De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 26 april

Geloof & Kerkwoensdag, 23 mei 2012

Het ‘Onze Vader’ moet je wel góed vertalen

Het Onze Vader is het meest gebeden gebed ter wereld. Dr. Rochus Zuurmond vergeleek vele oude en nieuwe vertalingen en legt achterliggende motivaties uit in zijn boek In hemelsnaam - over het Onze Vader.

Koen Zondag
In net verschenen boek van dr. Rochus Zuurmond, emeritus hoogleraar Bijbelse Theologie aan de Universiteit van Amsterdam, over het Onze Vader staat een zinnetje over het staande en hoorbaar uitspreken van een gebed. Ineens zie ik ze weer, de mannen die bij het begin van het lange gebed gingen staan. Mijn vader hoorde bij de ‘staanders.’ Omdat ik het wel interessant vond, deed ik het ook. Het was inderdaad een lang gebed, je ging nu eens op de ene, dan op de andere voet staan, mijn ogen gingen voorzichtig open en zo kende ik na verloop van tijd alle ‘staanders’ en ‘zitters’ in de Gereformeerde Kerk van Franeker. De eersten hadden uiteraard mijn sympathie.

Meervoud

In Matteüs 6 vers 9 zegt Jezus tot zijn discipelen: ‘Bidt gij dan aldus’. Het is geen verzoek, maar een gebod, een gebiedende wijs. Daarna volgt de tekst van het Onze Vader. Het is een gebed voor een groep, voor de gemeente. Zuurmond zegt dat het luiden van de kerkklokken bedoeld was als een oproep aan de thuisblijvers om het Onze Vader mee te bidden.
Met de woorden ‘Bidt gij dan aldus’ (Bijbelvertaling 1951) komen we meteen in het diepe terecht. In de Friese vertaling van 1978 staat: ‘Dêrom moatte jimme sà bidde’, in De Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 lezen we ‘Bid daarom als volgt’. In de eerste twee vertalingen is het meervoud gebruikt, in die van 2004 het enkelvoud. ‘Nou en?’ denkt u misschien. ‘Maakt dat wat uit?’
In het Grieks staat er een meervoud. Je moet wel zeer goede redenen hebben om daarvan af te wijken. Wie er een enkelvoud van maakt, vergeet dat het gebed bedoeld is voor een groep. De vertaling maakt dus wel wat uit. Het verschil tussen de beide vormen wordt nog duidelijker in het begin van de eerste bede.
Statenvertaling (1637) : Onze Vader, die in de hemelen zijt.
Ned. Bijbelgenootschap (1951) : Onze Vader die in de hemelen zijt.
De Nieuwe Bijbelvertaling (2004) : Onze Vader in de hemel.
Naardense Bijbel (2004) : Vader over ons in de hemelen.
Ook hier de vraag of het wat uitmaakt. Volgens Zuurmond heel veel. Ik volg zijn uitleg. Het Onze Vader heeft een joodse, een oudtestamentische achtergrond, er is een duidelijke overeenkomst met het door de Joden uitgesproken ‘Achttiengebed.’ Hemelen, zegt Zuurmond, is ‘de letterlijke vertaling van het Hebreeuwse sjamajiem, een grammaticaal meervoud.’ Wie hier het woord hemel gebruikt, verwaarloost de samenhang met het Oude Testament en mist ‘een belangrijk element van de bijbelse verkondiging’.

Wil

Toen in de goede oude tijd nog uit de Heidelberger Catechismus werd gepreekt, kwam bij Zondag 49 de derde bede, ‘Uw wil geschiede’, aan de orde. Voor mijn gevoel - maar misschien heb ik niet goed geluisterd - ging het daarbij niet in het minst over het aanvaarden van het kwaad. Zuurmond heeft een andere opvatting. In Rotterdam bestond het Eudokia Ziekenhuis. Na een fusie in 1991 is deze mooie en zinvolle naam, die welbehagen betekent, verdwenen. Het heet nu met een neutrale, nietszeggende naam ‘IJsselland Ziekenhuis’.
Bij Gods wil moeten we niet aan kwaad, maar aan welbehagen denken. In Romeinen 12:2 staat dat de wil van God ‘het goede, welgevallige en volkomene’ is. Volgens Zuurmond is het ‘een afschuwelijk misverstand te denken dat alles wat gebeurt ‘Gods wil’ is’. Rampen en ziekten zijn bijbels gesproken ‘zonde’, dat wil zeggen de ontkenning van de goede schepping. Zonde leidt niet tot welbehagen. Een biddende gemeente zegt eigenlijk dat zij ook onder benauwende omstandigheden ‘de wil van God niet zal weerstaan’. Ook dan gaat het om het welbehagen.

Bedoeling

In hemelsnaam - over het Onze Vader is een bundeling van een aantal in het tijdschrift In de Waagschaal verschenen artikelen. De auteur wil de belangstellende leek inleiden in de tekst van het Onze Vader. Niet alleen in het Fries en het Nederlands, maar ook in bijvoorbeeld het Koptisch, het Syrisch en de eerste vertaling in het Engels, de Tyndale vertaling uit 1526. In totaal onderzocht hij zo’n dertig vertalingen van het Onze Vader.
Met zijn uitleg over de culturele en taalkundige achtergronden wil hij ‘kerkgangers die de Griekse tekst en de antieke context daarvan niet kennen’, argumenten in handen geven om zinvol mee te kunnen praten als het over het meest wezenlijke gebed, het Onze Vader, gaat.
Ik vind zijn poging meer dan geslaagd. Als ik betrokken was bij de voorbereidingen van het kerkelijke winterseizoen 2012-2013 zou ik een vurig pleidooi houden om dit boek aan het programma toe te voegen.
* In hemelsnaam. Prof. dr. Rochus Zuurmond. Skandalon, 16,50 euro
* Het boek is te bestellen via www.fd-extra.nl

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties