De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 23 november

Sportdinsdag, 14 februari 2012

Topsport, twijfel en de kunst van het veldspel
De roman De kunst van het veldspel van Chad Harbach begint op een honkbalveld en eindigt er ook. Beide keren met het supertalent Henry Skrimshander en de versleten routinier Mike Schwartz tegenover elkaar. In de beginscčne ontdekt Schwartz de iele korte stop, die over een onwaarschijnlijke gratie en precisie beschikt. Hij recruteert de jongen voor Westish College, een kleine universiteit in de Amerikaanse staat Wisconsin. Henry wordt al snel de sterspeler van de Harpooners, het team van Westish.
Voor de bijna gedachteloze Henry telt maar één ding: zo goed worden als Aparicio Rodriguez. In het verhaal speelt een handboek van deze fictieve honkballer – met dezelfde titel als de roman zelf - een terugkerende rol. De aforismen van deze Rodriguez gebruikt Henry als richtlijn voor zijn leven, al begrijpt hij zelden wat Rodriguez bedoelt.
Wat te denken van een filosofische uitspraak als nummer 213: ‘De dood sanctioneert alles wat de atleet doet’. Of nummer 59: ‘Een grondbal fielden moet worden gezien als een handeling van generositeit en begrip. Men beweegt niet tegen de bal in maar met de bal mee. Slechte veldspelers halen uit naar de bal als was die een vijand. Hetgeen contraproductief werkt. De ware veldspeler laat de baan samenvallen met zijn eigen baan, waarbij de bal wordt omvat en het ik, die bron van alle leed en matige verdediging, vervliegt.’
De gebeurtenissen op en rond het honkbalveld beďnvloeden niet alleen de levens van Henry en Mike, maar ook die van Guert Affenlight, de rector van Westish, en zijn dochter Pella. Pella keert terug naar haar vader om een mislukt huwelijk te ontvluchten en valt voor Mike. De rector stort zich in een homoseksuele relatie met Owen, de ploeg- en kamergenoot van Henry.
De ogenschijnlijk onverstoorbare Henry zelf raakt in een crisis als hij uitgerekend in de wedstrijd waarin hij het record van zijn grote voorbeeld Aparicio Rodriguez evenaart, een foutloze reeks beëindigt door een bal zo af te laten zwaaien dat hij het hoofd van zijn ploeggenoot Owen raakt, met noodlottige gevolgen. Het supertalent, geroemd om zijn machinale precisie, begint vervolgens bij elke handeling na te denken. Het ik, die bron van alle leed en matige verdediging, dringt zich onweerstaanbaar op.
Mike Schwartz beschrijft honkbal als een ‘ijzingwekkende sport’: ‘Wanneer jouw moment zich aandiende, moest je er klaar voor zijn, want als je het verklootte wist iedereen wiens schuld het was. Welke andere sport hield niet alleen - wreed genoeg - alle fouten bij die iemand maakte, maar vermeldde die ook nog eens op het scorebord om iedereen er nadrukkelijk op te wijzen?’
Henry - de foutloze Henry - kan met die druk niet omgaan. En hij is niet de enige die vervuld van twijfels hard op weg is naar zelfvernietiging.
De kunst van het veldspel gaat over honkbal zonder een echt sportboek te zijn. Honkbal komt op bijna elke bladzijde aan bod, maar nergens krijg je als lezer het gevoel dat je te weinig van de sport weet. Het is eerder zo dat Harbach je gaandeweg het gevoel geeft een kenner te zijn, omdat je zo dicht op de huid van de spelers zit. Dat is knap. Je zou elke sport zo’n boek gunnen.
* De kunst van het veldspel. Chad Harbach. Uitgeverij De Bezige Bij, 526 pagina’s, 19,90 euro.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

sport
Familieberichten
Advertenties