De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 20 januari

Hoofdartikelzaterdag, 31 december 2011

Het perspectief van oud en nieuw
De eerste keer dat de overgang van oud naar nieuw plaatsvindt zonder een vertrouwd, geliefd persoon is een beleving die mensen diep kan raken. De overgang naar het nieuwe jaar markeert de werkelijkheid van het gemis. Veel mensen die in deze omstandigheden zijn, zouden de overgang van het nieuwe jaar het liefst willen overslaan; ze vrezen de pijn van het gemis. Anderen vrezen de overgang omdat er in het nieuwe jaar dingen dreigen te gebeuren die het leven diepgaand veranderen. Bijvoorbeeld omdat er een ernstige ziekte is geconstateerd die iemand zelf of een geliefde bedreigt.
In veel families en vriendenkringen wordt er dezer dagen op gelet: is er iemand die we moeten uitnodigen om bij ons te komen? Moeten we naar iemand toe om de pijn van het gemis of de angst te verzachten? In moeilijke tijden zoeken mensen elkaar op.
In veel kerkdiensten wordt vanavond een lied gezongen dat de individuele beleving in een ander licht zet: Het oude jaar is nu voorbij (396 uit het Liedboek voor de Kerken). De dichter spreekt niet voor of namens zichzelf, maar laat de geloofsgemeenschap die op de drempel staat van oud naar nieuw spreken. Het lied is een danklied én een gebed. De omstandigheden waarin het is geschreven, geven het lied diepgang: het is geschreven in de zestiende eeuw, in de woelige periode van godsdiensttwisten, hongersnood en ziektes. De geloofsgemeenschap kon dankbaar zijn voor het leven dat behouden werd. Maar er is van alles misgegaan in het oude jaar: ‘Help ons de zonde te weerstaan en op de smalle weg te gaan/ gedenk niet onze oude schuld, heb ook dit jaar met ons geduld.’ Daarom moet er gebeden worden om kracht en bijstand.
De kracht van het kerklied is dat het niet alleen in het perspectief van de tijd van ontstaan hoeft te worden gelezen. De woorden van het lied kunnen voortkomen uit het leven van iedere dag en van iedereen. Mensen kunnen het vanuit een individuele beleving meezingen. Maar het bijzondere van het lied is dat het de gemeenschap van gelovigen is die dankt en bidt. Tegenover de intense beleving van het individuele in onze samenleving, is het ‘spannend’ om in het oudjaarslied dat perspectief van de gemeenschap te zien. Dat perspectief ontkent niet het individuele gemis of de individuele zorgen, maar geeft een beweging aan die groter is en waaraan een gevoel van gemeenschappelijkheid kan worden ontleend. En dat gevoel van gemeenschap kan voor het individu van grote betekenis zijn: ik ben opgenomen in een groter geheel.
Er is nog een aspect aan de gemeenschap en dat is de bede in het derde couplet: ‘Onthoud uw heilig woord ons niet.’ Want, zo is de overtuiging, als dat woord niet aan ons als gemeenschap wordt gegeven en door ons als gemeenschap wordt bewaard, is er geen troost. Niet voor het individu en niet voor de gemeenschap.
In de beide laatste coupletten krijgt alles wat in het leven kan gebeuren een perspectief dat al het voorgaande in een nieuw licht zet: de voleinding van de wereld. Hierin is het vieren van oud en nieuw ook een markering in de tijd. We gaan over de drempel naar een nieuw jaar, als voorbode van de jongste dag waarop we dingen zullen zien die geen oog heeft gezien en dingen zullen horen die geen oor heeft gehoord.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties