedrevenheid om mensen de Bijbel te laten lezen. Nog steeds zijn er vele miljoenen mensen op aarde die de Bijbel niet kennen. Het vertaalwerk is nog steeds noodzakelijk - niet alleen om mensen een Bijbel in eigen taal te kunnen geven, maar ook om te kunnen worden voorgelezen - voor mensen die niet kunnen lezen. In de Nederlandse situatie komt de gedachte aan ‘bijbelnood’ niet zo gauw op, maar ze is er wel.
Het werk van Nida is velen tot grote zegen geweest. De nagedachtenis aan hem en aan zijn overtuiging moge tot inspiratie zijn om betrokken te blijven bij het bijbelwerk - op welke wijze dan ook.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties